Nieuwe leider moet corruptie stoppen

Moon Jae-in Winnaar presidentsverkiezingen Zuid-Korea

De sociaal-liberaal Moon wil banen scheppen, de macht van de bedrijfsfamilies verkleinen en de relatie met Noord-Korea verbeteren.

Moon Jae-in, de nieuwe president van Zuid-Korea, wil corruptie aanpakken en toenadering tot Noord-Korea Foto Kim Hong-Ji / Reuters

De Zuid-Koreaanse kiezers hebben dinsdag duidelijk gemaakt dat ze een andere weg in willen slaan. Met de verkiezing van de links-liberale Moon Jae-in (64) krijgen ze een president die heeft beloofd de wijdverbreide corruptie hard aan te pakken.

Ook wil hij onderhandelen met Noord-Korea in plaats van het geharnaste beleid jegens Pyongyang van recente Zuid-Koreaanse regeringen. Zelfs een ontmoeting met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un sluit hij niet uit, zei hij woensdag bij zijn beëdiging.

Moon kreeg 41,4 procent van de stemmen en bleef zijn rivalen ruim voor. Hiermee hopen de Zuid-Koreanen een punt te zetten achter de diepe crisis van de laatste maanden die was veroorzaakt door een ongekend corruptieschandaal. Dit leidde tot massale protesten en de afzetting van president Park Geun-hye. Zij moest de verkiezingen over haar opvolging vanuit haar cel op de televisie volgen.

Moon is leider van de sociaal-liberale Democratische Partij, de grootste oppositiepartij. Zijn belangrijkste rivaal, de conservatief Hong Jun-pyo, bleef steken op 23,3 procent. Veel burgers willen een president die na tien jaar conservatief bewind een einde maakt aan corruptie, inkomensongelijkheid en ongelijke kansen op de arbeidsmarkt.

Moon wil, vooral voor jongeren, banen scheppen met geld uit hogere belastingen voor de rijken. Die stap is tegen het zere been van de zogeheten chaebols, grote, machtige Zuid-Koreaanse familiebedrijven als Samsung en Daewoo. Moon wil ook corruptie binnen die ondernemingen aanpakken door aandeelhouders meer macht te geven om bestuursleden te kiezen – een gruwel in het oog van veel chaebols, die vaak van vader op zoon overgaan.

Voordat Moon de politiek inging, werkte hij als mensenrechtenadvocaat. In die tijd leerde hij de latere president Roh Moo-hyun kennen, die hem in de politiek inwijdde.

Moon wil de ‘Zonneschijnpolitiek’ (1998-2008) van de oud-presidenten Kim Dae-jung en Roh Moo-hyun nieuw leven inblazen. Daarbij werd het communistische bewind in ruil voor overleg rijkelijk beloond met hulpgoederen en geld. Zo hoopten Kim en Roh Noord-Korea over te halen zich minder vijandig en geïsoleerd op te stellen.

Er volgden toeristische reizen van Zuid-Koreanen naar het noorden en een industriepark waar Noord-Koreaanse arbeiders en Zuid-Koreaanse managers samenwerkten. Hoogtepunt was Kims reis in 2000 naar Pyongyang voor een ontmoeting met toenmalig leider Kim Jong-il.

Later was er veel kritiek op de Zonneschijnpolitiek. Voedselhulp werd achterover gedrukt door het Noord-Koreaanse leger. Ook gingen de mensenrechtenschendingen onverminderd door. In 2006 testte Noord-Korea bovendien voor het eerst een kernwapen. Hierna stierf de Zonneschijnpolitiek een stille dood.

Moon zegt de alliantie met de VS, Zuid-Korea's belangrijkste bondgenoot, te steunen. Maar hij zei ook: „Zuid-Korea moet een buitenlands beleid volgen waarin nee gezegd kan worden tegen de Amerikanen.”