Column

Princetonsyndroom

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de aantrekkingskracht van Einstein.

Illustratie Eliane Gerrits

Op een doordeweekse dag ben ik toevallig in het huis van Einstein en kijk uit het raam. Buiten luistert een gezelschap Chinese toeristen naar hun gids. Aan de overkant maken twee meisjes een selfie. Even later parkeert een reusachtige roestige Chevrolet voor de deur. Een lange dunne man stapt uit met een dik pak papieren onder z’n arm en kijkt geagiteerd om zich heen. Als hij na een poosje aan het hek begint te rammelen, loop ik naar buiten en vraag of ik hem kan helpen. „Kun je mij zeggen waar ik Einsteins kantoor kan vinden?”, vraagt hij. „U moet weten, ik ben helemaal vanuit Texas komen rijden met deze geweldige verklaring van de oerknal.” Ik zie nog dikkere stapels papieren op de achterbank liggen, vol gekalkt met formules. Mijn diagnose is helder: een overduidelijk geval van het Princetonsyndroom.

Sommige steden kunnen mensen behoorlijk in de war brengen en zelfs tot psychotische wanen leiden. Het bekendste geval is het Jeruzalemsyndroom. Bezoekers van de Heilige Stad worden overweldigd door intense religieuze gevoelens. Sommigen denken de Messias te zijn; anderen proberen als Samson de steenblokken uit de Klaagmuur te trekken. Vrouwen zijn er ineens van overtuigd dat ze gaan bevallen van het kindje Jezus, zonder dat ze zelfs maar zwanger zijn. Men gaat zich ritueel wassen, preken of op bedevaart. Een broodje falafel verandert in het laatste avondmaal. Bezoekende politici krijgen visioenen van wereldvrede. In de ergste gevallen leidt de psychose tot hospitalisatie. Het goed gedocumenteerde verschijnsel gaat minstens terug tot de middeleeuwen. De overmacht aan geschiedenis in Jeruzalem sleurt de slachtoffers in een religieus zwart gat.

Een andere geestesziekte is het Parijssyndroom, dat vooral onder Japanners schijnt voor te komen. De eindeloze reclames van de Franse modemerken in de warenhuizen van Tokio hebben zo’n ideaalbeeld van de Lichtstad gevormd, dat deze wel tegen moet vallen. Als de aspirant-Parisiennes eindelijk voet in het echte Parijs zetten, gekleed in Diorjurken en Louboutinschoenen, slaat hun de schrik om het hart. De avenues blijken niet gevuld met modieuze mannequins, maar met chagrijnige kantoormensen en Fransen met overgewicht. Het knappen van de luxe zeepbel kan tot ernstige psychoses leiden.

De man die mij zojuist de weg naar Einsteins kantoor vroeg, lijdt in ieder geval aan het Princetonsyndroom. Zoals pelgrims reizen naar Lourdes en Fatima met hun lichamelijke kwalen, trekken aspirant-geleerden vanuit de hele wereld naar dit kleine stadje met hun briljante inzichten. Ze hebben het idee dat hier het genie van Einstein op hen afstraalt en dat de erudiete lucht hun spontaan dertig IQ-punten cadeau geeft.

Ik wijs de verwarde man maar naar het Einsteinmuseum in het centrum van de stad, achterin de wolwinkel, waar ze ook koffie serveren.

In de meeste gevallen van het Jeruzalemsyndroom verdwijnen de klachten als de would-be Messias of Maria weer thuis is in Kansas of Katwijk. Aan het eind van de dag zie ik de ingebeelde Einstein in zijn auto stappen, met nog meer papieren in zijn hand, gelouterd terugkerend naar Texas. Ik hoop dat hij weer snel van zijn syndroom geneest.

Reacties: pdejong@ias.edu