Instagram toen het nog niet bestond

Fotografie Lang voor Instagram werd al neergekeken op die warme snapshots in kleur. Maar kleurenfotografie van de ware meesters, uit de jaren vijftig tot tachtig, is weer volop in trek.

Lartigue. Life In Color. Links: ‘Me, Florette’, Old Tucson Studios, Arizona, 1962. Rechts: ‘Florette and Pierre Sieard’, Palm Springs, California, April 1962. Foto Abrams (2015)

Het eenzame interieur van een kapperszaak. Een arm die uitsteekt tussen twee verschoten gordijnen. Snapshots op Instagram? Nee, kleurenfoto’s die Fred Herzog, een Duitse fotograaf die in de jaren vijftig van de vorige eeuw naar Canada emigreerde, in en rond Vancouver maakte. Zijn deels onbekende foto’s uit die periode werden eind vorig jaar gebundeld in Modern Color, een prachtig fotoboek vol warme Kodachrome-kleuren.

Modern Color is niet het enige fotoboek met oude kleurenfotografie dat recentelijk op de markt verscheen. Sinds een aantal jaar brengen uitgeverijen als Steidl en Hatje Cantz Verlag boeken uit met kleurenfotografie uit de jaren vijftig tot tachtig van de vorige eeuw. En ook in musea is een revival. Vorig jaar kwam het Amsterdamse fotografiemuseum Huis Marseille met een retrospectief van de Amerikaanse fotograaf Stephen Shore, pionier van de kleurenfotografie, van wie in november dit jaar in het Museum of Modern Art in New York een grote overzichtstentoonstelling staat gepland. Het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam bracht met de tentoonstelling American Neon Signs by Day & Night een hommage aan kunstenaar Toon Michiels die midden jaren zeventig roadtrips maakte langs steden als Reno en Las Vegas. Fotografiemuseum Foam in Amsterdam toont op dit moment Los Alamos, de fotoserie van de Amerikaanse fotograaf William Eggleston die tussen 1965 en 1974 roadtrips maakte door de zuidelijke en westelijke staten van Amerika.

Smoothies

Waarom is die kleurenfotografie nu weer zo in trek? Hebben sociale media ermee te maken? Wie kijkt naar de beelden die nu worden gepost op Instagram, Snapchat of Facebook ziet dat het inmiddels een wijdverspreid gebruik is om foto’s te delen van een smoothie in een café, een hand met felgekleurde nagels of een schaduw op een muurtje. Het zijn fragmentopnames van kleine, alledaagse momenten, vaak opgeluisterd door een filtertje dat de sfeer van Kodachrome – de oude kleurenfilm van Kodak – weergeeft.

Bekijk ook de fotoserie: Pioniers van de kleurenfotografie

Die ogenschijnlijke terloopsheid kwam ook al terug in de beelden van Fred Herzog of Eggleston. Maar wat veel Instagramgebruikers als een vanzelfsprekendheid ervaren – het fotograferen van triviale momenten in kleur – werd destijds in de kunstwereld gezien als frivool of zelfs ronduit ordinair. De kleurenfotografie van Eggleston, voor het eerst getoond in 1976 in een solotentoonstelling in het MoMA, werd door collega’s verguisd. Grootheden als Walker Evans (‘Color photography is vulgar’) of Henri Cartier-Bresson haalden hun neus op voor de foto’s die Stephen Shore – hij heeft inmiddels een Instagram-account met ruim 890.000 volgers – in de jaren zeventig in de VS maakte van motelinterieurs, parkeerplaatsen of een pannenkoekenontbijt. De ware fotograaf maakte immers zijn beelden in zwart-wit. Kleurenfotografie was iets voor reclame- of amateurfotografen en werd geassocieerd met ‘het toeval’, zwart-wit fotografie symboliseerde ‘een existentiële visie op de wereld’.

