Column

Kalm-aan-liefde. Je moet maar durven

Joyce Roodnat zag kunst van Femmy Otten. Die krijgt iets voor elkaar wat Michel Houellebecq niet lukt.

Femmy Otten heeft lak aan het platte vlak. In de Ketelfactory in Schiedam nestelen haar gegipste sculpturen zich in de muren. Twee klassieke gezichten, bijvoorbeeld, tussen losse oren, ogen, neuzen. Bovenaan de muur stulpt een miniatuur vrijend stel uit. Onderaan, op een geel post-itblaadje, wappert een schetsje van een zuigeling – die kwam ervan. Otten werd kortgeleden moeder en de consequentie is deze show, die ze Slow Down Love heeft genoemd. Kalm-aan-liefde – met kunst die gaat over iets waar het zelden over gaat. Over de erotiek van het moederschap, met daar doorheen de nieuwe seks van de net-moeder met de net-vader. Je moet maar durven.

Wat Femmy Otten durft, speelde de Franse schrijver Michel Houellebecq niet klaar. Ik merk het in het Gentse theater De Vooruit, waar ik zijn romans Platform en Onderworpen zie via de hogedrukpan van het theater. Voor Houellebecqs personages is de erotisch geladen, oprechte liefde de enige vluchtweg uit de aanstaande toekomst vol geestelijke leegte. Dat is een duidelijke stellingname. Maar hij trekt er niet de consequenties uit. Niet omdat die liefde onderuitgaat, maar omdat hij de grande épreuve van het verstrijken van de tijd achterwege laat. Het moederschap wordt handzaam niet geambieerd. En voor ze oud is, gaat die vrouw de pijp uit (Platform) of verdwijnt uit zicht (Onderworpen). „Een jaar was ik gelukkig. Dat is al heel veel”, zegt de hoofdpersoon. Dat is waar. En het is ook niet waar. Een jaar liefde is heerlijk, maar het betekent niks.

Niettemin valt er iets geweldigs te halen bij Onderworpen: de rol van Mourade Zeguendi. Dat is de acteur die onlangs een rol afsloeg in een film van Brian De Palma. Een levende legende. Op 9 juni organiseert het filmmuseum EYE een avond ter ere van deze cineast, met Sisters (verrukkelijk pervers) en Obsession (brutale Hitchcock-cocktail). De Palma wilde Zeguendi als terrorist in Molenbeek, maar hij bedankte voor de rol van „een crimineel met een Marokkaans accent”. Dat is niet zomaar iets. Dat betekent behalve werken met een Hollywood-kopstuk, afzien van een aanzienlijk honorarium en van een korte afsteek naar een internationale filmcarrière.

In Gent zie ik hem op de planken als de polygame rector van de islamitisch geworden Sorbonne. In djellaba. Is dit dan geen typecasting? Niet meer dan Steven Van Watermeulen als de Franse lector met slappe knieën. Niet dus. Zeguendi haalt het uiterste uit deze rol. Hij speelt een man die iedereen om zich heen vergiftigt met zijn autoritaire charme. Hij klaagt indirect de hypocrisie van islamitische geleerden aan. Hij durft.