Column

Beu

Ellen

Je hoort de laatste tijd steeds meer mensen zeggen dat ze Nederland beu zijn. Natuurlijk bedoelen mensen dan dat ze slechts een deel van Nederland beu zijn, en omgekeerd is dat deel van Nederland hen weer beu. Zo woon je in een land waar verschillende bevolkingsgroepen vooral worden gekenmerkt worden door het feit dat ze elkaar zat zijn. En het knappe is: het gaat nog steeds goed! Eigenlijk zijn we wat dat betreft net een gezin dat te lang met elkaar op vakantie is. Leuk is het niet altijd, maar we functioneren.

Vorige maand was een vriend van mij, H., die conservatief-rechts georiënteerd is, echter zo moe van een bepaald deel van de Nederlandse bevolking dat hij zei te willen emigreren naar Denemarken, waar, volgens hem dan, iemand met zijn ideeën beter op zijn plaats is.

„Maar dat wordt zo ongezellig”, piepte ik, want hoewel we het niet altijd met elkaar eens zijn, zijn we wél op elkaar gesteld. „Ik wil niet dat je emigreert.”

„Doe dan maar alsof ik een expat word”, zei H., grinnikend. „Dat klinkt alsof ik er zelf ook nog iets aan overhoud.”

Gisteravond kwam ik aan in Oekraïne, waar ik deze week verslag zal doen van het Songfestival (jawel). Eenmaal in het hotel belde ik met H., want hij had me ge-sms’t dat hij was aangenomen voor een baan in Denemarken. Hij kon volgende maand beginnen. De emigratie ging dus door. Ik vroeg hem of hij Nederland niet zou missen.

„Ach, dat zal wel meevallen”, zei hij. „Het begin zal een beetje zwaar zijn, maar daarna gaat het vast beter.”

Ik was verdrietig en moest denken aan het noorden van Oekraïne, waar de Tsjernobyl-ramp had plaatsgevonden. Hoewel dat gebied nog steeds flink radioactief en dus onbewoonbaar is, is een deel van de voormalige bewoners alsnog teruggekeerd naar hun oude woningen. Mannen en vrouwen, ineengekrompen van leeftijd en heimwee.

„Hier horen we thuis”, zeiden ze tegen verslaggevers die er met hun hoofd niet bij konden. Het lukte hun niet om ergens anders wortel te schieten, en ze verlangden zo naar hun oude omgeving dat ze het gevaar op de koop toe namen. Toen ik dat aan H. vertelde, moest hij lachen.

„Je vergelijkt Nederland nu met een gebied waar een kernramp heeft plaatsgevonden.”

Ja, nee, misschien. Het moet hier toch echt een beetje minder leefbaar zijn geworden, anders zou hij niet vertrekken. Ik dacht aan de teruggekeerde Tsjernobylers, tevreden slapend in hun giftige huizen, in hun giftige bedden. Aan hoe sterk de band met de plek waar je opgroeide is, en dat dat alleen al een reden moet zijn om het te blijven proberen met elkaar, hier, in een ondanks alles gezond land, al het gedoe ten spijt.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.