Recensie

Wij zijn levende batterijen voor het web

Dave Eggers’ wereldwijde bestseller The Circle, een schrikbeeld van een toekomst gedomineerd door sociale media, is nu oppervlakkig verfilmd met Emma Watson en Tom Hanks.

Emma Watson in The Circle. Foto EuropaCorp

Daar zit hij dan. Aan het einde van The Social Network, de biopic van David Fincher over Facebook-oprichter Mark Zuckerberg uit 2010. Hij staat op het punt om de wereld te veroveren met zijn nieuwe bedrijf, en zit achter zijn computer, zijn hoogstpersoonlijke controlekamer over zijn zelfgeschapen universum. De toekomstige multimiljonair is helemaal alleen. Even aarzelt hij. Dan stuurt hij het meisje op wie hij verliefd is een vriendschapsverzoek. The Social Network suggereert bijna dat Zuckerberg dat hele Facebook heeft bedacht om een meisje te kunnen krijgen.

Het is haast niet voor te stellen dat die film alweer zeven jaar oud is en Facebook zelf amper het dubbele daarvan. Achteraf bezien is die slotscène profetisch. Het gaat namelijk niet alleen om de wanhopige eenzaamheid van de door Jesse Eisenberg gespeelde Zuckerberg – nog fijntjes ondersteund door op de soundtrack plagerig Baby, You’re a Rich Man te laten horen van The Beatles. De scène laat de geboorte zien van de eerste socialemedia-junk. Steeds maar weer op die ververs-knop drukken. Ad infinitum. Gevangen in een online lus in de tijd. Elke keer die hoop op een beloning. Eisenbergs Zuckerberg had al duizend keer naar buiten kunnen lopen en met een bos bloemen op de stoep kunnen staan bij het meisje van zijn dromen. Maar hij wil haar veroveren vanuit zijn eigen wereld: een virtuele wereld die we allemaal in het afgelopen decennium als echter dan echt zijn gaan ervaren.

Onlangs werd de smartphone, waar Facebook en tientallen andere socialemedia-apps ons permanent in contact met de wereld houden in deze krant nog vergeleken met een dopaminepompje voor de hersenen: opzettelijk zo ontworpen dat we niet meer zonder kunnen. Wat in Silicon Valley ‘gewoontevorming’ wordt genoemd, heet in de volksmond gewoon verslaving.

Het is precies dat element dat de Amerikaanse schrijver Dave Eggers in 2013 beschreef in zijn toekomstroman The Circle – over helpdeskmedewerker Mae Holland die door het dolle heen is als ze wordt aangenomen bij internetbedrijf The Circle. Dat bedrijf is een soort supermix tussen Google, Apple, Facebook en Twitter. Wat aanvankelijk een technologisch paradijs lijkt – iedereen voor altijd met elkaar verbonden, nooit meer eenzaam – blijkt al snel een sekte, een dystopie waarin niemand meer aan elkaar kan ontsnappen.

The Circle is niet het eerste verhaal over de schaduwzijden en de dwang die uitgaat van sociale media. Eerder al waren er films als Catfish (2007), over nep-identiteiten online; Trust (2010) over online seksueel misbruik; Spike Jonzes Her (2013) over een man die verliefd wordt op de stem van een besturingssysteem; Unfriended (2014), een zogenaamde found-footage horrorfilm die bijna geheel gefilmd was vanaf een computerscherm. Het Italiaanse Perfetti sconosciuti (2016) ging over hoe ingewikkeld en ongemakkelijk het is om berichten op je telefoon met vrienden en vertrouwelingen te delen. Er zit vaak net als in The Circle een licht alarmistische vorm van technofobie in zulke films. Misschien dat alleen de dramaserie Mr. Robot (2015-) daaraan wist te ontsnappen, al zoomt ook dat drama in op de psychologische desintegratie die ontstaat als we de virtuele en de actuele werkelijkheid waarin we leven niet meer kunnen integreren.

Oerfilm aller computerfilms

En dan was er natuurlijk nog oerfilm The Matrix (1999), waarin de mensheid zonder het te weten is ingeplugd op een gigantisch computernetwerk. Niet voor niets wordt die film nog steeds aangehaald als metafoor voor hoe wij met de data die we online op sociale media delen het systeem ‘voeden’. In The Matrix blijken mensen een soort levende batterijen voor artificiële intelligentie.

Om in een bubbel van welvaart en veiligheid te kunnen leven, betalen we met onze vrijheid. Dat is de boodschap van The Circle. In de verfilming van het boek – dat voor velen een eye-opener was – zijn veel nuances verloren gegaan. Bij Eggers leef je lang mee met hoofdpersoon Mae. Je wilt stiekem eigenlijk ook wel op die campus leven en werken waar alles voor je geregeld wordt, van gezond eten tot feestjes. Ook de dwang om altijd bereikbaar te zijn is heel herkenbaar – iedereen heeft te veel onbeantwoorde mails in zijn inbox, en klikt gebruikerenquêtes weg. Ook klinken de slogans best aantrekkelijk. Wie kan er nou tegen ‘delen’ en ‘transparantie’ zijn? Dat zijn toch ook de waarden die we aan onze democratie toeschrijven? Wie niets te verbergen heeft, hoeft toch ook niet bang te zijn?

Lekker lo-fi

De technologische ontwikkelingen zijn de afgelopen vijf jaar zo snel gegaan, dat zelfs Dave Eggers ze niet allemaal kon voorzien. De begrippen waar we nu mee te maken hebben zijn ‘filterbubble’, ‘post-truth’ en ‘nepnieuws’. Regisseur James Ponsoldt, die eerder de David Foster Wallace-biopic The End of the Tour maakte, houdt het in zijn verfilming van The Circle lekker lo-fi. Er zijn relatief weinig computerschermen in beeld. In plaats daarvan focust hij vrijwel uitsluitend op de persoonlijke gevolgen en de gevolgen voor de verhoudingen tussen mensen. De vader van Mae krijgt een ziektekostenverzekering via The Circle, maar moet in ruil daarvoor wel webcams in alle kamers van zijn huis laten installeren.

Als Mae ook nog besluit om een zogeheten SeeChange-camera om haar nek te dragen, een alziend oog dat haar en haar omgeving voortdurend filmt, leidt dat tot allerlei pijnlijke situaties. Ook de knipperlichtrelatie met haar jeugdvriendje Mercer en het contact met haar beste vriendin Annie, die haar bij het bedrijf heeft binnengehaald, komen onder druk te staan.

De vragen waar het boek wél mee worstelt – wat doen we met al die data en informatie, wie controleert commerciële bedrijven als de politiek zich aan het bedrijfsleven uitlevert, en wat is de echte prijs van ons leven online voor onze vrijheid – krijgen daardoor in de filmversie veel te weinig ruimte.