Bovendien was er nog een praktische reden waarom men zich niet met kleurenfotografie bezighield: het was duur en arbeidsintensief. Terwijl veel fotografen in hun eigen doka zwart-witfoto’s konden afdrukken, moest de fotograaf die zich met kleur bezighield zijn werk laten afdrukken in een fotolaboratorium. Dat gold zeker voor Eggleston, die experimenteerde met het Dye Transfer-procedé, een peperdure druktechniek waarbij kleuren uit een enkel kleurennegatief in fases opnieuw werden samengevoegd tot een volledige kleurenfoto op papier.

William Eggleston. Portraits. Links: ‘Untitled’, 1965 (Memphis, Tennessee), Rechts: ‘Untitled’, 1965-8 (Memphis, Tennessee). Foto National Portrait Gallery Publications (2016)

Dat arbeidsintensieve proces lijkt nu onwerkelijk, in een tijd waarin een soortgelijke foto, met behulp van een smartphone en een bewerkingsprogrammaatje, zo is gemaakt. Maar wie goed kijkt naar de beelden van deze vroege meesters kan wel degelijk zien hoeveel schoonheid er in de foto’s schuilt. Nergens is rood zo rood als in de afdrukken van Eggelston. Of neem de diepe zwart- en roodtinten in de afdrukken van de Antwerpse Magnum-fotograaf Harry Gruyaert die in de jaren tachtig de verlopen moderniteit van België en Frankrijk vastlegde.

Ballon voor een gezicht

Gruyaert, de Europese pionier van de kleurenfotografie die in 2015 een overzichtstentoonstelling had in Parijs, had een opvallende blik als het ging om lijnen en vormen. Een ballon voor een gezicht, een vrouw half in de schaduw, het zijn weloverwogen composities. Deze kunst werd al eerder geperfectioneerd door de Amerikaanse fotograaf Saul Leiter. In de jaren vijftig van de vorige eeuw struinde hij met zijn camera door de straten van New York. Maar zijn fotoboek Early Color, inmiddels een klassieker, werd pas in 2006 voor het eerst bij Steidl uitgegeven. Zijn beelden, die ook wel worden omschreven als urban visual poetry, lijken op gelaagde, abstracte composities die doen denken aan schilderijen van abstract-expressionistische schilders als Barnett Newman of Mark Rothko. Waar een ander aan voorbij zou lopen, bevroor Leiter een gebeurtenis tot verstilde schoonheid.

Het zijn die korte momenten, die destijds met zoveel zorg werden vastgelegd – Eggleston vermeed het woord ‘snapshot’ – die de Instagram-generatie nu opnieuw kunnen inspireren. Dat verklaart wellicht de hernieuwde aandacht voor deze pioniers van de kleurenfotografie. Want hun moderne blik op de wereld is herkenbaar. Destijds had Eggleston er al een term voor: de ‘democratic camera’. Alles wat hij vastlegde, vond hij even belangrijk. Een persoon op straat, een verkeersbord, een glas waar het zonlicht doorschijnt.

De aandacht die hij schonk aan het alledaagse is inmiddels normaal geworden en maakt nu deel uit van onze democratische blik op de wereld. Met als verschil dat wij alles wat wij zien, met een paar eenvoudige handelingen kunnen delen met de rest van de wereld. Dat was wel anders voor die ploeterende fotografen die, vaak dagen achtereen, in eenzaamheid over de straten slenterden, op zoek naar een moment van schoonheid. Zij waren hun tijd ver vooruit. Hun zorgvuldige blik op de wereld heeft onze snelle visie op het bestaan beïnvloed. Door hen zijn we de wereld gaan bewonderen in al haar details.

Het verklaart waarom we het nu normaal vinden om in het museum te kijken naar een foto van een felgekleurd reclamebord aan een gevel. Of naar het beeld van een eenzame glijbaan op het strand. Niet zo gek dus dat deze oude kleurenfotografie opnieuw aan populariteit wint. Want ja, inderdaad, we begrijpen nu dat er schoonheid schuilt in een opwaaiend plastic zakje. Of in het schuim van een zorgvuldig geprepareerde cappuccino. Daar mogen we mensen als Herzog, Shore of Leiter dankbaar voor zijn.