Boko Haram verliest terrein, bevolking blijft in doodsangst

Nigeria Het leger dringt Boko Haram, dat vorige week tientallen ontvoerde meisjes vrijliet, terug in het noordoosten. De bevolking lijdt verder. Mannen trekken rond, op de vlucht voor iedereen.

Een vrouw duwt een kruiwagen met daarop een jerrycan gevuld met water, terwijl Nigeriaanse soldaten patrouilleren in Banki in noordoost Nigeria. Banki is totaal verwoest tijdens de gevechten tussen het Nigeriaanse leger en Boko Haram. Foto Florian Plaucheur/AFP

De helikopter landt op een veld dat is bezaaid met kogelhulzen. We zijn gearriveerd in Gwoza, in het noordoosten van Nigeria, waar alleen militaire voertuigen veilig de steden kunnen bereiken. Op het omringende platteland heersen nog steeds de milities van de terreurgroep Boko Haram. In Gwoza wonen overwegend vrouwen. Hun mannen zijn noodgedwongen achtergebleven op het platteland, gegijzeld door Boko Haram.

Het wekelijkse militaire konvooi met goederen arriveert. De militairen nemen ook nieuwe ontheemden mee. „Ga in rijen staan, we moeten jullie fouilleren”, gebiedt een soldaat de vluchtelingen. „Ze denken zeker dat we zelfmoordenaars zijn”, protesteert Gaji Saida.

In augustus 2014 deed Boko Haram van zich spreken door de inname van Gwoza. Terreurleider Abubakar Shekau riep de stad uit tot zetel van zijn zelfbenoemde kalifaat en hij kondigde een verbond aan met de Islamitische Staat. De mannen van Gwoza trokken de Mandarabergen in. De strijders voerden de achtergebleven vrouwen mee, onder wie Gaji Saida, naar het aangrenzende Sambisa-woud. Zo verlopen aanvallen van de groep nog steeds: ze probeert de mannen te doden of te rekruteren en de vrouwen maakt ze tot slaven.

Het tij is gekeerd

Door het verlies van Gwoza stond het eens zo machtig gewaande Nigeriaanse leger voor gek. Het moest het afleggen tegen een schijnbaar zooitje ongeregeld van de terreurgroep. Maar het tij is gekeerd. In maart 2015 heroverde het leger Gwoza, en nu is de garnizoensstad een belangrijke uitvalsbasis in de nog steeds voortdurende strijd tegen Boko Haram.

Ama, een regeringssoldaat, wijst naar de Mandarabergen. „We hebben Boko Haram daar herhaaldelijk bestookt, ze weten zich goed te verbergen. We moeten net als zij een guerrillatactiek toepassen”, zegt hij.

Ama vertolkt het herwonnen zelfvertrouwen van het leger. Tussen 2013 en 2015 kon Boko Haram een gebied innemen zo groot als België. Gedemoraliseerde soldaten renden weg voor Boko Haram. Hun soldij werd achterovergedrukt door de hogere rangen. Pas toen Zuid-Afrikaanse huurlingen en de legers van Kameroen, Tsjaad en Niger op het strijdtoneel verschenen, en er nieuwe legerleiders werden aangesteld, kwam er een omslag.

Voetballende jongeren in het kamp in Gwoza. Foto Koert Lindijer

„Nu gaan we de terroristen achterna en als we ze vinden en een vuurgevecht aangaan, verslaan we ze. Geef ons wat tijd en de opstand is voorbij”, zegt soldaat Ama.

Met de militaire successen is nog geen einde gekomen aan het lijden van de bevolking. Alleen al in het noordoosten van Nigeria zijn 2,3 miljoen mensen verdreven. In de buurlanden verblijven nog eens miljoenen ontheemden. Naarmate meer gebieden worden veroverd, komen meer zwaar ondervoeden aan in kampen in de steden. In de voorbije twee maanden nam de bevolking van Gwoza toe van 40.000 naar 60.000. In kampen verblijven nog eens 20.000 mensen, onder wie veel ernstig ondervoede kinderen.

