Column

Een hoogsensitieve samenleving

Omdat de mensen vóór mij verhit bezig waren hun koffers in het bagagerek te proppen, stond ik stil in het gangpad. Daar maakte ik per ongeluk oogcontact met de enige persoon in het vliegtuig die niet op zijn smartphone keek, een man die eruitzag alsof hij uit Pakistan kwam. Is dat laatste relevant? Nee natuurlijk, tenminste, normaal gesproken niet. Hij staarde me aan, ik keek weg, ik werd te zelfbewust en keek weer terug, hij keek nog steeds, ik keek weer weg. Toen kon ik eindelijk doorlopen. De gedachte die door me heen ging: zou hij nu denken dat ik een racist ben?

Eenmaal in Londen bleek ik niet de enige te zijn met deze gedachte: ik hoorde dat een diversiteits- en gelijkheidscommissie op Oxford vorige week een nieuwsbrief heeft uitgebracht met een aantal voorbeelden van alledaags racisme, waaronder ‘geen oogcontact maken’. Of men er in het vervolg even op wilde letten iedereen, ongeacht afkomst, recht aan te kijken.

Toen ging het mis. De commissie kreeg woedende reacties op Twitter van mensen die erop wezen dat autisten moeite hebben met oogcontact maken. Noemde Oxford autisten nu racisten?! Oxford schrok zich een hoedje en stuurde een rits verontschuldigende tweets terug, met teksten als: „Het spijt ons dat we geen rekening hebben gehouden met andere redenen voor het niet maken van oogcontact, zoals een handicap.”

Dat was de volgende blunder, want toen werden mensen kwaad omdat Oxford autisme een handicap noemde. Anderen stelden dat mensen met zichtproblemen ook de dupe werden van het aankijkvoorbeeld, en natuurlijk de mensen uit culturen waar men elkaar juist niet aankijkt.

De nieuwsbrief, die had moeten leiden tot meer gelijkheid, creëerde zo een sensitiviteitswedstrijd tussen ‘minderheden’ – iets wat je ook in Nederland ziet.

Die sensitiviteit is een precair punt. Wie discriminatie bestrijdt wil dat de samenleving er gevoeliger voor wordt, maar voor je het weet zit je met een situatie waarin iedereen hoogsensitief is.

De ‘slachtoffers’ zijn hoogsensitief, want zij zien in alles een bevestiging van hun slachtofferschap.

De Gutmenschen zijn hoogsensitief, want zij raken helemaal in de war als een Pakistaan ze aankijkt in het vliegtuig.

En de antihoogsensitieven zijn hoogsensitief, want elke keer dat een feminist of antiracist iets zegt wat ze niet bevalt, worden ze zo boos dat ze roepen ze dat die feminist of antiracist met tape om haar mond genomen moet worden. Ik kan me niet voorstellen dat iemand tevreden is met deze uitkomst.