Rust en regelmaat in plaats van Ritalin

Onderwijs

Heeft een kind op school problemen? Dan hoort daar vaak ook een medische diagnose bij, zoals ADHD. Soms is dat helemaal niet nodig. Mensen grijpen „te snel” naar medicijnen „of een ingewikkeld therapeutisch traject”.

De leerlingen in groep 6-7 van de Adalbert basisschool in Mook zijn rustig aan het werk. Vorig schooljaar was het nog een zorggroep. „Wij doen het met voorspelbaarheid en structuur.” Foto’s Merlin Daleman

De leerlingen kijken nauwelijks op als een onbekende de klas binnenkomt. Ze tikken rustig op Companion laptopcomputers om hun werkstukje af te maken, een powerpointpresentatie. Vijfendertig leerlingen van de gecombineerde groepen 6 en 7 van de Adalbert basisschool in het Noord-Limburgse Mook, met in totaal 171 leerlingen.

„Dit was vorig jaar een zorggroep. Nu werk ik er geweldig lekker mee”, zegt onderwijzeres Noor Heutink. Vroeger voelde ze zich meer politieagent dan leraar: „Geen vinger opsteken, pootje uitsteken, tik geven. Kinderen zijn assertief. Ze zeiden altijd: ik deed niks.” Ze lag nachtenlang wakker voor een excursie van de klas, nu gaat alles vanzelf.

Van haar 35 leerlingen zijn er drie erg druk. Twee zijn gediagnosticeerd met ADHD, één zat vorig jaar regelmatig thuis. „Nu niet meer, hè”, zegt ze tegen die jongen met blonde krullen die ijverig zit te tikken op zijn laptop. Die knikt van nee, nu zit hij nooit meer thuis.

Een van de twee gediagnosticeerde leerlingen slikt nu steeds minder pillen. En dat waarschijnlijk dankzij die andere lesmethode. De Adalbertschool gebruikt de eenvoudige regels van de door de Vrije Universiteit in Amsterdam ontwikkelde methode Druk in de Klas.

De ultieme sanctie

Het is een van de alternatieven voor medicalisering van problemen in de klas. Kern van de Druk in de Klas-methode is dat goed gedrag wordt beloond en geprezen. Met goed gedrag kan een leerling bijvoorbeeld een kwartiertje extra tekenen verdienen. De ultieme sanctie op verkeerd gedrag is een time-out. Op de Adalbertschool moet de leerling dan aan een apart tafeltje gaan zitten, met het gezicht naar de muur. De school maakt zelden gebruik van deze maatregel.

Een van de makers van de methode is Jaap Oosterlaan, hoogleraar hersenen en gedrag aan de Vrije Universiteit. „Wij hebben een programma ontwikkeld dat zich richt op kinderen die in de schoolsituatie druk en ongeconcentreerd gedrag laten zien”, zegt hij. „Duidelijke afspraken over hoe men met elkaar omgaat, zichtbaar opgehangen in de klas. Goede tafelschikking. Geen twee drukke kinderen bij elkaar. Wat goed gaat benadrukken.”

Het is een beetje de terugkeer naar rust, reinheid en regelmaat, zegt Oosterlaan. „Door de fysieke inrichting van de klas en de manier waarop je als leerkracht met je leerlingen omgaat onder de loep te nemen en te optimaliseren, verkleinen we de kans dat ze het hulpverleningscircuit in moeten.”

Volgens Oosterlaan grijpen mensen „te snel naar medicamenteuze behandeling of een ingewikkeld therapeutisch traject. Wat als normaal wordt gezien, komt in een steeds smallere bandbreedte. Kinderen vallen steeds sneller buiten de boot. Dat moeten we constateren aan de hand van het aantal gestelde diagnosen en de zorgconsumptie. Er zijn kinderen die baat hebben bij goede professionele hulp en waar een label een verlossing voor is. Aan de andere kant zie je ook dat er te veel gestrooid wordt met diagnostische labels.”

Wat als normaal wordt gezien, komt in een steeds smallere bandbreedte

Het zijn vaak de leraren die voor het eerst aan ouders suggereren dat een kind een psychiatrische stoornis kan hebben die ingrijpen nodig maakt. Dat concludeert praktiserend onderwijskundige en psycholoog Bert Wienen uit de vele gesprekken die hij voerde voor zijn promotieonderzoek bij de universiteit van Groningen. Hij kent huisartsen die gek worden van het aantal ouders dat door school worden doorgestuurd voor een behandeling voor ADHD of andere lichte psychiatrische stoornissen. Ouders willen doorverwijzing naar kinder- en jeugdpsychiatrie, waar een recept kan worden uitgeschreven.

