De vulkaan en een arm uit de kom

Ronde van Italië Een dagje in de volgwagen van Sunweb leert dat de Etna niet selectief genoeg is. Maar Tom Dumoulin doorstond de eerste test.

Foto Luk Benies/AFP

Chaos aan de voet van de Etna, ook in wagen nummer twee van Team Sunweb, de ploeg van Tom Dumoulin. De kopman heeft problemen met zijn schakelsysteem, juist op het moment dat de finale begint. Tot dan was het een gezapig dagje geweest. Ja, Dumoulin had tijdens de beklimming van de Portella Femmina Morta een paracetamol en een extra caffeïneboost gevraagd, en die kreeg hij netjes van zijn helper Tom Stamsnijder. Dat was alles.

Het uur ervoor bleef ploegleider Luke Roberts in wagen één hameren op een bocht naar rechts, die vlak na een korte afdaling zou komen. „Acht kilometer dalen, dan de bocht. Dat is het markeringspunt. Daar moeten we voorin zitten, met zijn allen om Tom heen”, klonk het over de radio. Hij bleef waarschuwen, want de weg was hier smal en op Google Maps hadden hij en collega Aike Visbeek op maandagavond gezien dat de koers hier weleens kon ontbranden. Uitgerekend daar gaat het mis. Tegen pech valt niet op te plannen.

Razendsnel krijgt Dumoulin een reservefiets, maar nu moet ploegleider Visbeek zijn Mini Cooper als de gesmeerde bliksem naar voren rijden voor het geval dat Dumoulin nóg een fiets nodig heeft. De Noord-Hollander, met gevoel voor understatement: „Niet echt lekker, hè, om zo aan de Etna te beginnen.”

Visbeek stuurt uit de colonne volgwagens en trapt het gaspedaal vol in, hevig toeterend baant hij zich een weg door het stadje Nicolosi, waar duizenden mensen langs de kant staan. Voorzichtigheid is geboden, maar die tweede reservefiets moet naar voren. In scherpe bochten gieren de banden.

De taal van het peloton

De meeste ploegleiders spreken de taal van het peloton en gaan opzij. Terwijl de teller honderd kilometer per uur en meer aangeeft, en de haarspeldbochten steeds krapper worden, blijft Visbeek de rust zelve. Hij vindt nog tijd om te balen dat het televisieschermpje dat op het dashboard gemonteerd zit niet werkt. Tegelijkertijd pakt hij zijn telefoon om via Whatsapp dan maar op de hoogte te blijven.

Over de koersradio wordt een valpartij gemeld, en het lijkt erop dat Laurens ten Dam tegen de grond is gegaan. Ten Dam is samen met Wilco Kelderman Dumoulins belangrijkste helper, in bergritten als deze zijn hun benen van levensbelang. In de verte doemt de smalle gestalte van de 36-jarige Ten Dam al op. „Links Lau, links”, roept Visbeek in de speaker van de boordradio. Ten Dam stuurt naar links, Visbeek opent zijn raampje.

„Kut dit Lau”, stelt Visbeek vast. „Ja, kut ja”, reageert Ten Dam. Op zijn armen en benen zitten schaafwonden.

„Zit je ver achter het peloton nu”, wil Visbeek weten. „Weet ik veel”, zegt Ten Dam.

„Mijn arm is uit de kom geweest. Kut man, ik was zo goed. Godverdomme. Die bocht naar rechts, we gingen met hoge snelheid onderuit. Kruijswijk lag er ook bij. Ik had minder risico moeten pakken.”

Ten Dam danst op de pedalen alsof hij geen doodsmak heeft gemaakt. Zijn arm zette hij zelf terug. Hij baalt dat hij zijn taak niet langer kan vervullen. Visbeek spreekt hem moed in. „Kop op Lau, je hebt voor hetere vuren gestaan. Rijd nu in je eigen tempo omhoog. Je hoeft je niet te bewijzen vandaag.”

Als we bij Ten Dam vandaan rijden en hij zijn wonden schoonspuit met een bidon water, zegt Visbeek: „Dit is een taaie hoor. Die heb ik in Californië uit een ravijn moeten trekken. De vellen hingen erbij, en nog stapte hij weer op de fiets. Hij heeft de neiging om te blijven geven. Maar nu moet hij sparen. We hebben later deze ronde alle procentjes nog nodig.”

Visbeek pakt de boordradio en roept alle renners die hun taak hebben vervuld. „If you cannot work for Tom anymore, just go easy on your way up.”

Vooraan dunt het peloton steeds verder uit. Kelderman en Dumoulin doen precies wat er in de teammeeting van vanmorgen gevraagd werd: voorin blijven meedoen en niets forceren. Visbeek is tevreden over het werk dat de Amerikaan Chad Haga verricht: die kan veel langer dan verwacht met de besten mee.

Dan zet hij de wagen langs de kant voor een plaspauze. Achteropgeraakte renners passeren in groepjes. De meesten kletsen wat met elkaar, de Italiaan Filippo Pozzato zegt grijnzend ‘hallo’ tegen een renner die zich aansluit.

Fiets van het dak

Op de achterbank van de Mini Cooper rekt mecanicien Felipe Ennes Houdjakoff zich eens uit. Het was een makkelijk dagje voor hem. Heel even kwam hij in actie toen de fiets van Dumoulin van het dak moest. Op zijn schermpje ziet hij hoe Nairo Quintana twee pedaalslagen aanzet om zijn concurrenten te testen, precies zoals hij aan de vooravond van de start vijf dagen terug in Alghero had aangekondigd.

Vincenzo Nibali doet hetzelfde, maar heeft wind tegen en wordt door de groep favorieten bijgehaald. Dumoulin doet ook mee aan wat Houdjakoff een „waiting game” noemt – niemand van de klassementsmannen durft zo vroeg in de ronde echt initiatief te nemen. Bovendien is de Etna met al zijn uitgespuwde, manshoge lavabrokken optisch indrukwekkend, maar de beklimming is niet zwaar genoeg om al verschil te forceren.

Dumoulin passeert als zesde de eindstreep, in het algemeen klassement klimt hij naar plek zeven. Even breek er lichte paniek uit in de tweede ploegleiderswagen. „Fuck, waar is Wilco”, klinkt het.

Vanmorgen had Visbeek uitgelegd dat het niet de bedoeling is dat Kelderman tijd verliest. Hij moet zo hoog mogelijk in het klassement blijven staan. Als er iets met Dumoulin gebeurt, heeft Sunweb een tweede ijzer in het vuur. Visbeek grijpt naar zijn iPhone, en ziet dan dat ook Kelderman in de voorste groep van 22 renners zat.

Terwijl sprinter Giacomo Nizzolo zich geruisloos vasthoudt aan de portier van de Mini Cooper en zich mee laat trekken de Etna op, concludeert Visbeek dat zijn ploeg de eerste test goed heeft doorstaan.