De Rabobank had door dat Rinus M. gekke dingen deed. De politie niet

Cocaïnehandel In 2013 wordt driehonderd kilo cocaïne gevonden door de douane van Rotterdam. De Nederlandse autoriteiten lijken de herkomst van de lading in eerste instantie te negeren, terwijl de Belgen voortvarend te werk gaan.

Het douanekantoor op de Maasvlakte in de Rotterdamse haven. Foto Victor Wollaert/ANP

Tussen vijftienhonderd dozen met ananassen vindt de douane op maandag 9 december 2013 driehonderd blokken in plastic verpakt wit spul. Een simpele test bevestigt wat de douaniers op dat moment eigenlijk al weten: cocaïne. Het nieuws over de onderschepping van de driehonderd kilo cocaïne in de Rotterdamse haven verspreidt zich snel in het criminele milieu – in Nederland én in Zuid-Amerika: „De bak is gevallen.”

Er staan serieuze belangen op het spel. De inkoopprijs van de lading ligt rond de twee miljoen euro. De handelswaarde in Europa is circa tien miljoen. In het milieu speelt de vraag wie dat gaat betalen. Iedereen kijkt naar de vermoedelijke organisator van het cocaïnetransport: Rinus M., een geboren Rotterdammer met een lange geschiedenis in de onderwereld.

Rinus wordt in de dagen na de onderschepping via beveiligde PGP-telefoons zwaar bedreigd door een onbekende man die de bijnaam Suri gebruikt. Rinus moet ruim twee miljoen euro betalen, maar kan met moeite 50.000 euro bij elkaar krijgen. „Dat is onrespectvol”, krijgt Rinus te horen. „We hoeven geen boodschappengeld.” Op 14 april 2014 wordt Rinus voor zijn woning geliquideerd.

Ook de moord van ggz-directeur Rob Zweekhorst op 1 januari 2014 wordt aan een conflict rond de onderschepping van de drugs gekoppeld. Was hun dood te voorkomen geweest, zoals een betrokkene beweert?

280.000 euro

De vondst van de driehonderd blokken cocaïne luidt het begin in van een onderzoek dat leidt naar de corrupte douanier Gerrit G. en een groep drugssmokkelaars, voornamelijk uit Rotterdam en omgeving. Volgens de politie komt de cocaïne toevallig aan het licht tijdens een routinecontrole. De advocaten van de verdachten geloven niet in toeval. Zij hebben de rechtbank verzocht om nader onderzoek te doen naar de start van de zaak. Dat verzoek wordt donderdag behandeld.

Het fruit in de container was bedoeld voor Joba, een bedrijfje uit Fijnaart dat zich bezighoudt met de import en export van fruit. Directeur is Rudolf, een nu 59-jarige Rotterdammer die in het Brabantse Uden woont. Rudolf krijgt die maandag in december een telefoontje van een chauffeur die de container zou vervoeren. Vanwege de drugsvondst is er vertraging opgetreden, vertelt de chauffeur aan Rudolf. „De douane zal wel contact opnemen.”

Rudolf hoort tot zijn grote verbazing niets. Had de politie dat wel gedaan dan had Rudolf kunnen vertellen dat hij op verzoek van Rinus M. bij Joba aan de slag was gegaan. De aandeelhouder van het bedrijf, ene Koos, fungeerde eigenlijk als een soort katvanger voor Rinus die had verteld dat hij gezien zijn verleden geen bedrijven op zijn naam mocht hebben. Rinus M. was al eens eerder voor veroordeeld voor betrokkenheid bij drugshandel.

Dat Rinus M. gekke dingen uithaalde bij Joba is dan al eerder opgevallen. Zo heeft de Rabobank in 2012 een aantal meldingen gedaan van ongebruikelijke contante stortingen op de rekening van Joba voor een bedrag van in totaal 280.000 euro. Eind 2012 worden bovendien vragen gesteld door de politie aan de Rabobank over een opvallende betaling door Joba aan een bedrijf uit Ecuador dat in verband wordt gebracht met de vondst van 8.000 kilo cocaïne in de haven van Antwerpen.

Fruit Forces

Voor de Rabobank is het genoeg om in 2013 de relatie met Joba te beëindigen. Maar de politie vraagt na de vondst van de driehonderd kilo cocaïne in een lading fruit van Joba niet door. Curieus, maar er is meer. Joba maakt vaak gebruik van de diensten van Fruit Forces, een gespecialiseerd fruitopslagbedrijf in Rotterdam. Ook de container waar de driehonderd kilo cocaïne in is gevonden, moest worden gelost bij Fruit Forces. Dit bedrijf is eigendom van Ferry M., de broer van Rinus. De broers hebben, zo zal justitie later concluderen, vermoedelijk samen in de drugshandel gezeten.

Ook Fruit Forces is bekend bij de Nederlandse justitie. Het bedrijf komt in het najaar van 2013 in beeld tijdens een groot Belgisch onderzoek naar cocaïnehandel. Sterker nog: de Belgische autoriteiten vragen in november aan het Openbaar Ministerie in Nederland om het internetverkeer van Fruit Forces te monitoren, en dat gebeurt ook. Een Nederlandse rechercheur informeert de Belgen meteen na de vondst van de driehonderd kilo dat er in een lading fruit bestemd voor Fruit Forces cocaïne is gevonden. Het leidt meteen tot een nieuw verzoek van de Belgen: of de Nederlanders het kantoor van Fruit Forces willen doorzoeken. Het verzoek wordt om onduidelijke redenen niet uitgevoerd.

Een onderschepte lading cocaïne, verstopt in een ananaslading, in de douane van Rotterdam. De foto’s zijn door de politie gemaakt.

Waar in Nederland iedereen de herkomst van de driehonderd kilo in eerste instantie lijkt te negeren, gaan de Belgen er voortvarend mee aan de slag. Een groep smokkelaars onder leiding van de Italiaan ‘Gennaro’ en de Colombiaanse ‘La Tia’ wordt begin 2016 veroordeeld voor drugssmokkel, onder andere voor de eerder genoemde driehonderd kilo.

Dit is niet bekend bij de Rotterdamse rechtbank, als het Openbaar Ministerie een aantal Nederlandse verdachten aanklaagt voor betrokkenheid bij smokkel van diezelfde driehonderd kilo. Onder hen douanier Gerrit G., de eerder veroordeelde drugssmokkelaar René F. en Dennis van den Berg – die geen bezwaar heeft tegen het noemen van zijn naam. Pas eind van het jaar duiken die stukken op na doorvragen van de advocaat van Van den Berg.

Saillant is dat directeur Rudolf van Joba zegt dat hij al in december 2013 wist dat er sprake was van een conflict tussen deze twee. Rudolf hoorde van een zakenpartner van Rinus M. dat René F. vanwege die ruzie de driehonderd kilo zou hebben „verraden”.

Die ruzie zou hebben geleid tot een geplande moordaanslag op Van den Berg, waarbij per vergissing een onschuldige buurtgenoot werd vermoord: ggz-directeur Rob Zweekhorst in Berkel en Rodenrijs. „Als ik eerder was gehoord hadden Rinus en die meneer in Berkel nog geleefd, denk ik. Ik had dan informatie kunnen geven over de gepakte partij [van driehonderd kilo] en had het onderzoek misschien verder kunnen brengen. Ik heb toen meerdere keren met de politie en de douane gebeld”, aldus Rudolf. „Ik ben nooit teruggebeld.”