Recensie

Jeugdige kracht in aria’s van onbekende castraat

De sirene onder de sirenen, luidde de bijnaam van de castraat Nicolò Grimaldi. „Hij geeft nieuwe waardigheid aan koningen, nieuwe onstuimigheid aan helden en nieuwe beminnelijkheid aan geliefden”, schreven Engelse muziekcritici, toen ‘Nicolino’ in 1711 de titelrol zong in Rinaldo. De countertenoren ontfermen zich tegenwoordig over de erfenis van de inmiddels uitgestorven castraten. Zo droeg Philippe Jaroussky albums op aan Carestini en Farinelli en richtte Franco Fagioli de schijnwerpers op Caffarelli. Deze castraten waren - net als Braziliaanse voetballers - doorgaans beroemd onder hun korte koosnaam. Ook de vrijwel vergeten Nicolino, aan wie de onbekende Italiaanse countertenor Carlo Vistoli nu een verrassend mooie cd wijdt. Met het nieuwe barokensemble Talenti Vulcanici uit Napels werpt hij zich op Händel, Sarro, Scarlatti en Pergolesi. Hun spel straalt van jeugdige kracht, souplesse en vuur.