De erfenis van stille hervormer Hollande

Afscheid François Hollande Zondag vertrekt president François Hollande uit het Élysée. Frankrijk staat er sterker voor dan vijf jaar geleden, vindt hij zelf.

Hollande deze week met zijn opvolger Macron bij de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Foto Francois Mori/EPA

François Hollande is altijd goed geweest in herdenken. Met de reeks aanslagen die Frankrijk onder zijn presidentschap te verstouwen kreeg, werd hij er noodgedwongen specialist in. Zijn sobere toon, zijn ingetogen blik en vooral die stugge motoriek die een soort verslagenheid uitstraalt, hebben sinds 2012 zijn presidentschap gemarkeerd.

Ook bij zijn laatste publieke toespraak als staatshoofd, woensdag in de Jardin du Luxembourg, werd er weer herdacht. Het ging over de slavernij, maar Hollande maakte en passant de balans op van zijn eerdere herdenkingswerk en stipte enige actuele misstanden aan waar Frankrijk zich moet doen gelden. „Er is nog veel te doen, meneer de president”, zei hij met een schalkse lach naar de eregast van de ceremonie, de zondag gekozen Emmanuel Macron.

Het was niet voor het eerst dat Hollande zelf resumeerde wat hij de afgelopen vijf jaar zoal gedaan heeft. Sinds hij in december liet weten geen kandidaat te zijn voor zijn eigen opvolging, was er niemand in de Franse politiek, en zeker niet in zijn Parti Socialiste, die de moeite nam het regeringsbeleid te verdedigen. „Frankrijk staat er sterker voor dan vijf jaar geleden”, zei Hollande eind maart, midden in de verkiezingscampagne. „Omdat weinigen het zeggen, zal ik het in hun plaats doen.”

Hij doelde vooral op de economie. Die draait beter dan toen hij het Élysée betrok. „Ik heb een land geërfd waarin de staatsschuld en de schuld van de sociale verzekeringsfondsen explodeerden, dat onder druk stond van de financiële markten en dat in zijn toekomst werd bedreigd door zijn afnemende concurrentiekracht”, schrijft hij in een 76 pagina’s tellende balans die sinds een paar dagen op de site van het Élysée staat.

Met onder anderen de Duitse bondskanselier Angela Merkel tijdens de grote mars in Parijs na de terreuraanval op Charlie Hebdo (januari 2015). Foto Olivier Hoslet/EPA

Het Franse bedrijfsleven verwacht dit jaar twee miljoen nieuwe banen te creëren. Dat is een record sinds 2002, meldde Pôle Emploi, het Franse arbeidsbureau, onlangs. De werkloosheid daalt, de economie groeit weer wat sneller, de industriële productie is in maart 2 procent toegenomen en het consumentenvertrouwen is al vier maanden stabiel. Zelfs het nog altijd grote handelstekort is dit jaar iets teruggelopen. De staatsschuld is met bijna 100 procent van het bbp nog erg hoog, maar voor het eerst in tien jaar zou het begrotingstekort in 2017 onder de in de eurozone voorgeschreven 3 procent moeten uitkomen.

Dat is vooral te danken aan de gunstiger conjunctuur. „Maar terwijl in het buitenland de indruk bestaat dat Frankrijk nog altijd niet hervormd heeft, is een groot aantal verbeteringen ook te danken aan het regeringsbeleid”, verzekert Agnès Bénassy van de Conseil d’Analyse Économique, een wetenschappelijke adviesraad.

Er is bezuinigd, waardoor het miljardentekort bij de fondsen voor de sociale voorzieningen is weggewerkt. Met de ‘Loi Macron’ zijn enkele sectoren geliberaliseerd en werd zondagswerk gemakkelijker. Ook is de arbeidswetgeving versoepeld. Dat waren bescheiden stapjes. „Maar deze regering vond dat je beter realistisch kunt hervormen dan alles op zijn kop zetten.”

Toch is Hollandes presidentschap ook door zijn hervormingszin ontspoord. Toegegeven, het begin was al niet gelukkig. Hij werd president omdat de Fransen van zijn voorganger, Nicolas Sarkozy, af wilden. Hij begon al weinig populair en zijn gebrek aan autoriteit en soms aarzelende voorkomen maakten het er niet beter op. Terwijl hij had gehoopt dat openstelling van het huwelijk voor homokoppels hem in het eerste jaar de dynamiek zou geven die Mitterrand kreeg door de doodstraf af te schaffen, bleek die wet juist het begin van nooit meer eindigend verzet.

Dat verzet kwam aanvankelijk van rechts, maar naarmate zijn presidentschap vorderde, werd zijn eigen partij de werkelijke oppositie. Dat kwam vooral door zijn ideologische draai eind 2013. Terwijl hij de campagnes was ingegaan als „socialist” bekeerde hij zich met lastenverlichting voor bedrijven tot „sociaal-democraat”: een binnen de Franse context niet mis te verstaan onderscheid.

in de Malinese stad Timboektoe na de Franse interventie (februari 2013). Foto Fred Dufour/EPA

De man die als eerste secretaris van de PS jarenlang alle gradaties links bijeen hield, zag als president zijn partij uit elkaar vallen. Hollande werd een „revolutionair ondanks zichzelf”, schreef Le Monde in maart 2016 al. Terwijl zijn economisch adviseur en latere minister Macron verder wilde hervormen, probeerden opstandige partijgenoten als Benoît Hamon hem tegen te houden. Alleen op buitenlands gebied was hij nog president van alle Fransen. Zelf noemde hij zijn onthaal in Mali na de Franse interventie daar „de mooiste dag van mijn leven”. Internationaal, schreef VN-watcher Richard Gowan onlangs, zal oorlogspresident Hollande „gemist worden”.

Zondag draagt hij de macht over aan de jongeling die hij deze week met vaderlijke gebaren (een hand op de rug, een geruststellende blik) langs verschillende ceremonies leidde. Wat Hollande gaat doen is nog onduidelijk. Hij is pas 62 en wil nog niet met pensioen, heeft hij gezegd. De roddelbladen hopen op een snel huwelijk met zijn lang verborgen gehouden vriendin, actrice Julie Gayet.

Zijn entourage zegt dat hij nu eerst een huis wil vinden in de Corrèze, het departement waar zijn politieke carrière begon. Hij is sowieso de eerste ex-president die te maken heeft met een iets minder royale pensioenregeling dan zijn voorgangers. Ook dat was een van zijn hervormingen.