Cultuur

Interview

Interview

Foto Marc Royce

Eric Whitacre maakt van duizenden stemmen één koor

Eric Whitacre

De Amerikaan is de popster onder de koorcomponisten. Aan zijn ‘virtual choirs’ op internet doen duizenden zangers van over de hele wereld mee. Zaterdag dirigeert hij het Groot Omroepkoor.

Het lag niet voor de hand dat Eric Whitacre zou uitgroeien tot een van de bekendste koorcomponisten van deze tijd. Hij bracht zijn jeugd door in het Amerikaanse dorp Yerington, in tweeën gedeeld door Main Road, zo’n weg zonder begin en einde, die aan beide horizonnen oplost in de woestenij van Nevada. Het vormt een landschap dat aan de ene kant isoleert, maar ook „in al zijn openheid fluistert over eindeloze mogelijkheden, voor wie het maar horen wil”, zegt Whitacre.

Deze woestijn is een van de drie plekken die hem bezielen tot de ruimtelijke vocale lijnen die ruisen als de wind. Vaak bezoekt hij ook de Stille Oceaan, niet ver van zijn huis in Los Angeles, om te luisteren naar de golven. De derde plaats waar hij rust en inspiratie vindt, is een vliegtuig. „Gevangen in dat saaie decor kan ik eenvoudig naar binnen keren. Tegelijk ervaar ik de poëzie van het verheven zijn boven de aarde.”

Thuis bij zijn ouders in Yerington stond een piano, waar Whitacre (1970) zijn eerste muzikale onderricht kreeg. Hij haatte de lessen en speelde uitsluitend op zijn gehoor. Rond zijn veertiende kocht hij een synthesizer, waarop hij popsongs „voor en over meisjes” begon te componeren. „Ik droomde er als puber van bandlid te zijn van Duran Duran of Depeche Mode.”

Na de middelbare school ging Whitacre naar de Universiteit van Nevada, in gokstad Las Vegas, „waar tot mijn teleurstelling geen opleiding tot popster voorhanden was”. Op een dag vroeg een dirigent of het universiteitskoor misschien iets voor hem zou zijn. „Natuurlijk, zei ik beleefd. Maar eenmaal buiten dacht ik: No way. Dit zijn geeks, wereldvreemde gekken met wie ik niks te maken wil hebben.”

Sopraansectie vol mooie meiden

Een vriend bracht hem tot andere inzichten. „Je moet het doen, zei hij, aan het einde van het semester gaan we op tournee naar Mexico, alles wordt betaald, en de sopraansectie zit vol mooie meiden. Want dat laatste, daar draaide het toch om in mijn jeugdige beleving van muziek.”

En dus schoof Whitacre op een dag aan bij de bassen. „Ik zag ze rommelen in hun partituren, en langzaam viel er een stilte over het koor. Op het teken van de dirigent begonnen ze te zingen. Kyrie eleison uit het Requiem van Mozart. Heer ontferm u over ons. Zo voelde ik me ook, alsof een geheimzinnige stem me voor het eerst bij mijn werkelijke naam noemde. Nooit had ik zulke muziek gehoord: dat weefsel van stemmen, ingenieus in elkaar grijpend als tandwielen van een Zwitsers horloge. Zoveel onvermoede kleuren zag ik, dat mijn leven tot dan toe leek op een zwart-witfilm. Voor het eerst overviel me de ervaring wat het betekende om deel uit te maken van iets wat groter was dan ikzelf. Die koorrepetitie markeert de meest ingrijpende verandering in mijn bestaan.”

De tour naar Mexico ging door, en ja, zegt Whitacre, de sopranen waren stuk voor stuk betoverend. Maar inmiddels gold zijn fascinatie vooral de muziek zelf, niet meer de bijkomende voordelen. Koordirigent David Weiller maakte hem wegwijs in het notenschrift. Drie jaar later bedankte hij zijn leermeester met zijn eerste koorwerk Go, Lovely Rose. „Weiller zal altijd een vriend en mentor voor me blijven. Zijn aard is nederig, hartstochtelijk en kwetsbaar. Elke noot betekent leven en dood voor hem. Hij vertegenwoordigt al het goede wat ik nastreef.”

Dat eerste stuk, geschreven op zijn eenentwintigste, werd meteen opgepikt, waarna Whitacres loopbaan een grote vlucht nam. Hij manifesteert zich als een zendeling voor de kracht van het zingen. „De stem is het enige levende instrument. Zang kent in mijn ogen slechts weldadige werkingen: zij leert de mensen goed ademen, zij vermindert spanning, zij maakt hormonen aan die empathie en verbondenheid stimuleren, en haar teksten onderwijzen over talen, identiteit en geschiedenis.”

Die overtuiging inspireerde Whitacre onder meer tot het oprichten van zijn Virtual Choir. Het idee ontstond enkele jaren geleden, toen een meisje hem een video stuurde waarop zij een sopraanlijn uit een van zijn werken zong. Whitacre riep andere koorzangers op hetzelfde te doen. Hij zette de partijen van Sleep op internet, met een film waarin hij op camera het stuk dirigeerde, met een piano eronder als houvast. Inzendingen van over de hele wereld werden vervolgens tot één koor gemonteerd.

Zijn vierde en meest recente Virtual Choir – Fly to Paradise – is een samenvoeging van 8.409 video’s, van 5.905 zangers uit ruim honderd landen. „Brieven van deelnemers bewijzen hoe heilzaam zingen is voor de ziel, en hoe groot hun verlangen naar verbinding is”, zegt Whitacre. „Die menselijke ervaring is voor mij het fundament van de muziek. Er gaat een vreemde betovering uit van de hunkerende wereld waarin we allemaal geworpen worden.”

Whitacre en Groot Omroepkoor, za 13 mei, ZaterdagMatinee, Concertgebouw, Amsterdam. Ook: NPO Radio4.