De strijd tussen Akzo en PPG wordt nóg grimmiger

Rechtszaak Elliot Management

Activistische aandeelhouder Elliot Management gokt er op dat de Ondernemingskamer ingrijpt bij AkzoNobel, dat avances van PPG blijft negeren.

Foto ANP

Van zachtzinnigheid is nooit sprake geweest in het overnamegevecht tussen verf- en chemieconcern AkzoNobel (prooi) en zijn Amerikaanse branchegenoot PPG (jager). Met de aankondiging van aandeelhouder Elliott Management om de afhoudende opstelling van de Akzo-top voor de rechter aan te vechten, wordt de strijd nu regelrecht vijandig.

Dinsdag maakte Elliott, een activistisch hedgefonds uit de VS met ruim 3 procent van de Akzo-aandelen, in een agressief persbericht bekend dat het naar de Ondernemingskamer stapt. De aankondiging kwam een dag nadat AkzoNobel PPG voor de derde keer de deur had gewezen.

Elliott eist toestemming voor een aandeelhoudersvergadering met als enige agendapunt het vertrek van president-commissaris Antony Burgmans, volgens Elliott de belangrijkste blokkade voor onderhandelingen tussen AkzoNobel en PPG. Akzo wees een verzoek daartoe vorige maand af. Bovendien, zo blijkt uit het verzoekschrift, vordert Elliott een onderzoek naar de gang van zaken bij Akzo en de benoeming van een onafhankelijke commissaris.

Elliot heeft haast

Er is haast bij: PPG heeft nog tot uiterlijk 1 juni om te besluiten of het een officieel – en dus vijandig – bod uitbrengt. Die keuze is gemakkelijker te maken als er uitzicht is op het vertrek van een belangrijke pion bij Akzo, denkt Elliott.

Met de aanval op Burgmans wil Elliott greep krijgen op de bedrijfstop van AkzoNobel en het bedrijf dwingen te onderhandelen met PPG over een overname – het uiteindelijke doel de activistische aandeelhouder.

Het is een tactiek waarmee Elliott vertrouwd is. Het hedgefonds van Wall Street-miljardair Paul Elliott Singer is berucht geworden als agressieve schuldeiser van noodlijdende landen zoals Argentinië, maar heeft het tegenwoordig steeds vaker op beursgenoteerde ondernemingen voorzien. Als Elliott zijn zin niet krijgt, probeert het ontslag van bestuurders of commissarissen te forceren. Door te dreigen, aandeelhouders op te stoken tegen de bedrijfstop of via een rechtszaak. Meestal, net als nu, kiest Elliott voor een combinatie van die drie.

Een zeldzaamheid in Nederland

Een rechtszaak waarin beleggers het vertrek eisen van een bestuurders of commissaris – zij het indirect, via het recht een aandeelhoudersvergadering te organiseren – is zeldzaam in Nederland. Een spraakmakend voorbeeld waarin dit wel gebeurde is het conflict tussen industrieel concern Stork en zijn grootaandeelhouders Centaurus en Paulson uit 2007. De beleggers wilden dat Stork zich zou splitsen, het bedrijf verzette zich.

De uitkomst van die zaak voor de Ondernemingskamer is maar gedeeltelijk geruststellend voor AkzoNobel. De rechter wees het verzoek van Centaurus en Paulson af, omdat het inbreuk maakte op de strategie van het bedrijf en daarvoor is het bestuur verantwoordelijk. Maar hij zei wél dat Stork de wensen van zijn aandeelhouders niet zomaar kon negeren en benoemde drie supercommissarissen om de impasse tussen beleggers en bedrijfstop te doorbreken.

De strijd om AkzoNobel verschilt op veel punten van het gevecht om Stork, al was het maar omdat Centaurus en Paulson veel grotere aandeelhouders waren dan Elliott. Maar de zaak-Stork toont wel iets anders: de Ondernemingskamer is bereid en toegerust om verder te kijken dan het verzoek dat voor ligt en treft als ze dat nodig vindt zelfstandig maatregelen. Elliott roept daartoe zelfs expliciet op in het verzoekschrift. Dat verklaart waarom Elliott naar de Ondernemingskamer is gestapt en niet naar de ‘gewone’ rechtbank, die dit soort zaken ook behandelt. „Die keuze is een strategische”, zegt Huub Willems, oud-president van de Ondernemingskamer en verantwoordelijk voor het Stork-vonnis.

Elliott stelt het beleid van AkzoNobel in de gehele overnamestrijd ter discussie. Het hedgefonds verwijt de commissarissen van AkzoNobel een „flagrante schending van de fiduciaire plicht en het Nederlandse ondernemingsrecht”, door tot drie keer toe een bod van PPG „zonder enige vorm van constructief overleg” naast zich neer te leggen. Volgens het hedgefonds heeft de opstelling van Akzo niet of nauwelijks draagvlak onder beleggers.

Een woordvoerder van het verfbedrijf laat in een reactie weten de rechtszaak „met vertrouwen” tegemoet te zien. Ton Büchner deed maandag al zijn uiterste best om aandeelhouders ervan te overtuigen dat hij en de bedrijfstop het voorstel van PPG een eerlijke kans hebben gegeven. Er vond zaterdag zelfs een ontmoeting plaats tussen de topmannen van beide bedrijven, benadrukte hij. De ontmoeting, die slechts anderhalf uur duurde, zou juist hebben bevestigd wat Akzo al dacht, namelijk dat aandeelhouders meer baat hebben bij de nieuwe groeiplannen die het drie weken geleden heeft gepresenteerd. Ook vindt Akzo het bod van 96,75 nog altijd te laag en stelt het dat een overname door PPG slechts is voor de 46.000 werknemers van het Nederlandse verfconcern.

Beleggers geven AkzoNobel in ieder geval een goede kans dat het zijn belager van het lijf houdt, getuige het grote gat tussen de beurskoers (77 euro) en het bod van PPG (96.75 euro).