Onderzoek rond douanier Gerrit G. leidt naar bekende misdaadfamilies

Foto Victor Wollaert/ANP

Een aantal bekende misdaadfamilies is in beeld gekomen bij het onderzoek naar de corrupte douanier Gerrit G. die smokkelaars heeft geholpen om cocaïne door de Rotterdamse haven te loodsen. Volgens een advocaat die het dossier goed kent, is het niet ongebruikelijk dat grote criminelen gebruikmaken van drugslijnen die succesvol zijn gebleken.

Het onderzoek naar G begon met de onderschepping van 300 kilo cocaïne in december 2013. Dat transport wordt toegeschreven aan Rinus M., een Rotterdamse crimineel die in april 2014 is geliquideerd. Na zijn dood vond de politie informatie waarmee het netwerk van Rinus M. in kaart is gebracht. In een vertrouwelijke berichtenwisseling na de onderschepping van de drugs, waarin Rinus M. ernstig wordt bedreigd, duikt ene Andy R. op. Hij is een zoon van de Vinkeveense drugsbaron Greg R. Andy’s broer Jesse R. is een hoofdverdachte in het Passage-onderzoek naar moord in de Amsterdamse onderwereld.

Rinus M. lijkt ook zaken te hebben gedaan met ene Omar M, een Nederlander met Pakistaanse wortels die zich stiefzoon noemt van Klaas Bruinsma, de Amsterdamse godfather van de hasjhandel die in 1991 werd vermoord. Omars vader, Mustapha M., onderhield als drugshandelaar banden met Bruinsma.

Omar M. doet tijdens een informeel getuigenverhoor met de politie een aantal opmerkelijke uitspraken. Zo zegt hij samen te werken met een Mexicaans drugskartel en stelt hij over onderzoeksdossiers over drugshandel te kunnen beschikken vanwege „justitiële corruptie”.

Omar M. noemt ook een andere bekende naam uit het Rotterdamse milieu: Cock S., eveneens een oude vriend van zijn vader. Cock S. kende Rinus M. uit Rotterdam en werd in de jaren negentig veroordeeld voor zijn rol bij cocaïnetransporten uit Suriname. De drie mannen worden voorzover bekend niet vervolgd voor hun rol in de strafzaak van de douanier Gerrit G.