Interview

‘Juristen zijn inderdaad niet zo innovatief’

Frits Bakker

Maakt de rechtspraak conflicten erger, zoals een onderzoeksbureau vorige week zei? „We willen heel andere procedeervormen testen”, zegt de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak.

Zet ons rechtssysteem burgers onnodig tegen elkaar op? Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, de koepelorganisatie van de rechterlijke macht, kan zich grotendeels vinden in de kritiek die het juridische onderzoeksinstituut HiiL vorige week naar buiten bracht.

Foto ANP / Bart Maat

Het Hague Institute for Innovation of Law (HiiL) schreef dat conflicten vaak juist versterkt worden door juridische procedures. Zo moeten ruziënde buren of scheidende partners bij een advocaat een ‘eis’ opstellen, waarna de tegenpartij een ‘verweer’ schrijft. Dat ‘toernooimodel’ werkt volgens HiiL „polariserend” en maakt „het probleem vaak groter, duurder en schadelijker”.

„Voor veel geschillen werkt onze civiele procedure prima”, zegt Bakker. „Maar voor bijvoorbeeld echtscheiding, of kwesties tussen buren, is dat systeem van eisen en verweren niet optimaal.”

Als dit niet de beste manier is, waarom gebruiken we die dan nog?

„HiiL maakt de analyse dat juristen niet innovatief genoeg zijn en daar zit een kern van waarheid in, denk ik. Bij mensen die zich met medicijnen bezighouden, wordt innovatie met de paplepel ingegoten. In de rechtswetenschap wordt met de paplepel ingegoten wat er tien, vijftien of honderdvijftig jaar geleden door de Hoge Raad is beslist. Dat is niet zo innovatief.

„Maar er staan bij aanpassingen natuurlijk ook wel grote belangen op het spel voor burgers. Als er innovatieve wetgeving wordt gemaakt, kijkt de Tweede Kamer altijd heel kritisch of er niet enkele burgers zijn die daar de dupe van worden.”

Hoe kan dit systeem beter?

„Wij hopen dat het kabinet het voor ons wettelijk mogelijk maakt om bij experimenten te kunnen afwijken van procedures, zodat we bijvoorbeeld bij één rechtbank kunnen experimenteren met een net iets afwijkende manier van werken.”

Aan wat voor experimenten denkt u dan?

„We willen heel andere procedeervormen testen dan het ‘toernooimodel’. Bijvoorbeeld bij echtscheidingen. Als je daar begint met een verzoekschrift waarin je alle eisen opsomt, jaag je de tegenpartij ontegenzeggelijk de loopgraven in.

„In deze test willen we een rechter die meer een regievoerder of gespreksleider is, die eerst inventariseert welke belangen er zijn en welke conflicten er precies spelen. Vervolgens kan de rechter kijken op welke punten er compromissen gesloten kunnen worden en op welke punten er een knoop moet worden doorgehakt.”

Is het conflictmodel nu verplicht voor rechters?

„Ja. Er is één ontsnappingsmogelijkheid: als de partijen gezamenlijk een verzoek indienen, mag de rechter de procedure helemaal vrij inrichten. Van die mogelijkheid maken we gebruik bij experimenten zoals de ‘burenrechter’ en de ‘spreekuurrechter’. Maar daar hebben we ervaren dat mensen die een conflict hebben, het moeilijk eens worden over een andere aanpak. Als een van de partijen zegt: dat lijkt me een goed idee, dan zegt de andere partij: als jij het wil, zal het wel een slecht plan zijn, ik doe niet mee.”

Wilt u dat zo’n spreekuurrechter het uitgangspunt wordt?

„Daar willen we eerst mee experimenteren, bijvoorbeeld in Noord-Nederland, waar al een spreekuurrechter is. Als we dan mogen afwijken van de procedures, kan de rechter zelf beslissen of een zaak zich goed leent voor de spreekuurrechter, ook als de partijen het daar niet over eens zijn. Als dat experiment goed werkt, kan de wetgever concluderen dat het in heel Nederland ingevoerd kan worden.”

Onderzoeksbureau HiiL wil meer dan experimenten. Het bepleit minder gedetailleerde procesregels, zodat rechters meer vrijheid krijgen. Wat vindt u daar van?

„Het zoeken is naar de juiste balans. Mensen moeten wel weten waar ze aan toe zijn. Om een extreem voorbeeld te geven: je kunt niet in het Wetboek van strafvordering zetten: de rechter kan voorlopige hechtenis opleggen. Punt. Als jij wordt vastgezet door de overheid, wil je precies weten welke regels van toepassing zijn.”

Vindt u net als HiiL dat het recht te veel wordt gedomineerd door juristen? Moeten niet andere specialisten ook een rol kunnen spelen?

„Dat is het punt dat ik het minst herken in het rapport. Wij laten vanuit de Raad bijvoorbeeld allerlei wetenschappelijk onderzoek uitvoeren naar de effectiviteit van het rechtssysteem. Dat wordt lang niet altijd door juristen uitgevoerd, maar ook door psychologen, sociologen. Ik zie het niet als een achterkamertjesdomein van juristen.”

Zou je niet moeten toestaan dat ook een psycholoog op een advocatenkantoor werkt, als dat helpt om problemen op te lossen?

„Dat is niet waar wij aan denken. Onze familierechters hebben zelf een plan geschreven waarin ze voor zich zien dat de rechter rond een scheiding soms knopen kan doorhakken en op andere momenten – als het niet hun expertise is – ook kan doorverwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog of financieel deskundige. Daarna kan de zaak weer terugkomen bij de rechter als er weer een knoop doorgehakt moet worden. Wij zijn iets meer van: schoenmaker blijf bij je leest. We zijn geen voorstander van een rechter die ook een beetje maatschappelijk werker wordt.”