Commentaar

We ‘saven’ en ‘appen’ maar Nederlandse taal is sterk, ondanks Engelse invloed

‘Gesaved’, ‘appen’, ‘gestreamd’: ondanks de populariteit van Engelse leenwoorden, is de positie van het Nederlands nog altijd sterk. Dat schrijven onderzoekers van het Meertens Instituut en de Universiteit Gent in het rapport De staat van het Nederlands dat deze maandag is gepresenteerd.

Het onderzoek op initiatief van de Taalunie wil vaststellen wat de invloed is van globalisering en immigratie op het Nederlands. Uit het rapport blijkt dat zo’n negentig procent van Vlamingen en Nederlanders altijd Nederlands spreekt in zijn of haar naaste omgeving. Op het werk is dat ongeveer tachtig procent. Zowel oorspronkelijke als niet-oorspronkelijke ‘moedertaalsprekers’ vinden het Nederlands een ‘mooie taal’ die doorgegeven moet worden aan de volgende generatie. „Als het van de attitudes afhangt, is het Nederlands dus een zeer vitale taal met uitstekende overlevingskansen voor de toekomst”, schrijven de onderzoekers.

Het onderzoek is een ‘nulmeting’. De komende jaren kan bepaald worden op welke manier de Nederlandse taal zich ontwikkelt.

Het Nederlands kent wel veel Engelse leenwoorden. Toch weten sprekers deze makkelijk om te vormen en te gieten in het Nederlandse klanksysteem en de Nederlandse grammatica.

In het hoger onderwijs en de wetenschap bestaat een tendens om het Engels te verkiezen boven het Nederlands. „Enige maatschappelijke reflectie hierover kan geen kwaad”, concludeert het onderzoek.

In totaal zijn er 24 miljoen Nederlandstaligen op de wereld. Het Nederlands is 56ste van de meest gesproken talen ter wereld. (NRC)