Recensie

Neutraal Rode Kruis in beweging

Zap

Het jubileum van het Rode Kruis moet vooral uitstralen dat het niet meer de quasi-neutrale, beetje suffe organisatie van weleer is. Dat is althans de teneur van de documentaire ‘Wij zijn allen broeders.’

'Wij Zijn Allen Broeders - 150 Jaar Rode Kruis' (NOS).

Op de geboortedag van Henry Dunant werd het 150-jarig jubileum van het Nederlandse Rode Kruis gevierd, met een bijeenkomst in de Ridderzaal en een documentaire onder de titel Wij Zijn Allen Broeders, beiden uitgezonden door de NOS, die bij ons over de neutraliteit gaat.

Want dat is de essentie van het Rode Kruis, legde Ad van Liempt nog eens uit in de documentaire van Mélinde Kassens: humanitaire hulp bieden ongeacht nationaliteit, religie of affiliatie van de slachtoffers.

Het begon op 24 juni 1859 op het slagveld van Solferino, waar zo’n 38.000 gewonden waren achtergebleven. De Zwitserse bankier Dunant was er toevallig getuige van dat de Italiaanse bevolking soldaten uit beide kampen (Italiaans-Frans of Oostenrijks) hulp boden, onder het motto tutti fratelli, allen broeders.

Jaarlijks worden vrijwilligers van het Rode Kruis uit de hele wereld aangemoedigd mee te lopen in een fakkeltocht in Solferino, waar je ook een knekelhuis met overal schedels en botten kunt bezoeken. Het zijn typisch het soort mythische symbolen, waarmee in de 19de eeuw hoogstaande principes kracht werd bijgezet. Ad van Liempt, een van de auteurs van het jubileumboek, legt in de film uit dat het Rode Kruis langzaam los kwam van die militaire oorsprong. Het lijkt erop dat ook de aard van de hulpverlening permanent in ontwikkeling is.

Zo werd de boot Henry Dunant afgestoten, omdat het organiseren van vakantiereizen voor hulpbehoevenden misschien geen kerntaak meer vormt, nu er ook weer echte vluchtelingen geholpen moeten worden. Maar zo mag je het natuurlijk niet tegenover elkaar zetten. De coördinator van de vrijwilligers vertelt dat er in 2015 een aantal waren die midden in de vluchtelingencrisis wegens dit soort sentimenten afhaakten: „We hebben van hen afscheid moeten nemen.”

We zien ook een training van vrijwilligers, waar de vraag wordt gesteld of je de door een moskee geboden faciliteiten voor opvang moet accepteren. Een mevrouw meent van niet, want dan ben je niet meer neutraal: „Dan komen de christenen niet meer.”

Het lijkt het foute antwoord, maar begrijpelijk is het wel. Heel vaak wordt neutraliteit uitgelegd als het vooral niet contrariëren van de dominante cultuur. Daar had het Nederlandse Rode Kruis ook last van tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen er geen poot werd uitgestoken om Joden te helpen: in Nederland zelfs nog minder dan in andere landen, beweert de documentaire. Maar ook daarvoor doet het Rode Kruis nu omstandig boete en „probeert de relaties met de Joodse gemeenschap te herstellen”.

Dit jubileum moet vooral uitstralen, dat is althans de teneur van Kassens’ film, dat het Rode Kruis niet meer de quasi-neutrale, beetje suffe organisatie van weleer is. Er wordt geëxperimenteerd met flexibele hulpverleners, die per app kunnen worden opgeroepen om nu eens vluchtelingen bij te staan en dan weer zandzakken te vullen.

Wat mij het meeste verbaasde is waar al die vrijwilligers de tijd vandaan halen om te collecteren, eerste hulp te verlenen of cursussen te volgen. Misschien is dat ook nog een restant uit het tijdperk dat mensen geen dubbele banen en zorgtaken hoefden te verrichten. Het lijkt me de grootste uitdaging voor een ngo die op vrijwilligers drijft: mensen vinden die in een 24-uurseconomie niet alle zeilen hoeven bij te zetten om zichzelf te redden van een burn-out.