Recensie

‘De Nieuwe Maan’ goed voor zichtbaarheid moslims

Zap

Het is goed dat het programma over islam, integratie en religie een plek op primetime heeft gekregen bij de NPO, schrijft tv-criticus Hans Beerekamp.

Danny Ghosen op reportage voor 'De Nieuwe Maan' (NTR).

Nu steeds minder mensen lineair naar televisie kijken, zou het weinig verschil meer moeten maken op welk tijdstip een programma uitgezonden wordt. Toch is dat nog onverminderd van levensbelang. In de vijf jaar dat De Nieuwe Maan (voorheen De Halve Maan) door de NTR op vrijdagmiddag geprogrammeerd stond, heb ik het nauwelijks opgemerkt. Met ingang van deze week staat het actuele magazine over islam, integratie en religie in Nederland op dinsdag primetime geprogrammeeerd en ik verwijt mezelf dat ik er niet eerder naar gekeken heb.

Dat is ook precies wat in de eerste avonduitzending EO-presentator Tijs van den Brink naar het hoofd geslingerd kreeg. Hij wil meer te weten komen over de hem onbekende moslimwereld en bereidt een programma voor, waarin hij tijdens de ramadan drie dagen doorbrengt bij een vastend gezin. Enis Odaci, eindredacteur van de mij ook al ten onrechte onbekende website Nieuw Wij, vindt die omgekeerde integratie maar een beetje raar initiatief: „Alsof Freek Vonk op safari gaat bij een onbekende diersoort.”

Maar ja, als het er in ruim veertig jaar nog niet van gekomen is, dan moet je toch ergens beginnen. Mehmet Cerit, hoofdredacteur van de krant De Kanttekening (voorheen Zaman Vandaag) constateert terecht dat de ‘mainstream moslim’ in de Nederlandse media zo goed als onzichtbaar is. Een programma als De Nieuwe Maan kan daar goed iets aan veranderen, zodra het zich van de netcoördinator buiten het minderhedengetto van de middagtelevisie mag begeven.

De vormgeving verschilt nauwelijks van elke andere talkshow: aan tafel een presentator (de Nederlands-Marokkaanse cultureel antropoloog Nadia Moussaid) en verschillende gasten, die twee grote onderwerpen behandelen. Dat waren deze week de transformatie van Cerits voorheen gülenistische krant tot een „progressief liberale” publicatie, die de banden met Turkije zo veel mogelijk doorsnijdt, en het nieuwe programma van de EO.

Dan is er een reportage van een „poldernomade”, in dit geval de oorspronkelijk Libanese christen Danny Ghosen, die in de Parijse banlieue peilt hoe erover Macron gedacht wordt. In het Arabisch en het Engels gaat dat niet heel makkelijk, maar de steun voor de nieuwe president overheerst die van de incidentele aanhanger van het Front National onder Franse moslims. Ten slotte is er een (bijzonder flauwe) column over Feyenoord van een zekere Yahia Yousfi, die op een keyboard een Arabisch aandoende versie van Geen woorden maar daden ten gehore brengt.

De beide gesprekken zijn echter wel scherp en relevant. Moussaid is een prettige en niet gemakkelijk af te schepen interviewer, die bijvoorbeeld Cerit stevig doorzaagt over zijn stelling dat moslims niet met macht om kunnen gaan. De Turkse president Erdogan noemt hij een voorbeeld van iemand die als democraat begon maar steeds autocratischer werd. Het is duidelijk dat Cerit toch nog steeds erg bezig is met „Turkije-issues”. In de kop van een interview in zijn vernieuwde krant met de bij Denk vertrokken woordvoerder Ian van der Kooye noemt deze partijkopstukken Kuzu en Öztürk „nep, dominant en narcistisch”.

De politieke verdeeldheid onder Turken is nog vele malen groter dan wij denken, verklaart ook Özcan Akyol in DWDD, en dat wil hij ons toelichten in zijn documentaireserie De Neven van Eus (NTR). Er is nog veel zendingsarbeid nodig om de informatieachterstand in Nederland weg te werken. Ik ben blij met de nieuwe plaats van De Nieuwe Maan.