Lieve Coen,

Deze week richten auteurs zich tot hun 13-jarige zelf. „Onthoud: je bent nooit zo ongelukkig als je denkt”, schrijft in deel 3.

Wat ik nog van je weet, is dat ik veel droomde over wie ik wilde zijn. Ik hoop niet dat ik je teleurstel als ik zeg dat ik me van die dromen zelf niets herinner. Vat dit niet op als een aanmoediging ze op te schrijven – ik word al moe als ik eraan denk.

Toekomstdromen zijn sowieso maar zelden bedoeld voor de toekomst. Net als herinneringen niet bedoeld zijn om het verleden terug te halen. Dat zegt tenminste de Franse schrijver Paul Valéry. „Het geheugen gebruikt de verbeelding als een orgaan – naar aanleiding van een actuele behoefte, ter wille van een actueel doel.” Een actuele behoefte, kortom voor nu. En zo gebruiken we ook de ingebeelde toekomst. Als ik mezelf op jouw leeftijd volwassen voorstelde, dan gebruikte ik mijn grotemensen-krachten en -inzichten gewoon voor het rechtzetten van wat kinderachtige onrechtvaardigheden. Zoals laatst mijn jongste zoon deed. (Ja, je krijgt dus kinderen! Twee zoons, 4 en 8, en een dochter, bijna 11. En ze lijken allemaal op hun eigen manier heel erg op jou). Hoe dan ook, de jongste zei na afloop van een oefenles judo, dat hij er pas óp wilde als hij groot was, dan zou hij dat jongetje van 5 dat hem nu zo hard op de mat had gesmeten terugpakken. Dat bedoel ik, toekomstdromen zijn er om te troosten, nu.

Veel meer ga je van mij niet opsteken, ben ik bang. Mensen hebben de neiging jongeren ongevraagd te adviseren, vanwege hun ervaring. Maar we maken alles maar een keer mee en altijd anders, dus die ervaringskennis wordt schromelijk overdreven. Sterker nog, ik voel me met mijn 44 jaar behoorlijk hulpeloos als ik denk aan de beslissingen die een 13-jarige dagelijks moet nemen. Al die ‘eerste keren’ die jij nog moet ondergaan. De zenuwen die me bij die gedachte zelfs nu nog naar de keel vliegen bewijzen dat een mens veel minder van zijn ervaringen leert dan hij zou willen.

Dus laat ik van de gelegenheid gebruikmaken om niet jou iets te leren, maar om ván jou iets te leren; van jouw dertienjarige onervarenheid. Bijvoorbeeld van die warme nazomerdag in 1985. Je fietste 25 kilometer heen en 25 kilometer terug voor de verjaardag van Anneke, je vriendinnetje aan het begin van het schooljaar. Van drie weken zakgeld kocht je voor haar de maxi-single Dancing in the street van Mick Jagger en David Bowie. De volgende avond tijdens het feestje maakte ze het uit en moest je aanzien hoe ze op de bank waar je de dag ervoor een taartje at en je cadeau aan haar overhandigde lag te vozen met een ander. Ik zou niet weten hoe ik mijn kinderen voor zulk verdriet zou moeten troosten. Jij wist dat wel. Bij thuiskomst huilde je een kwartier in de armen van je moeder en daarna ging het eigenlijk wel weer.

François de la Rochefoucauld, een andere Franse schrijver, schreef: „je bent nooit zo gelukkig of ongelukkig als je denkt”. Onthoud dat dan maar, voor als je later kinderen hebt.