Leuterator, pecuniast en michelinfenomeen

Woordhoek

De oproep om een lijstje samen te stellen van woorden die tot nu toe in het Nederlands ontbreken, leverde veel leuke en interessante reacties op: van pecuniast tot verfouteren.

Illustraties: Emil van Slooten (1917-2009)

Vorige week riep ik de lezers van deze rubriek op om een of meerdere taaltoptiens in te sturen, dan wel een bijdrage aan een taaltoptien. Het onderwerp was vrij, ik deed slechts een paar suggesties.

Die oproep leverde vele tientallen lijstjes op, soms met uitgebreide toelichtingen.

Een van mijn suggesties was een lijst te maken met afkortingen die je nooit of bijna nooit meer hoort. Als voorbeeld noemde ik OSM voor ‘Ons Soort Mensen’.

Diverse lezers wezen we me erop dat deze afkorting nog volop wordt gebruikt, samen met DSM voor ‘Dat Soort Mensen’. Met die laatste afkorting worden tegenwoordig ook vluchtelingen of asielzoekers aangeduid; OSM staat dan voor ‘autochtone Nederlanders’. In feite is dit een nieuwe betekenis van een oudere afkorting. „In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw”, schreef een lezer ter aanvulling, „was OSM een Utrechtse gezelligheidsvereniging voor de homoseksuele medemens. Destijds stoorde niemand zich aan dat ‘ons soort’. Een paar jaar geleden vroeg een gevoelsgenoot (dat woord hoor je trouwens ook zelden of nooit meer) of die en die ‘ook van de familie’ was. Die gevoelsgenoot was wel een eindje boven de tachtig en had lang in het buitenland vertoefd.”

Ik stelde ook voor om een lijstje samen te stellen van woorden die tot nu toe in het Nederlands ontbreken. Deze categorie leverde veel aanvullingen op, waarvan ik de leukste en interessantste zal noemen.

Op zich is het niet moeilijk om nieuwe woorden te verzinnen: dagelijks staan er nieuwe samenstellingen in de krant, maar de meeste zijn heel snel weer verdwenen. Moeilijker is het om woorden of uitdrukkingen te verzinnen die door anderen worden overgenomen en daardoor blijven voortleven. De grootste kans om dit te bereiken is via de televisie. Populaire reclames of populaire programmamakers, zoals Kees van Kooten en Wim de Bie, hebben tientallen woorden en uitdrukkingen gevleugeld gemaakt.

In kleinere kring, zo meldde een lezer, boekte Emil van Slooten succes. Van Slooten (1917-2009) werkte lang als chirurg bij het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam. Daarnaast was hij een veelzijdig kunstenaar: hij maakte tekeningen, schilderijen en beelden, hij was een begaafd spreker en een woordkunstenaar. Hij verzon enkele woorden die door zijn vrienden en voormalige collega’s nog altijd worden gebruikt. Zo bedacht hij het woord importantificatie voor ‘belangrijk doen’ – iets waar hij net zo wars van was als Simon Carmiggelt van epibreren. Voor ‘dikdoenerij’ gebruikte Van Slooten het woord michelinfenomeen; als hij het zei pompte hij zijn armen op. Daarnaast bedacht hij de woorden leuterator voor ‘kletsmeier’ en pecuniast voor ‘financieel deskundige, bankman’. Bij die laatste twee woorden maakte hij tekeningetjes, die op de site van NRC Handelsblad te zien zijn.

Een lezer uit Utrecht zond het woord kwijtgeborgen in, met als toelichting: „Ik heb dit woord niet zelf bedacht maar het is intussen bij ons en veel bekenden in gebruik. Er hoeft eigenlijk nooit uitleg bij.”

Dat laatste is een belangrijk punt: een nieuwe samenstelling heeft een grotere kans op succes als het zonder nadere uitleg door iedereen wordt begrepen. Dat geldt zowel voor kwijtgeborgen als voor verslechtbeteren , een vertaling van het Duitse verschlimmbessern. In plaats van verslechtbeteren zegt men ook wel verfouteren.

Aanvullingen welkom via mail (post@ewoudsanders.nl) en Twitter (@ewoudsanders).

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders