Recht & Onrecht

Gebrek aan onafhankelijkheid is soms een kwaliteit voor een advocaat

Een advocaat kan zo diep betrokken zijn bij een zaak, dat hij zich eigenlijk moet terugtrekken. De eerste Togacolumn van Diana de Wolff, naar aanleiding van de film Bram Fischer.

Van de folterscène aan het begin tot de arrestatie van de titelheld aan het einde is Bram Fischer een meeslepend court room drama. De film zette mij aan het denken over persoonlijke  betrokkenheid van advocaten bij de zaak van hun cliënten. Voor wie de film nog niet heeft gezien: doen.

Bram Fischer behandelt het strafproces dat in 1963 plaatsvond tegen Nelson Mandela en acht andere ANC-leden. Zij staan na een inval in de boerderij Rivonia wegens sabotageplannen terecht en worden in de rechtszaak tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. Bram Fischer, een Afrikaner met een succesvolle carrière, is hun raadsman. Hij is een kundige advocaat, een slimme ondervrager en een overtuigende pleiter. Zijn tegenspeler is de gedreven aanklager Yutar.

(tekst vervolgt onder video)

Voorafgaand aan het proces had Yutar Bram Fischer - een prachtig scène van een nogal ijzig onderhoud met een kopje thee - nog beloofd dat hij zich vrij kon voelen om de verdediging van de ANC-ers op zich te nemen. Als  Fischer kalm reageert in de trant van: “je bedoelt dat dat ook anders zou kunnen zijn?”, laat Yutar die vraag met veelzeggende blik onbeantwoord.

Spijtoptant

Halverwege de film wordt goed duidelijk hoe kwetsbaar de rol van de advocaat is, ondanks de toezegging van de aanklager. Met intelligente en stevige ondervragingen heeft Fischer inmiddels de nodige getuigenverklaringen ontzenuwd. De zaak dreigt voor Yutar de verkeerde kant op te gaan en de geheime dienst gaat zich met het proces bemoeien. Er wordt een getuige voorgebracht die met de ANC-kopstukken heeft samengewerkt, maar zich als spijtoptant ontpopt. Het lijkt een slappe figuur, maar kort na het begin van het verhoor kijkt hij Bram Fischer doordringend aan en vraagt hem opeens: “hebben wij elkaar niet al eens ontmoet?”

Fischer beëindigt het verhoor dan snel en is zo te zien een beetje geïntimideerd, tot verbazing van zijn collega-advocaten. Dan wordt duidelijk dat Fischer niet alleen als raadsman bij het proces betrokken is. Hij zou zelf de tiende verdachte zijn geweest als hij de bijeenkomst in Rivonia tijdig had kunnen bijwonen. Fischer was namelijk zeer actief in de verboden communistische partij van Zuid-Afrika en als sympathisant van het ANC  bij de Rivoniagroep en de sabotageplannen betrokken.

De film kent veel spannende(r) momenten. Maar de omslag door dit laatste getuigenverhoor zet aan het denken over het belang van onafhankelijkheid van zowel advocaten als aanklagers. Als een advocaat zelf belang heeft bij de uitkomst van een zaak of daarvoor moet vrezen, kan hij zich beter terugtrekken. Advocaten moeten hun cliënten immers de bijstand kunnen verlenen die zij behoeven, zonder door andere belangen te worden belemmerd of beïnvloed. Onafhankelijkheid is daarom een van de kernwaarden van advocaten. Fair trial houdt in dat als een openbaar aanklager de verdediging een toezegging doet, hij die nakomt en niet  zwicht voor druk van bovenaf.

Onrecht gewoon

Maar dat is allemaal makkelijk gezegd in onze tijd en in ons rechtssysteem. Onder invloed van onderdrukking en despotisme delven dit soort waarden snel het onderspit.

Bram Fischer was een moedig mens, die kort na het Rivonia-proces van het advocatentableau werd geschrapt en in 1965 tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld wegens zijn deelname aan de strijd tegen apartheid. Hij was een van de weinige blanken  die zich openlijk keerden tegen de structurele achterstelling van de zwarte bevolking van Zuid-Afrika. Hij stelde aan de orde hoezeer dat onrecht ‘gewoon’ was geworden, het kwaad banaal. In zijn eigen woorden: “The glaring injustice is there for all who are not blinded by prejudice to see.”

Het gebrek aan onafhankelijkheid in zijn rol als ANC-advocaat werd meer dan gecompenseerd door zijn overtuiging, moed en doorzettingsvermogen. Vermoedelijk hebben Mandela en diens medestrijders het aan Fischers inzet te danken dat destijds niet de doodstraf werd opgelegd. Yutar en de geheime dienst hadden dat graag zien gebeuren.

Dit is de eerste Togacolumn van advocaat Diana de Wolff, bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, advocaat of officier van justitie.