Recensie

Pauw heeft mededogen met gelovigen

Zap

Tijs van den Brink en Jeroen Pauw hadden een goed gesprek in het programma ‘Adieu God?’. Religie en nadenken staan met elkaar op gespannen voet, meent Pauw.

Tijs van den Brink en Jeroen Pauw in 'Adieu God?' (EO).

Toen Tijs van den Brink vorig jaar genomineerd werd voor de Sonja Barend Award wegens zijn gesprek met Midas Dekkers in Adieu God? (EO), schreef hij in een column daar niet onverdeeld blij mee te zijn. Hij had het wel verwacht: juist de gesprekken met felle tegenstanders van het geloof (Dekkers, Arjen Lubach) worden er altijd uitgepikt.

Dat heeft misschien te maken met de levendigheid en spanning van zo’n gesprek, of anders wel omdat veel kijkers zich heel weinig meer kunnen voorstellen bij een worsteling met het geloof van je voorouders. De meeste Nederlanders van 2017 vinden religie iets heel vreemds.

Dit seizoen is het gesprek met Van den Brinks collega-interviewer Jeroen Pauw een hoogtepunt. Pauw vindt het onbeschaafd van zichzelf dat hij zich soms niet kan inhouden als het over welk geloof dan ook gaat: „Ik heb wel een zeker mededogen met mensen die gelovig zijn”. Want religie en nadenken staan met elkaar op gespannen voet, meent Pauw, en als een slim iemand religieus is, dan is er vermoedelijk een probleem op de achtergrond.

Interessant vond ik vooral dat de nauwelijks religieus opgevoede presentator (zondagsschool, verliefd op een EO-collega, toen hij daar eind jaren 70 radio-omroeper was) vooral opstandig is geworden door een ander geloof. Zijn ouders hadden hem te laat verteld dat Sinterklaas niet bestond en dat zorgde voor permanent wantrouwen over het waarheidsgehalte van uitspraken van ouders en andere autoriteiten. Op z’n twaalfde presenteerde hij trots de bewijzen, die hij in de linnenkast had aangetroffen, van een altijd ontkend eerder huwelijk van zijn vader. Kortom: de ideale voedingsbodem voor een onderzoeksjournalist.

Er volgen meer bekentenissen die een nieuw licht werpen op de vaak sterk aangezette religietwisten in Pauw. De presentator vindt dat hij is „omringd door een wereld van neppigheid”, want dat hoort nu eenmaal bij televisie, en streeft daarom naar meer oprechtheid. Dat was ook de reden dat hij nooit geld aan goede doelen gaf, want dat is toch alleen maar om jezelf een beter gevoel te schenken. Tijs van den Brink: „Waar komen al die strenge ethische opvattingen toch vandaan?”

Van den Brink doet dit echt heel goed: open en onbevooroordeeld luisteren naar mensen met wat in protestantse kringen wel „religiestress” genoemd wordt. Maar vaak is het eerder een culturele dan een theologische kwestie.

Je ziet dat ook in Noud Holtmans’ nieuwe documentaireserie op zondagmiddag, Familie, Geloof en Hoop (NTR). Daarin spreken homoseksuelen van Marokkaanse afkomst openlijk over de strijd die ze hebben moeten leveren om uit de kast te komen. Maar is het werkelijk het geloof dat hun familie en vrienden vaak zo vijandig laat reageren?

Een jong meisje dat onherkenbaar wil blijven is bang dat er vreselijke dingen gaan gebeuren als ze voor haar geaardheid uitkomt. Er zullen islamitische rituelen worden uitgevoerd om die te bezweren. En als er mensen in de familie ziek worden, zal zij daar zeker de schuld van krijgen.

De drie monotheïstische godsdiensten zijn ontstaan om bijgeloof en afgoderij af te zweren, bij wijze van beschaving. Sommige heidense fenomenen werden gewoon in jodendom, christendom en islam geïncorporeerd. Maar rituelen tegen homoseksualiteit en magisch denken, dat staat pas echt haaks op gezond verstand, en zegt toch echt meer iets over een cultuur dan over een godsdienst. Maar in het spraakgebruik zeggen mensen dan: „Mijn ouders zijn heel gelovig.”