Hele groepen Brabanders zien niet meer wat goed of fout is...

Chefs van de recherche

Criminele families in Brabant wanen zich „onaantastbaar”. Dat ondergraaft het gezag van de overheid. „De oorzaken liggen in de samenleving.”

In het zuiden woekert zoveel misdaad dat ze niet overal kunnen snoeien, vertellen politiemannen Rienk de Groot en Hernie Jozee. Ze wijzen erop dat er in Brabant al jaren enkele families actief zijn in de criminaliteit. „Het zijn familienetwerken die steeds groter zijn geworden”, zegt De Groot. Hij is chef van de recherche in de regio Zeeland-West-Brabant. Jozee is chef van Oost-Brabant. „Er is geïnvesteerd: jaren geleden begonnen ze met het plegen van inbraken”, zegt De Groot. „Daarna gingen ze over op de drugs. Nu is het echt crimineel ondernemerschap. Het zijn families die zich onaantastbaar voelen, die zo professioneel zijn dat ze het gevoel hebben dat niemand ze iets kan maken.”

Daardoor ontstaan er problemen die verder gaan dan groepen die ‘slechts’ crimineel zijn. „Alles wat ze in de weg staat, schuiven ze aan de kant”, vertelt Jozee. „Groepen Brabanders zien niet meer wat goed of wat fout is. Ze maken gebruik van valse parkeerkaarten, pikken het niet als een leraar iets over hun kind zegt en accepteren voor duizenden euro’s aan cadeaus van iemand die een uitkering heeft.”

Vier liquidaties

Het is de ondermijnende criminaliteit waarover burgemeesters de laatste jaren verschillende keren aan de bel hebben getrokken. Dus moeten de recherchechefs elke dag keuzes maken. Punt van zorg is bijvoorbeeld het aantal liquidaties in het criminele milieu. Alleen al in Zeeland-West-Brabant zijn dit jaar zeven moorden gepleegd, waarvan vier liquidaties. „Het is de meest extreme vorm van ondermijning”, zegt Rienk de Groot. „Het zijn mensen die in een parallelle samenleving hun eigen conflicten oplossen.” Henrie Jozee: „We zien dat er steeds meer wapens in omloop zijn in Brabant. En we kunnen en willen geen concessies doen in dit soort onderzoeken. Dat verwacht de maatschappij van ons.”

Maar, zo stellen De Groot en Jozee, soms is dat onvermijdelijk. „Het aanbod in criminaliteit is veel groter dan wij met onze mensen aankunnen”, zegt De Groot. „Je moet kiezen. We hebben bijvoorbeeld net zoveel moordzaken als in Amsterdam, maar we moeten het met de helft van het personeel doen. En dan kosten de ondermijningszaken ook nog veel mankracht. Het is simpel: we kunnen er minder tijd aan besteden en lossen dus ook minder op. Terwijl je eigenlijk bij elke liquidatie zou willen doorrechercheren: welk conflict in de onderwereld zit daarachter?”

Sinds 2010 werken verchillende overheden in het zuiden samen bij de aanpak van de misdaad, zoals Belastingdienst, gemeenten, politie en justitie. Die aanpak werkt, zeggen de recherchechefs. Ze zeggen „succesvoller dan ooit” te zijn. „Je ziet bijvoorbeeld dat de straffen in hennepzaken niet zo hoog zijn”, zegt De Groot. „Maar als de Belastingdienst criminelen in de portemonnee raakt, dan kunnen we stappen zetten.”

Privacy als probleem

Maar het kan nog beter, zo zegt het duo. Vooral de huidige privacywetgeving zorgt soms voor problemen. „We werken met een gemeenschappelijke overheid, maar het uitwisselen van informatie onderling gaat heel langzaam”, zegt De Groot. „Dat heeft met privacy te maken: de Belastingdienst mag niet zomaar informatie delen met de politie.”

Zijn collega Jozee: „Soms duurt het weken voordat, als voorbereiding op een actie, de informatie bij alle diensten is die eraan meedoen. En sommige acties wil je natuurlijk zo snel mogelijk beginnen. Maar dit hoort bij samenwerken.”

De echte sleutel naar het begin van een oplossing in het zuiden ligt niet bij de politie alleen, zo zeggen ze. „De oorzaken liggen in de samenleving”, zegt De Groot. „Dus daar moeten ook de oplossingen liggen. De situatie in het zuiden is het gevolg van beleid: dat er wijken zijn waar mensen zonder toekomst bij elkaar worden gestopt. Dat krijg je als een boemerang terug.”

Het is een proces van de lange adem, zegt Henrie Jozee. „De misdaad heeft invloed op grote groepen Brabanders. Dat is cultureel zo gegroeid in de afgelopen veertig jaar. Het gaat decennia duren voordat we het helemaal hebben uitgebannen.”