Welk boek wint de Libris Literatuur Prijs?

Deze maandagavond wordt in Nieuwsuur bekend wie de Libris Literatuurprijs (50.000 euro) wint. Dit zijn de zes genomineerden – en dit zijn de oordelen die NRC-recensenten er eerder over gaven.

Boekenredacteur Thomas de Veen vertelt wie volgens hem de twee echte kanshebbers zijn.

Dit schreef NRC eerder over de genomineerden:

Walter van den Berg: Schuld.

Twee mannen, veertigers, en hun sluimerende conflict vormen de harde kern van Schuld, dat zich net als het grootste deel van Van den Bergs werk afspeelt in de minder prettige kringen van Slotervaart: garages vol gestolen waar, huiselijke en openbare geweldpleging, frustraties en bedreigingen. Volgens recensent Arjen Fortuin, die deze roman van Walter van den Berg (1970) vier ballen gaf, is het ‘een voorbeeldige roman, waarin met grote stilistische beheersing een wereld wordt opgeroepen waarin zelfbeheersing altijd een probleem is’.
Lees hier de hele recensie.

Alfred Birney: De tolk van Java.

De tolk van Java is een autobiografische vader-zoonroman, die tegelijk een verhaal vertelt over de Nederlandse koloniale tijd: de vader van Alfred Birney (1951), een man die zelf Indo was, streed voor de Nederlandse overheerser en deed daar een geweldsverslaving op die hem een tiran voor zijn kinderen maakte. ‘Birney slaagt er in, en dat is denk ik wel zijn grootste prestatie, om voor deze vechtersbaas, die voor zijn kinderen eerder een ‘kampcommandant’ was dan een vader, toch nog enige sympathie te kweken’, aldus recensent Janet Luis.
Lees hier de hele recensie.

Arnon Grunberg: Moedervlekken.

De langverwachte ‘moederroman’ van Arnon Grunberg (1971) is geen verkapte autobiografie, maar het gaat wel over de voortzetting van andermans trauma’s, schreef recensent Arjen Fortuin over Moedervlekken, waaraan hij vier ballen gaf. Een ‘tamelijk plotloze, wrang-geestige, maar allengs steeds droeviger wordende roman’, zo schreef hij, en bovendien, ‘een boek waarin het behoud van het leven in het teken staat van het verleden – en dan niet eens een vrolijk verleden’.
Lees hier de hele recensie.

Jeroen Olyslaegers: WIL.

Misantropie en mededogen: dat is wat de hoofdpersoon Wilfried Wils oproept in de virtuoze roman van Jeroen Olyslaegers (1967) over Antwerpen in de Tweede Wereldoorlog. Recensent Shira Keller gaf vijf ballen aan WIL - het enige boek van de shortlist dat dat overkwam. ‘Ik zou kunnen vertellen hoe Olyslaegers de oorlogsjaren in het bezette Antwerpen, ‘stad van de diamant’, accuraat invoelbaar maakt; zowel de gruwelen als het in schoolboeken kariger vertegenwoordigde opportunisme dat er de kop opstak. Waar Olyslaegers vooral in slaagt, wat zijn roman zo belangrijk maakt, is hoe hij continu de resonantie tot stand brengt met de huidige tijd.’
Lees hier de hele recensie.

Marja Pruis: Zachte riten.

Uiteenzettingen over kunst, een academische zedenschets, een stervende vriendin, een verdwenen broer en heimelijke vlinders tussen Guusje en Leon: het zit er allemaal in, zo schreef recensent Sebastiaan Kort over Zachte riten. De roman van Marja Pruis (1959) kreeg van hem drie ballen: ‘Ambachtelijk zit het allemaal prima in elkaar, maar vuurwerk is het niet wat ze schrijft.’
Lees hier de hele recensie.

Lize Spit: Het smelt.

De enige debutant op de shortlist is Lize Spit (1988) met het succesdebuut Het smelt. Recensent Thomas de Veen gaf er vier ballen aan, en schreef: ‘Plot en thema’s van Het smelt zijn niet per se vernieuwend, maar de invulling die Spit eraan geeft, met haar eigen stem, maakt het tot een oorspronkelijk en indrukwekkend debuut, zonder twijfel een van de beste, rijpste en trefzekerste in tijden.’
Lees hier de hele recensie.