De baas moet de beurskoers voelen

Beloningsbeleid

De top van het bedrijf moet de langetermijnbelangen dienen. Hoe? Laat hem maar voor miljoenen aandeelhouder worden.

Foto Koen van Weel/ANP

Meer bonus voor de baas? Dan moet-ie ook maar meer geld beleggen in zijn eigen bedrijf.

Beursgenoteerde ondernemingen bemoeien zich steeds indringender met de manier waarop hun topmanagers hun bonus besteden.

Zij moeten van hun werkgever voor steeds hogere bedragen aandelen hebben in de onderneming die zij leiden. „Grote beleggers zien graag dat er parallelle belangen zijn tussen beleggers en bestuurders”, zegt Rients Abma van Eumedion, een vereniging waarbij alle grote Nederlandse vermogensbeheerders, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, zijn aangesloten. Het wel en wee van de onderneming en de hoogte van de beurskoers hebben dan serieuze gevolgen voor de hoogte van de (potentiële) rijkdom van bestuurders, zoals het ook gaat bij hun aandeelhouders.

Lees ook het nieuwsbericht: Bedrijfstop moet zelf investeren

Op de aandeelhoudersvergadering van Philips moeten de aandeelhouders deze donderdagmiddag stemmen over een verhoging van de bonussen voor de top. De commissarissen van Philips, die het beloningsbeleid uitstippelen, vinden dat bestuursvoorzitter Frans van Houten een hogere langetermijnbonus moet kunnen verdienen. Die langetermijnbeloning wordt, zoals dat in de praktijk gaat bij grote ondernemingen, uitbetaald in aandelen van de werkgever. De bonus is een percentage van het vaste salaris: hoe beter de prestaties, des te hoger het percentage en dus het aantal uitgekeerde aandelen.

Philips komt met zijn voorstel na de splitsing van het concern, vorig jaar, in twee aparte beursgenoteerde ondernemingen. De een is Philips Lighting, de ander heet nog steeds Philips en concentreert zich op medische technologie. Philips wil nu het percentage aandelen in de langetermijnbonus verhogen van 120 naar 200 procent van het vaste salaris. Met die hogere beloningen wil Philips serieus concurreren op de arbeidsmarkt voor toptalent en topkader in de technologiesector.

Hand in hand met de verhoging van de bereikbare bonus gaat de plicht om een grotere aandeelhouder te worden. Van Houten moet straks ten minste 400 procent van zijn vaste salaris in aandelen Philips bezitten: ten minste ruim 4,8 miljoen euro. Dat percentage is nu 300 procent. Van Houten bezat eind 2016 volgens het Philips-jaarverslag 189.824 aandelen. Actuele waarde: 6,2 miljoen euro.

Hoe Britser, hoe strenger

Met die 400 procent komt Philips dichter bij de normen die half Nederlandse, half Britse multinationals als zeep- en voedingsbedrijf Unilever, oliemaatschappij Shell en wetenschappelijk uitgever RELX opleggen.

Zij voegen zich al langer naar de opvattingen van de grote geldbeheerders in de Londense City. Het verplichte aandeelhouderschap is in de beleggerswereld een onderwerp dat steeds hoger op de agenda komt. Een van de allergrootste beleggers ter wereld, het Noorse staatsfonds (862 miljard euro vermogen), heeft zich onlangs ook uitgesproken voor uitbreiding van de beleggingsverplichting voor bestuurders. Het fonds, dat de olie-inkomsten van Noorwegen belegt voor toekomstige generaties, bezit naar eigen zeggen ruim 2 procent van de aandelen in beursgenoteerde Europese ondernemingen. In Nederland is het fonds een aandeelhouder van betekenis in Shell, KPN, verzekeraar NN en uitgever RELX.

Het Noorse staatsfonds pleit er in een nieuw richtsnoer voor dat bedrijven hun topmanagers voor een substantieel deel betalen in aandelen. Het topkader moet die aandelen voor vijf, of liever nog tien jaar aanhouden. Op die manier verplichten topmanagers zichzelf ook tot waardecreatie op lange termijn, niet tot kortstondige stimulansen die de koers opkrikken.

De multinationals met Angelsaksische wortels en veel buitenlandse aandeelhouders, zoals Shell en Unilever, stellen hogere eisen aan de hoogte van de beleggingen van hun topkader én rapporteren er duidelijker over. Zij moeten wel volledige openheid geven, omdat zij jaarlijks hun beloningsbeleid moeten verdedigen op hun aandeelhoudersvergadering en ter stemming moeten voorleggen. Voor Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen bestaat die plicht pas in 2020.

De man van 4.439 procent

Het gros van de ondernemingen verplicht zijn topmanagers niet om met eigen geld aandelen op de beurs te kopen, zoals beleggers doen. Doorgaans mag een bestuurder de aandelen die hij ontvangt als langetermijnbonus meetellen om aan de verplichtingen te voldoen. Dat betekent wel dat hij die aandelen niet meer mag verkopen.

Een opmerkelijk voorbeeld daarvan is directievoorzitter Paul Polman van Unilever. Hij moet met ingang van dit jaar 500 procent van zijn vaste jaarsalaris in aandelen Unilever belegd hebben. Dat was tot nu toe 400 procent.

Hij bezat eind 2016 ruim 1,1 miljoen aandelen van zijn werkgever. De meeste van Polmans aandelen zijn van de Nederlandse Unilever NV: 824.245 stuks. Van dat pakket heeft hij er ooit 61.920 zelf gekocht, de meeste in de zomer van 2010. Dat was vrij snel na zijn benoeming op 6 november 2009. Hij moest toen voldoen aan de verplichte belegging in aandelen Unilever. Polman betaalde toen prijzen tussen 21,22 en 21,85 euro per aandeel. De koers is nu bijna 49 euro.

Maar de overige aandelen? Hoe komt hij daaraan? Die heeft Polman door de jaren heen gekregen als beloning voor zijn werk. Unilever betaalt hem een vast salaris, een contante bonus én een langetermijnbonus. Die langetermijnbeloning wordt uitgekeerd in aandelen Unilever.

Op basis van de actuele beurskoers zijn die aandelen ongeveer 55 miljoen euro waard. Dat is 4.439 procent van zijn vaste salaris.