Recensie

Saxofoonconcert mist improvisatie

Saxofoonconcert van John Adams begint veelbelovend, maar mist urgentie – zelfs als de componist zelf dirigeert

Van beboplegende Charlie Parker tot Clarence Clemons van Bruce Springsteens E Street Band: de saxofoon heeft vele helden. Pop- en jazzhelden, welteverstaan. Componist John Adams, opgegroeid tussen de swingplaten, verbaast zich erover dat de sax in de klassieke biotoop amper voet aan de grond heeft gekregen. Zelf gebruikt Adams het instrument graag en in 2013 schreef hij een saxofoonconcert voor Tim McAllister, dat in de NTR ZaterdagMatinee zijn Nederlandse première beleefde met de componist op de bok.

Gemeenplaatsen

Het tweedelige saxofoonconcert begint veelbelovend, met een woekering van opwaartse orkestmotieven, terwijl de solist bijna struikelt over zijn vele noten. Maar de noten blijven zich aaneenrijgen, vrijwel zonder adempauze, en de urgentie sijpelt weg. Wanneer het lange eerste deel in kalmer vaarwater komt strooit Adams met gemeenplaatsen die rechtstreeks van de platen uit zijn jeugd lijken te komen. Interessant wordt het weer als een volgende eindeloze melodie van de solist wordt overgenomen door de blazerssectie, waarbij er een fascinerend hoketus van stuiterende quasi-atonaliteit ontstaat.

Stravinskiaanse stekeligheid

Het probleem van Adams’ saxofoonconcert is dat het de opwinding van improvisatie ontbeert, zonder daarvoor een surplus aan melodische vindingrijkheid of compositorische verrassing in de plaats te stellen. Dat speelt vooral de lyrische passages parten, waar de zwoele sololijnen haast oubollig aandoen, én het jazzimago van de sax bevestigen. Zodra de stravinskiaanse stekeligheid de kop opsteekt is het weer enerverend.

Het korte tweede deel, een spetterende finale, schroeft het tempo tegen het einde nog eens op. Voor McAllister is het een indrukwekkende tour de force. Maar het uitstekende Radio Filharmonisch speelt in dit saxofoonconcert de boeiendste muziek.