‘Vrouw die nikab weigerde af te doen terecht gekort op bijstand’

Dat bepaalde de Centrale Raad van Beroep dinsdag. Door de weigering verkleint de vrouw haar kans op het vinden van werk.

Vrouw met een nikab. Foto Bart Maat / ANP

Een Utrechtse vrouw die meermaals weigerde haar nikab af te doen, is terecht gekort op haar bijstandsuitkering. Dat heeft de Centrale Raad van Beroep dinsdag bepaald.

Volgens de Raad maakt de weigering van de vrouw om de hoofdbedekking tijdens een werktraining af te nemen de kans dat zij snel werk vindt “zeer klein”: “Dit heeft tot gevolg dat onnodige druk wordt gelegd op de publieke middelen”.

Werk vinden

De islamitische vrouw was al langere tijd werkloos. Zij nam deel aan de werktraining om ervoor te zorgen dat ze sneller weer aan het werk kwam. Zij mocht hierbij wel een hoofddoek dragen, maar niet gezichtsbedekkende kleding als een nikab of boerka. De gemeente Utrecht is van mening dat dit laatste het vinden van werk belemmert.

Ondanks aandringen weigerde de vrouw uit religieuze overwegingen de nikab af te doen. Vervolgens kortte de gemeente voor twee maanden haar bijstandsuitkering.

Godsdienstvrijheid

De vrouw spande uit protest een rechtszaak aan. Zij vindt dat het dragen van een nikab, ook tijdens een werktraining, onder de godsdienstvrijheid valt. Haar recht op het belijden van haar religie zou door de strafmaatregel worden geschonden.

De Raad had begrip voor het standpunt van de vrouw, maar vond de argumenten van de gemeente zwaarder wegen. Een bijstandsgerechtigde heeft namelijk de plicht om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan en zonder publieke middelen weer in zijn of haar eigen bestaan te voorzien. Door een nikab te blijven dragen, verzuimt de vrouw deze plicht, aldus de Raad:

“Het onbedekte gezicht speelt een belangrijke rol in het contact tussen personen en is essentieel bij het krijgen van werk. De weigering van betrokkene om haar niqaab [sic] af te doen, verkleint in hoge mate de kans dat zij snel werk vindt.”

Precedentwerking

Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk. Door de precedentwerking heeft die ook gevolgen voor toekomstige rechtszaken. Hoewel de zaak uniek is, past de uitspraak bij wat er tot nu toe aan beperkingen op de godsdienstvrijheid wordt toegestaan door rechterlijke colleges. Gezichtsbedekkende kleding wordt vooral gezien als iets voor in de privésfeer.

De Tweede Kamer stemde vorig jaar in met een boerkaverbod in onder meer het onderwijs en openbare gebouwen. Het Europees Hof van Justitie besloot in maart dat werkgevers van hun personeel mogen eisen dat zij op werk verschijnen zonder religieuze symbolen, waaronder dus ook de hoofddoek en nikab vallen.