Commentaar

De onweerstaanbare, onbetaalbare stad

Wie kan er nog wonen in de grote stad? Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat de huizenmarkt in de grote steden in Nederland, Amsterdam voorop, oververhit raakt. Dat maakt koopwoningen vrijwel alleen nog bereikbaar voor wie zelf geld meebrengt. Een kwart van de woningen wordt al verkocht zonder hypotheek en het is gangbaar dat al tussen 50.000 en 70.000 euro cash wordt ingelegd.

De krapte lijkt het gevolg van een ontwikkeling die in veel andere landen zichtbaar is. De trek naar de grote stad is volgens DNB structureel. Dat lijkt in tegenspraak met wat de verspreiding van internet ooit beloofde: locatie zou er niet meer toe doen. Het tegendeel blijkt het geval. Fysieke nabijheid en concentratie versterken zichzelf. Dat is bijvoorbeeld de kracht van de Londense City – Brexit of niet. Iedereen in de financiële sector wil daar zijn, om het simpele feit dat iedereen daar is.

Het gevolg is wel dat in de grote Nederlandse steden een enorme krapte ontstaat. Sociale woningbouw is aanwezig, al floreert deze vaak niet. De koopmarkt stuwt zichzelf op naar een niveau dat alleen nog lijkt weggelegd voor mensen met een goede baan – of van goede komaf. Maar de middengroepen komen in de knel. Jonge gezinnen trekken weg naar randgemeenten en drijven daar de prijzen op. En steeds meer stedelijke huurders wonen noodgedwongen in een vrijesectorwoning die in wezen te duur voor hen is: het nieuwe ‘scheefwonen’.

Steden hebben de middengroepen hard nodig: zorg, onderwijs, ambtenarij, mensen aan het begin van hun loopbaan: allen dragen zij bij aan de stad en zijn onontbeerlijk. Zij moeten in de stad kunnen wonen, maar zijn daar steeds minder toe in staat.

DNB stelt dat er hard gewerkt moet worden aan uitbreiding van betaalbare huurwoningen in de vrije sector. Dat lijkt een goede oplossing. Huren is een prima alternatief voor kopen, mits de huur zich goed verhoudt tot de woonlasten van een koopwoning, en er voldoende huizen beschikbaar zijn. Het koophuis is in principe niet nodig als spaarpot in een land waar de pensioenvoorziening voor velen afdoende zal zijn.

Het betekent wel dat gemeenten, het Rijk, woningcorporaties en de bouwsector met een plan moeten komen om de vrijehuurvoorraad fors uit te breiden. Dat maakt de stad bewoonbaar voor een diverse groep mensen, en haalt de druk van de overspannen koopsector. Het vergt wel de nodige tijd, en het probleem wordt intussen acuut. Dat betekent dat er, onder leiding van een nieuw kabinet, zo snel mogelijk mee moet worden begonnen.