Opinie

Rotterdam, omhels de pijn niet langer!

Feyenoord kampioen op 14 mei, de dag van het bombardement, is voor : verlossing.

Foto Marco de Swart / ANP

Begin maart verloor Feyenoord van Sparta op het Kasteel en Ajax liep een punt in. Het laatste competitieduel is op 14 mei, dacht ik toen voor het eerst, de dag van het bombardement. Als deze competitie echt dan pas wordt beslist, kan het niet met meer symboliek. Want óf Rotterdam wordt eindelijk echt verlost, óf de identificatie met verlies blijft.

Deze koppeling is niet uit te leggen. Niet aan buitenstaanders, maar ook nauwelijks aan mezelf. Ik heb dit seizoen al drie keer om Feyenoord gehuild. Terwijl we alleen maar bovenaan hebben gestaan. Ik heb gehuild om mijn puntenverspelende club en tegelijk: om mijn stad. En ik was niet de enige.

Ik groeide er op – in die stad zonder hart, met een gat waar de dood nog steeds woonde – na 1970. ’s Avonds was mijn stad verlaten. Ik groeide op in een bouwput: desolaat, stoffig, zanderig, met altijd maar die wind, die mij niets toefluisterde, geen woord van warmte of liefde of genegenheid. Want in Rotterdam waren wij verslagen, getroffen. En al die decennia later waren we dat nog steeds.

We hadden wel een grote mond. We deden stoer en net alsof. We werkten hard; we werkten ons kapot. Niets goeds immers kwam ons aangewaaid. We moesten onszelf herscheppen en dat hebben we min of meer gedaan. Met pas de laatste jaren meer durf en flair. Want diep vanbinnen zijn we bang. Ons kan áltijd iets gebeuren.

We zitten vast, we houden vast aan een pijnlijk verleden dat ons een gedeelde identiteit verschaft – te midden van fragmentatie. We hebben na 14 mei 1940 dat donkere gat aangetrokken met die rafelige randen. We zijn in de pijn gaan wonen. Maar zijn wij door niets anders verbonden dan door het bombardement van 14 mei?

Ik wil een 14 mei waarop wij gloriëren. Waarop we die loodzware jas uittrekken en onszelf bevrijden van het gewicht van inslaand metaal. Wij zijn niet écht weggevaagd. Onze ziel lag dieper dan waar die bommen ooit konden komen. Onze ziel is nooit geschonden. „We zijn niet dood”, zoals Eljero Elia zei na het verlies tegen Excelsior, zondag, toen we onze eerste kans op het landskampioenschap hadden verspeeld.

Al maanden kan ik er geen woorden aan geven. Aan wat het is dat hier gebeurt, met deze stad, met deze club, in dit seizoen. Wij – Rotterdam, Feyenoord, angst, oud zeer, het verleden, onze toekomst – zitten vast aan elkaar en vormen een kluwen. En allemaal willen we lós. Allemaal willen we vrij. We willen vrij zijn in verbondenheid. Verbonden zijn in vrijheid.

Het zal wel echt zo zijn. Dat het niet met woorden gaat. Dat het echt met daden moet. Zondag. Laat een legertje mannen geboren in Perth, Fribourg, São Paulo, Schoonhoven, Enschede, Katwijk, Ter Aar, Voorburg, Apeldoorn en Fredericia zich niets aantrekken van Rotterdam, Rotterdammers en een erfenis die zij met zich meeslepen. En laten ze gewoon die ene wedstrijd winnen.