Column

Hoe méér managers, hoe beter

Managers verstikken, doen niks en lopen iedereen voor de voeten met hun ideetjes en gedoetjes, maar Japke-d. Bouma vindt ze een zegen. “Wat zeg ik: we worden allemaal manager.”

Ik hoor mijn hele leven al dat er op kantoor veel te veel managers zijn en dat het hoog tijd wordt deze hinderlijke leemlaag eens weg te snijden. Want managers verstikken, ze doen niks en ze lopen iedereen voor de voeten met hun ideetjes en gedoetjes. Natuurlijk. Als er geen managers waren hoefden we nooit meer te brainstormen, konden we gewoon weer zittend vergaderen, hadden we geen functioneringsgesprekken, hoefden we geen targets te halen, konden we lekker thuiswerken en kwamen we eindelijk weer eens aan werken toe überhaupt. Maar helemaal geen managers meer? Man. Ik vind managers juist een zegen. Ze betalen veel belasting waarvan allemaal mooie dingen in de samenleving betaald worden, je kunt ze overal de schuld van geven, je kan lekker tegen ze aanklagen en je kan ze uitlachen.

Er zijn wel onderzoeken die zeggen dat landen met meer managers minder innovatief en productief zijn maar dat zijn ook maar meningen. We hebben bij NRC weleens geprobeerd om zonder managers te werken, maar dat werd een enorm fiasco. Want we waren elke dag al om half één klaar, iedereen kon zich op zijn werk concentreren en niemand had ruzie. Dus dat hebben we snel teruggedraaid.

Ik vind het met managers ook spannender. Tegen een gewone collega zeg je: ‘Ik zie je dan en dan’ en klaar. Maar spreek je met een manager iets af, dan moet je een tijdstip ‘blokkeren’, krijg je van die mailtjes die geluidjes maken en kan het op het laatste moment ook weer afgezegd worden. Dat geeft je werkdag net dat stukje cachet.

En je kunt dus heel veel managers aannemen! Voor vrouwen geldt een glazen plafond, niet voor managers. Dus als je meer vrouwen in je bedrijf wil, noem ze dan manager en ze komen zonder problemen door het quotum.

Het beste idee is alle managers ‘senior managers’ te maken. Dan kun je er ‘junior managers’ bij aannemen. Of je vertaalt alle managers in het Engels, dan kun je de Nederlandse kwaliteits-, afdelings-, leveranciers- en relatiemanager gewoon houden en neem je er quality-, team-, supply chain- en accountmanagers bij aan.

‘Manager’ is ook de ideale titel voor de mens die niet precies weet wat hij doet, waar hij heen gaat en waar hij uiteindelijk moet uitkomen. Het ideale beroep voor de millennial. En je houdt altijd werk als manager! Een vuilnisman is klaar als alle zakken zijn opgehaald, maar de kwaliteit kan altijd beter (kwaliteitsmanager), er moet altijd wel iets gerealiseerd worden (realisatiemanager), iets gepresteerd (performance manager), er zijn altijd wel ergens mensen in een bedrijf (people manager) of een cluster waar naar gekeken moet worden (cluster manager).

En ze zijn creatief, die managers! Ze bedenken niet alleen steeds nieuwe dingen (scrummen, agile, lean, smart), ze bedenken ook steeds weer nieuwe managers (happiness managers, champagnemanagers en verwachtingsmanagers). Zo blijft je bedrijf altijd in beweging.

Ik wil dus niet minder, maar juist méér managers. Wat zeg ik: we worden allemaal manager. Want als iedereen manager is, begrijpen we elkaar, verdienen we meer, kunnen we alles delegeren en zijn er geen oorlogen meer, maar louter nog vergaderingen. O wacht. Dan doet dus niemand het werk meer. Maar dat komt wel. Met zo’n enorme batterij aan managers is daar zo weer een oplossing voor.

Meer #kantoorclichés via @Japked op Twitter