Recensie

Grote stemmen in intelligente Rigoletto

Intelligente regie

Bij De Nationale Opera brengt de jonge Italiaanse regisseur Damiano Michieletto Verdi’s revolutionaire opera Rigoletto als flashback in het gekkenhuis. De productie is overtuigend en intelligent, en er wordt geweldig in gezongen.

Nederland heeft geen warme band met Verdi’s Rigoletto. Gek eigenlijk. Naar welke opera zou je een operabeginner sturen – in de hoop die in één klap levenslang voor het genre te verhitten? Rigoletto zou zeker kanshebber zijn. Om de prachtige aria’s. De overstelpende hoeveelheid duisternis en leed. En om de verrukkelijk tragische slotakte met zijn noodweer, stormkoor en slordige huurmoord op de verkeerde.

De laatste DNO-productie van Rigoletto dateert van 1996. Een matig succes was dat; weinigen die er na de nieuwe productie van de jonge Italiaanse regisseur Damiano Michieletto (bij DNO eerder verantwoordelijk voor Rossini’s Il viaggio a Reims) nog aan zullen terugdenken.

Michieletto’s regieconcept is intelligent, origineel en consequent. Het kwam hem na de première te staan op een klein handjevol boe-roepers, maar ook zij zullen moeten erkennen dat Michieletto’s aanpak berust op een respectvolle analyse van partituur en libretto.

Theatraal is Rigoletto (1851) stroeve materie. Rigoletto, de gebochelde nar van de lichtzinnige hertog, wordt vervloekt door de vader van een onteerde dochter. Zijn eigen dochter Gilda voedt hij zeer beschermend op, maar zij wordt (in de kerk) natuurlijk toch verliefd op de hitsige hertog. Rigoletto schakelt een huurmoordenaar in, maar Gilda redt de hertog door zich voor hem uit te geven. In zijn plaats wordt zij vermoord.

Rokkenjagerskraker

Over de daaruit te destilleren thema’s kun je debatteren. Michieletto pakt het Freudiaans aan. Tijdens de ouverture tonen filmbeelden in zwart-wit al de afloop: Gilda’s lijk in de aarde, de blanke vingertoppen besmeurd met gore modder. Rigoletto staat er als in een maffia-epos ontroostbaar naast, en je weet: hij is gebroken, én schuldig.

De opera zelf speelt in een inrichting, waar Rigoletto als patiënt, uiterlijk én innerlijk, het verleden herbeleeft. Zo wordt tijdens de opkomstaria van de Hertog (de monter immorele rokkenjagerskraker ‘Questa o quella’) gehost met een lijkenzak en dragen alle koorleden een masker met de smalende kop van de hertog.

Rigoletto wordt geplaagd door herinneringen (op film) aan Gilda als klein meisje, die al veel eerder leed aan haar veel te drastisch ingeperkte vrijheid. Ze maakt akelige kindertekeningen van huilende koppoters in kooien. Voor Rigoletto, beseffen we, is Gilda altijd kind gebleven, en waar hij op het toneel met haar interageert is dat met een pop die op haar lijkt – niet met de echte Gilda die rondingen en verlangens heeft. Waar de volwassen Gilda op het toneel sterft, ontsnapt de jonge Gilda op film uit het raam van haar kinderkamer, en zien we haar door een weide blij lachend de einder tegemoet hollen. Vrij! Het klinkt als psychokitsch. Maar er klinkt Verdi bij. Dus het werkt.

Droomdebuten

Hoewel het concept doorwrocht is, oogt de productie – een klinisch lege, mintgroene ziekenzaal –rustig. Daardoor ervaar je Michieletto’s ingrepen nergens als te ingrijpend en kan veel aandacht uitgaan naar de tweede krachtmotor van de voorstelling: de geweldige cast, bomvol droomdebuten.

Tenor Saimir Pirgu is een sterke, iets ongrijpbare Hertog, van wie de zoetgevooisdheid gedurende de drie aktes groeit. Bariton Luca Salsi is een lekker gruizige Rigoletto – theatraal én vocaal overtuigend getourmenteerd - met de duistere prijsaria ‘Cortigiani, vil razza dannata’ tegen een achterwand van kindertekeningen als hoogtepunt.

Echt goed getypecast is ook de meisjesachtig spontane, prachtig heldere Gilda van Lisette Oropesa. En bas Rafal Siwek is een grootse Sparafucile: kernachtig diep.

Dirigent Carlo Rizzi, voor DNO een betrouwbaar Verdi-veteraan, leidt het Nederlands Philharmonisch Orkest met heldere hand, waardoor vrijwel alle lastige ensembles vocaal en orkestraal strak onder elkaar staan en het prachtige, messcherp zingende mannenkoor maximaal indruk kan maken („Zitti, zitti”). Het succes was ovationeel. En op de volgende veelbelovende Verdi is het voor Amsterdamse begrippen zeldzaam kort wachten: het operaseizoen opent na de zomer met La forza del destino met Eva-Maria Westbroek.