Hof: Rusland stuurde bewust aan op faillissement Yukos

Rechtszaak

Het Kremlin heeft met naheffingen en excessieve boetes olieconcern Yukos in handen gekregen, oordeelt het Amsterdamse hof.

Yukos Oil kwam tijdens de privatiseringen van de jaren negentig in bezit van Michaïl Chodorkovski. Foto Jeremy Nicholl / Hollandse Hoogte

Het gerechtshof Amsterdam heeft dinsdag nog net niet de hele Russische rechtspraak in gebreke gesteld, maar de uitspraak in de Yukos-zaak laat aan duidelijkheid weinig te wensen over.

De Russische overheid heeft in 2006 bewust aangestuurd op het faillissement van de machtige oliemaatschappij Yukos Oil door misbruik te maken van de eigen belastingregels, aldus het hof. Met andere woorden: het Kremlin heeft Yukos dat in handen was van Poetin-rivaal Michaïl Chodorkovski onteigend.

Die uitspraak betekent niet alleen een belangrijke overwinning ten gunste van de voormalige aandeelhouders in deze zaak waar het in totaal om 1,2 miljard dollar gaat, maar mogelijk ook in de nog veel grotere zaak die voor het gerechtshof Den Haag speelt. Daar staan de voormalige aandeelhouders tegenover de Russische Federatie en is de inzet 50 miljard dollar.

Het Amsterdamse hof volgt weliswaar de eerdere uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat Yukos onder leiding van Chodorkovski gefraudeerd heeft met de vennootschapsbelasting. Dat zou zijn gebeurd door middel van een web van dochterbedrijfjes in belastingvrije zones, binnen en buiten Rusland. Maar, aldus het hof, de naheffingen die Yukos vervolgens kreeg opgelegd – vele miljarden – deugden niet en hadden slechts tot doel om het faillissement uit te lokken.

Yukos, een korte tijdlijn:

De Nederlandse link

De uitspraak van dinsdag betreft het hoger beroep door de Russische koper uit het faillissement, Promneftstroy, een vehikel van de Amerikaanse durfinvesteerder Richard Deitz. Hij kocht een buitenlandse tak van Yukos Oil, Yukos Finance B.V, in 2007 uit de boedel voor 300 miljoen dollar.

De reden dat die strijd in Nederland wordt gestreden is dat het kapitaal van Yukos Finance – 800 miljoen dollar – achter een beschermingsconstructie met een Nederlandse stichting was geplaatst. Om bij hun geld te kunnen moesten Promneftstroy en Deitz bewijzen dat het faillissement van Yukos indertijd rechtmatig was geweest.

Maar dat is niet gelukt en de brokken zijn nu voor Deitz en Promneftstroy zelf, zegt het hof. De curator was nooit bevoegd om Yukos Finance te verkopen en de koper heeft „met open ogen het risico genomen”.

In de processtukken die in november 2016 in NRC werden gepubliceerd werd tot in detail aangetoond dat de curator die de boedel veilde, werd omgekocht en dat het oliebedrijf Rosneft – dat het grootste deel van Yukos in handen kreeg – vervolgens direct meeschreef aan gerechtelijke vonnissen in het eigen voordeel. Daarmee probeerde Rosneft zelfs indirect de Nederlandse rechtspraak te beïnvloeden, geholpen door het Amnerikaanse advocatenkantoor Baker Botts. Rosneft staat onder leiding van Igor Setsjin, een vertrouweling van Poetin. Uit de processtukken blijkt dat het Kremlin zelf de regie heeft gevoerd bij de onteigening van Yukos.

Politiek glad ijs

Op deze politiek uiterst gevoelige punten gaat het gerechtshof niet in. Het hof volstaat met de constatering dat met de naheffingen en „excessieve boetes” die Yukos in 2006 kreeg opgelegd niet alleen de „Russische belastingregels zijn geschonden, maar dat dit is geschied met het kennelijke oogmerk om betalingsonmacht en uiteindelijk het faillissement van Yukos Oil uit te lokken”.

Bij de zaak die voor het gerechtshof Den Haag speelt, gaat het strikt genomen om de vraag of Rusland ten tijde van het faillissement van Yukos wel of niet gebonden was aan het Energiehandvest dat buitenlandse investeerders had moeten beschermen. Dat internationale verdrag was toen wel getekend, maar nog niet geratificeerd in de Doema. In eerste instantie oordeelde het Internationale Hof van Arbitrage van wel en veroordeelde de Russische Federatie tot een boete van 50 miljard dollar. Dat arbitrale vonnis ging later bij de Haagse rechtbank onderuit. Ook hier draait de bewijsvoering om de rechtsgeldigheid van het faillissement in 2006. Het beroep dient later dit jaar.