Recensie

De veronderstelde vriendschap tussen Rembrandt en Six

Rembrandt zou goed bevriend zijn geweest met de rijke Amsterdamse magistraat Jan Six. De vriendschap staat centraal in een nieuwe tentoonstelling.

Rembrandt van Rijn, detail uit Jan Six (1647), ets. Museum Het Rembrandthuis

Aan een van de etsen van Rembrandt zit een aardige anekdote vast. Het prentje uit 1645 toont in een kaal en vlak landschap een gezicht op een eenvoudige brug met houten leuningen. In het water van de vaart ligt een zeilschip en op de brug staan twee mannetjes te praten. De achttiende-eeuwse Franse Rembrandtkenner Edmé-François Gersaint vermeldt dat de ets het resultaat is van een weddenschap tussen de schilder en een van zijn opdrachtgevers, de rijke Amsterdamse magistraat Jan Six (1618-1700).

Volgens het verhaal bevonden de mannen zich op het buiten van Six, waar ze de maaltijd zouden gebruiken. Rembrandt beweerde dat hij sneller een prent kon maken van het omringende landschap dan de bediende van Six heen en weer naar het dorp kon lopen om het bij de dis ontbrekende potje mosterd te halen. De ets, die vanwege dit verhaal bekend staat onder de titel Het bruggetje van Six zou daarmee getuigen van de persoonlijke omgang en zelfs een vriendschappelijke verhouding tussen de kunstenaar en de patriciër.

Geert Mak schreef een boek over Jan Six. Lees het interview: Puissant rijke families zijn vaak zeer zuinig.

Verwante ziel

Deze romantische voorstelling van zaken is later vaak betwist. Ook in de bescheiden expositie die het Rembrandthuis nu wijdt aan de tastbare overblijfselen van die veronderstelde vriendschap, wordt het verhaal als hypothetisch opgevoerd. Maar het is een feit dat Rembrandt de dichter, schrijver en eenmalige burgemeester van Amsterdam Six persoonlijk kende. Het is niet moeilijk voor te stellen dat hij in de persoon van Six, die net als hij een fervent verzamelaar van schilderijen en zestiende-eeuwse grafiek was, een verwante ziel zal hebben herkend. Rembrandt droeg met een tekening bij aan het album amicorum van Six. En hij maakte twee maal diens portret: omstreeks 1654 een magistraal schilderij (niet in de expositie) en zeven jaar eerder een beroemd geworden ets.

Nicolaas Pieneman, Rembrandt in zijn atelier, 1852, schilderij. Foto Amsterdam Museum

Die prent vormt het uitgangspunt van de tentoonstelling. Aan de hand van bruiklenen uit onder meer de collectie die nu nog steeds in bezit is van de familie, laat zich het ontstaansproces ervan prachtig reconstrueren. Van de eerste schetsen tot de verschillende staten van de ets. Zelfs de originele koperplaat wordt getoond. Jan Six staat als man van nog geen dertig ontspannen en met het zonlicht op zijn lange krullen bij het raam een manuscript te lezen. De rest van het vertrek is vrij donker en gevuld met attributen zoals een zwaard, een schilderij en een stapel boeken, die duiden op de professie en liefhebberijen van de geportretteerde.

De virtuoze manier waarop Rembrandt de portretprent concipieerde, in een zelfbedachte combinatie van etstechniek en droge naald, bleef niet onopgemerkt. De compositie is in de achttiende en negentiende eeuw vaak gekopieerd en overgenomen om portretten van andere geleerde jongelingen naar te modelleren.

Emblematisch voor het populaire maar uiteindelijk toch nogal speculatieve idee van een innige vriendschap is een onderhoudend schilderij van de negentiende-eeuwse kunstenaar Nicolaas Pieneman (1852). Daarin heeft Rembrandt zelf de plaats ingenomen van Jan Six. Staande bij het raam bestudeert hij de prent die hij zelf had gemaakt van de beeltenis van zijn veronderstelde vriend.