Juristen: GeenStijl mogelijk strafbaar

Affaire-Dumpert Zijn weblog GeenStijl en zijn ‘reaguurders’ strafbaar in hun recente uitingen jegens vrouwen? Ja, zeggen advocaten.

Verschillende ondertekenaars van het zaterdag gepubliceerde manifest over GeenStijl ontvingen de afgelopen dagen (doods)bedreigingen via Twitter

Een „mooi executeer lijstje”, zo noemt twitteraar Wim (twitternaam @wimdubbel) op 5 mei een door GeenStijl gepubliceerde lijst met namen. Daarop staan de ondertekenaars van het zaterdag in NRC en de Volkskrant gepubliceerde manifest, waarin adverteerders werd opgeroepen na te denken of zij op de controversiële blog willen adverteren. Even later twittert Wim: „Wat zal ik juichen als @ryhertzberger een rechtse Volkert van der G [...] tegen komt. Wie durft?”

Meer ondertekenaars van het manifest ontvingen de afgelopen dagen (doods)bedreigingen via Twitter. Zo werd over één ondertekenaar gefantaseerd haar te „boeien, bal in d’r mond proppen”.

Rosanne Hertzberger, een van de initiatiefnemers van het manifest, overweegt aangifte te doen tegen de volgens Twitter in Spanje woonachtige Wim. Ook andere initiatiefnemers van het manifest overwegen juridische stappen.

Zijn de tweets strafbaar? „Absoluut”, zegt media-advocaat Otto Volgenant van Boekx Advocaten. „Zolang de bedreiging serieus is te nemen, als hij bijvoorbeeld niet ironisch is bedoeld, dan wordt de dreiger eigenlijk altijd door de rechter aangepakt. In dit geval moet ik niet om de tweet lachen, dus ik denk ook dat de rechter er de humor niet van in zal zien.” Er zijn talloze precedenten. „Geert Wilders doet ook altijd aangifte van doodsbedreigingen en als zo’n zaak aan de rechter wordt voorgelegd wordt de verdachte veelal veroordeeld.” Twitter moet de tweet in zo’n geval verwijderen en er kan ook een schadevergoeding of taakstraf worden opgelegd.

Niet onrechtmatig

GeenStijl handelde niet onrechtmatig door de lijst te publiceren, zeggen door NRC geraadpleegde mediajuristen. Het weblog roept volgens hen niet op tot het twitteren van doodsbedreigingen.

Voor een ander artikel kan de weblog volgens de juristen wél succesvol worden aangeklaagd. Vorige week zaterdag wijdde Volkskrant-columnist Loes Reijmer haar column aan de ‘seksistische’ cultuur op GeenStijl. Het kwam haar – voor de tweede keer – te staan op een artikel waarin Geenstijl-auteur Bart Nijman de lezer vraagt: „Zou u haar doen?” Daarop volgden talloze gewelddadige verkrachtingsfantasieën van de GeenStijl-bezoekers.

„De oproep is overduidelijk een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Reijmer”, zegt media-advocaat Christiaan Alberdingk Thijm van bureau Brandeis. „Haar goede naam en eer worden moedwillig door het slijk gehaald en dat is strafbaar.” De maatschappelijke commotie over de affaire vindt hij terecht. „Je wéét welke reacties zo’n artikel oproept op een platform als GeenStijl.”

Lees ook het door meer dan honderd vrouwen ondertekende manifest: Beste adverteerders, betaal niet mee aan GeenStijl en Dumpert

Satire en maatschappelijk belang

In juridische zaken over digitale pesterijen gaat het meestal over de grens tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming tegen aantasting van de persoonlijke levenssfeer. Als er sprake is van satire of de kwetsende opmerking een overtuigend maatschappelijk belang dient, kan de rechter de uitspraken onder de vrijheid van meningsuiting scharen. „Van beide is in dit geval geen sprake”, zegt Alberdingk Thijm. „GeenStijl zal aanvoeren aan satire te doen, maar dat gaat denk ik niet op; de rechter zal zich ook kunnen voorstellen wat voor gevolgen zo’n oproep heeft.”

GeenStijl kan volgens de advocaten evenmin aanvoeren zelf geen kwetsende opmerkingen te hebben geplaatst. Dat is zo sinds het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2015 uitspraak deed in een beroemd geworden zaak tegen de Estlandse nieuwssite Delfi. Onder een kritisch artikel over het veerpontbedrijf SLK, werd de grootaandeelhouder van SLK bedreigd en doodgewenst. Het Hof stelde de site aansprakelijk voor de reacties. De boete viel mee: 320 euro, terwijl er 32.000 euro was geëist. Delfi kreeg in deze zaak overigens steun van veel internationale mediaorganisaties, waaronder De Telegraaf en NRC.