De Sisyphusmachine van Henk Hofland is eindelijk klaar

In Rotterdam moet een gigantische ‘nutteloze’ machine komen te staan. Een kleine versie staat nu al op de campus van de Universiteit Twente.

Vijftien jaar nadat H.J.A. (Henk) Hofland in een reeks gastcolleges aan de TU Delft de Sisyphus machine introduceerde, wordt hij deze dinsdagavond in werking gesteld: een 7 meter lange, 4,3 meter brede grijper die een ‘rotsblok’ van 300 kilo uit het water tilt, met een enorme plons laat vallen en dan weer opdiept. Om daarna opnieuw te beginnen, in de eeuwige beweging van Sisyphus en zijn rotsblok.

Hofland, die vorig jaar juni overleed, was behalve journalist, essayist en romancier ook uitvinder. Hij maakte kleine en grote machines, soms nuttig, vaak nutteloos: machines die in zijn woorden „de muziek van de beweging” produceerden. De kunstwerken van Tinguely, de strandbeesten van Theo Jansen: hij vond ze prachtig. Zo ontstond ook het idee voor de Sisyphus-machine: een „schouwspel van straf en nederlaag” moest een „vrolijke triomf van de grote plons” worden.

Altijd aan het knutselen

Volkert van der Wijk (35) was een beginnend student werktuigbouwkunde in 2002. Behalve ingenieur wilde hij beeldend kunstenaar worden: hij volgde tegelijk colleges kunstgeschiedenis. Zijn geknutsel („ik was altijd dingen aan het maken”) had richting gekregen toen hij op de middelbare school kennismaakte met het werk van Tinguely. Dus toen een journalist daar gastcolleges over ging geven, dacht hij: daar ga ik even kijken.

Van der Wijk rekende mee aan de eerste ontwerpen van Hoflands Sisyphus machine: dat was de opdracht tijdens de colleges. Het idee liet hem daarna nooit meer los. In 2006 ontwierp hij de Taaie Tiller, een variant die in 2011 onderdeel werd van het onderwijs aan de Universiteit Twente. Daar was Van der Wijk bezig te promoveren op het ontwerpen van gebalanceerde mechanismen.

Uiteindelijk rekenden en tekenden 115 werktuigbouwkundestudenten aan de Taaie Tiller. Die werkt nu zo: twee bakken aan weerszijden van een grijper worden met hulp van zonne-energie volgepompt met water, waardoor ze als een hefboom die grijper kunnen bedienen. Boven openen de tanden van de grijper, valt de last (in feite een stalen buis met daar omheen een dikke laag rubber) en lopen de bakken leeg. De grijper zakt en alles begint opnieuw.

Test op het droge

Henk Hofland zag vorig jaar de eerste test (Van der Wijk: „Al was dat nog wel op het droge”) en schreef: „Als alle krachten van de ondernemingslust, de creatieve verbeelding en het toeval meewerken zullen we straks, over een paar jaar misschien maar liever eerder, in Rotterdam een van de meest fantastische machines ter wereld aan het werk kunnen zien.”

Want dat is de droom: dezelfde machine zes keer groter. Van der Wijk: „Het is haalbaar, dat weten we nu. We hebben alleen nog sponsors nodig.” Hofland (Rotterdam, 1927): „Veel later, als de Taaie Tiller in de reeks van wereldwonderen is opgenomen, zullen er mensen zijn die trots kunnen vertellen dat ze ooggetuige van de eerste plons waren.”