Pokdalige muren van woonhuizen met tekeningen van wapentuig, een kapotgeschoten kliniek, een stukgeslagen kerk: de strijders van Shekau sloegen alles kort en klein. Bij de ingang van de kazerne in Gwoza hangt een poster ‘Gezocht’ met de afbeeldingen van de kopstukken van Boko Haram. Een nerveuze soldaat met een aap aan een touwtje gebaart dat fotograferen verboden is. „Dit is een veiligheidszone, het is hier gevaarlijk”, brult hij boos.

Een poster ‘Gezocht’ met de afbeeldingen van de kopstukken van Boko Haram. Foto Koert Lindijer

Na de herovering door het Nigeriaanse leger kan niemand Gwoza nog uit. Gisteren nog ging een vrouw houtsprokkelen en ze kwam niet meer terug. Het gevaar van Boko Haram dreigt overal. De strijders houden zich op in de bergen en de wouden en mengen zich onder ontheemden.

„De mannen mogen het gebied van Boko Haram niet verlaten en in regeringsgebied worden ze ervan verdacht terrorist te zijn en daarom wekenlang in kazernes ondervraagd”, vertelt een hulpverlener. „Groepen mannen trekken rond op het platteland, op de vlucht voor iedereen”. De vrouwen gaat het nauwelijks beter af. Ontsnapt aan verkrachting en zweepslagen kunnen zij wel naar ontheemdenkampen in de steden, maar het voedsel is er schaars. Human Rights Watch spreekt over „een soort concentratiekampen”.

De hulpverlener ziet het dilemma. „Uit militair perspectief heeft het nieuwe beleid goede resultaten opgeleverd”, zegt hij. „Maar het leger moet aan de gevolgen voor de bevolking denken. Je kunt bewoners niet blijven opsluiten in deze kampen. De situatie is er onhoudbaar en wij, buitenlandse hulpverleners, werken er impliciet aan mee om deze situatie te bestendigen”.

Zo biedt de ommekeer in de strijd tegen Boko Haram nog weinig perspectief voor de bevolking. Borno behoorde altijd al tot de armste en meest gemarginaliseerde deelstaten van Nigeria. Al voor de oorlog kon slechts 17 procent van de inwoners er lezen en schrijven (in de zuidelijke miljoenenstad Lagos is dat meer dan 90 procent). Nu is de regio nog verder teruggedrongen. Kinderen gingen er de afgelopen vier jaar niet naar school en boeren hebben jarenlang geen gewassen op hun akkers kunnen planten.

Foto Koert Lindijer

Radicalere koers

Toen Mohammed Yusuf, de oprichter en eerste leider van Boko Haram, zijn volgelingen koranonderwijs en sociale projecten bood, sloten duizenden jongeren zich vrijwillig bij hem aan. Yusuf werd in 2009 geëxecuteerd door de Nigeraanse politie. Zijn opvolger, Abubakar Shekau, zette een veel radicalere koers in, met meer bruut geweld en minder sociale activiteit. Uit de tijd van Yusuf heeft Boko Haram nog steeds goed opgeleide mensen in haar gelederen, zoals dokters en ambtenaren. Sommige commandanten dragen boeken van de Chinese revolutionair Mao Zedong bij zich. Zij streven naar macht, niet naar de gepropageerde islamitische heilstaat.

„Boko Haram is een van de meest ondoorgrondelijke terreurbewegingen”, zegt het hoofd van een VN-organisatie. „Ik heb in Syrië en vele andere crisisgebieden in de wereld gewerkt, en altijd onderhield ik contact met de oppositie. Maar in Nigeria weten we vrijwel niets van de tegenstander”.

Harun Ahmed is een imam. Hij verloor door Boko Haram zijn vader en oom, net als hij islamitische predikers. Zijn religieuze boeken staken de strijders in brand. Harun ziet een identiteitscrisis onder jongeren als belangrijkste reden voor de aantrekkingskracht die Boko Haram nog steeds uitoefent. „Mijn generatie weerde zich nog tegen quasi-religieuze propaganda zoals van Boko Haram. Maar jongeren laten zich nu gemakkelijk intimideren. Ze voelen zich genegeerd door de staat en hangen maar wat doelloos rond in de dorpen”.

Ziet hij een einde aan de crisis? „In de huidige situatie blijft het aantrekkelijk om je aan te sluiten bij Boko Haram, om een wapen te kunnen dragen en te plunderen”.

De moskee in Gwoza. Foto Koert Lindijer