Nederland komt in verdrukking bij een sterke Frans-Duitse as

Europa na de Franse verkiezingen

Wat gebeurt met de EU na de zege van Macron? In Nederland reageren de partijen bij de formatie niet allemaal even enthousiast.

Foto Bart Maat/ANP

Een „ramp” noemde demissionair premier Rutte enkele weken geleden het voorgenomen vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Een tweede ramp deed zich afgelopen zondag in Frankrijk niet voor. Bij de Franse verkiezingen, door Rutte omgedoopt tot „de halve finale tegen het verkeerd soort populisme”, legde de anti-Europese Marine Le Pen het ruimschoots af tegen de pro-Europese Emmanuel Macron.

Maar dit ‘goede’ nieuws is voor Nederland betrekkelijk. „Rutte komt wel in een steeds minder benijdenswaardige positie te zitten”, zegt onderzoeker Adriaan Schout van buitenlandinstituut Clingendael. Duitsland en Frankrijk maken zich op voor nauwere samenwerking binnen de Europese Unie. En deze heeft een prijs.

De Duitse vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriël (SPD) heeft al gezegd dat Duitsland zijn „financiële orthodoxie” moet opgeven om de nieuwe president Macron te helpen bij zijn hervormingsprogramma.

Bondskanselier Merkel is terughoudender, maar niet uitgesloten is dat ook zij in het kader van het hernieuwde Europese elan een gebaar zal maken naar Frankrijk en zal besluiten tot verdere integratie. Schout: „Dat is helemaal niet gunstig voor Nederland. Wij willen pas op de plaats.” Maar zonder de steun van Britten is dit standpunt wel steeds moeilijker te verdedigen.

De vraag ‘hoe-nu-verder-met-Europa’ raakt ook rechtstreeks de formatiegesprekken voor een nieuw kabinet. Waar D66 en GroenLinks enthousiast reageerden op de verkiezing van Macron en een „Europese lente” zagen aanbreken, reageerden VVD en CDA, de twee andere onderhandelingspartners, juist een stuk terughoudender. Een sterker gecoördineerd economisch bestuur in de vorm van bijvoorbeeld een Europese minister van Financiën of de uitgifte van Europese obligaties is voor deze partijen een gruwel. Hoe zal deze tegenstelling worden verwoord in een regeerakkoord?

In het Tweede Kamerdebat over de jongste EU-top hield Rutte zich dinsdagavond in zijn rol als demissionair premier wijselijk op de vlakte. Hij zei de indruk te hebben dat die „koerswijziging” niet zo snel zal komen. De „signalen uit het Bundeskanzleramt bevielen mij”, aldus Rutte waarmee hij doelde op de gereserveerde reactie van Merkel. Maar niet zeker is of Merkel er dit najaar na de Duitse Bondsdagverkiezingen nog zit.

Met het oog op de door de Brexit gewijzigde verhoudingen zei Rutte al eerder dat Nederland op zoek moet naar nieuwe bondgenoten. Daarbij denkt het kabinet allereerst aan België, Ierland en Denemarken. Maar ook Zweden, Finland, Estland, Letland, Litouwen en de Visegrad-landen (Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije), allemaal EU-lidstaten waar vrijhandel hoog in het vaandel staat, zullen meer in de belangstelling van Nederland komen te staan. Het gaat om coalitievorming die tegenwicht moet bieden aan de zuidelijke landen die, zoals Rutte vorige maand in de Kamer zei, een meer „etatistisch en staatsgedomineerd Europa” voorstaan. In de diverse Europese besluitvormingsprocessen zal Nederland deze landen hard nodig hebben om een zogeheten blokkerende minderheid te kunnen vormen. Met de stemmen van het Verenigd Koninkrijk was het voor Nederland aanzienlijk eenvoudiger als kampioen van de vrijhandel zo’n tegenblok te vormen.

Het verlovingsproces met de gelijkgestemden is begonnen. Rutte kondigde dinsdagavond aan dat er volgende maand twee speciale toppen zullen worden gehouden: met de Baltische staten en met de Visegrad-landen. Hoog op de agenda staan hervormingen in de Zuid-Europese landen. Het moet volgens Rutte leiden tot een politiek in Europa die niet langer leidt tot „het delen van schuldposities maar het verminderen van schuldposities”. Kortom, de vertrouwde positie van Nederland. Maar inmiddels een positie die op de tocht staat.