Maar ook ouders kunnen aandringen op een diagnose om hun kind te laten presteren. Hij kent een voorbeeld van een vader die tegen een leraar van groep 8 zei: als we nu de diagnose van onze dochter beter benutten en we verhogen de medicatie, dan kan mijn dochter in plaats van het vmbo de havo doen.

Dat heeft volgens Wienen te maken met de wens van iedereen om bovengemiddeld te zijn, „maar de helft van de klas scoort nu eenmaal ondergemiddeld omdat er altijd een gemiddelde is. Als een kind in groep 3 iets minder goed in rekenen is, dan is hij dat vaak ook in de rest van de schoolloopbaan. Er wordt nauwelijks gekeken hoe het kind stijgt ten opzichte van zichzelf”, zegt hij.

Hanteerbaar met een pil

Als adviseur voor onderwijsadviesbureau CPS in Amersfoort heeft Wienen veel ervaring opgedaan. Hij vindt dat er al te vroeg prestaties worden gevraagd. „Is een rekenmethode waarbij kinderen drie kwartier achter elkaar in de klas moeten zitten wel goed”, vraagt hij zich af. „Is het reëel om in groep 4 al cijfers uit te delen?” Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat bij het openbaar maken van testscores van een school het aantal diagnoses stijgt. „We weten dat het prikkels zijn”, zegt Wienen. „Ik snap wel dat de leraar zegt: neem een pil, dan ben je hanteerbaar in deze groep.”

Laura Batstra, universitair hoofddocent orthopedagogiek bij de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dat scholen ten onrechte „de zwartepiet krijgen toegespeeld. We moeten niet vergeten dat ze onder geweldige druk staan. Als je kijkt wat leraren allemaal moeten. Dan vind ik het niet zo gek dat we moeite hebben met kinderen die ingewikkeld gedrag vertonen. Met een klas van vijftien kinderen in het speciaal onderwijs is dat goed te doen, maar als in een klas van dertig een paar kinderen extra aandacht nodig hebben, dan wil dat bijna niet.”

Ik snap wel dat de leraar zegt: neem een pil, dan ben je hanteerbaar in deze groep

De psychiatrische diagnose hoort nu bij het schoolleven. Er zijn kinderliedjes en standaard spreekbeurten over ADHD. En „veel jeugdhulpinstellingen hebben een vooruitgeschoven post op school”, zegt Wienen. „Er wordt veel geld verdiend met die lichtpsychiatrische diagnoses zoals ADHD. Ik heb zelden gehoord dat een leerling die was doorgestuurd naar de psychiater terugkwam omdat er niets aan de hand was. Een diagnose levert planbare hulpverlening op, goed voor de bedrijfsvoering. De behandeling kan worden gedeclareerd bij de gemeente. Er zijn weinig gemeenten die ermee durven op te houden.”

Toen een vader op het NRC-onderwijsblog een stuk met de titel „de school praat mijn kind een psychiatrische stoornis aan”, schreef, kreeg hij zowel bijval als afkeuring. De vader, Ermond van Beek, wilde niet dat zijn zoon voor de rest van zijn leven aan het psychiatrisch etiket ADHD vast zou zitten. Maar de juffen op school drongen erop aan.

Er waren ouders die het met Van Beek eens waren, maar er waren er ook die juist blij waren met zo’n diagnose: daarmee werd hun kind eindelijk geholpen met zijn beperking.

Zonde van het geld

Voor de school is het voordeel van een diagnosticering dat de gemeentelijke zorg een deel van de taak van de school overneemt. Maar er kunnen ook extra onderwijsvoorzieningen worden getroffen, soms ook voor de hele klas. Het extra geld ervoor komt van een van de 150 samenwerkingsverbanden van schoolbesturen voor het primair en middelbare onderwijs.

Wienen vindt het zonde, al dat geld voor jeugdhulp. Hij zou een deel liever naar het onderwijs zelf zien gaan. „Geld beschikbaar stellen voor het weer waarderen van het vak van leraar, om extra lessen te geven, extra ondersteuning, extra instructie”, zegt hij.

Terug naar de klas van Noor Heutink in Mook. Daar hangen de regels vooraan in het lokaal: „Ik scheld niet en doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.” Daarnaast zijn er de klassenregels die elk jaar weer opnieuw met de klas worden afgesproken: „1 Wij lopen rustig door de school. 2 We laten elkaar uitpraten. 3 Als we wat willen zeggen, steken we onze vinger op” tot en met „7 Bij schoppen, slaan, schelden en het expres vernielen van andermans spullen krijg ik meteen een time-out”. Daarnaast nog speciale instructies, over de zithouding bijvoorbeeld: „1 twee billen op de stoel, twee voeten op de grond, 3 rug tegen de leuning.”

„Wij doen het met voorspelbaarheid en structuur”, zegt Heutink. „Aan het begin van de dag zeggen we wat we gaan doen, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Het moet gezellig zijn maar wel binnen grenzen.”