‘Onderwijs moet de voordelen van ict gebruiken’

Henriëtte Maassen van de Brink Heeft het onderwijs nu 5,5 miljoen of 500 miljoen nodig voor ict? En wat koop je er dan voor? De Onderwijsraad adviseert.

Henriëtte Maassen van den Brink.

Wat geven scholen uit aan digitalisering? Dat wilde de Onderwijsraad graag weten voor zijn advies over het gebruik van digitale technologie op school. Maar bedragen waren in geen begroting of jaarverslag te vinden – niet van schoolbesturen,en niet van het ministerie van Onderwijs.

„Wat is dan een richtbedrag voor ICT op school?”, vraagt Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad en hoogleraar onderwijseconomie, zich af. „Is dat de 500 miljoen euro die de werkgevers in het basisonderwijs voor digitalisering ervan vragen? Of is dat de 5,5 miljoen euro die het ministerie onlangs gaf voor digitalisering?”

Dat normbedrag is van belang omdat de Raad in zijn advies van dinsdag, Doordacht Digitaal, pleit voor een basisinfrastructuur voor primair tot en met hoger onderwijs. Veel onderwijsinstellingen hebben nog steeds een slechte internetverbinding. Wat moeten een stabiele toegang tot internet en moderne hardware voor elke school in het land kosten? De verbinding moet ook veilig zijn, en privacy van leerlingen en leraren moet zijn gegarandeerd. Docenten moeten ook nog digitaal worden geschoold. En wat moet er dan voor dat geld worden aangeschaft? Nieuwigheden kunnen snel achterhaald raken of juist onmisbaar blijken. De ene lesmethode verdwijnt snel, de andere houdt het jaren vol.

Bij het schrijven van het advies zag Maassen van den Brink grote variatie in de mate van digitalisering van onderwijsinstellingen. „Sommige scholen werken bij wijze van spreken nog met lei en griffel, andere lopen voorop. Je ziet basisscholen die digitaal beter op orde zijn dan sommige hogescholen en universiteiten.”

Is er ook enig bewijs welke digitale onderwijsmethode werkt?

„De oogst van wetenschappelijk bewijs voor het nut van digitale onderwijsmethoden is mager. Meta-analyses van zo’n duizend studies hebben ambivalente uitkomsten. Of de gevonden effecten zijn klein. Er is vaak wel een correlatie, maar geen causaal verband. Veel onderzoeken missen een controlegroep om mee te vergelijken. De interventie is vaak niet goed beschreven of het is niet duidelijk wat is onderzocht. Het experiment is te klein of het effect op de lange termijn is onduidelijk. Net als bij medische studies komen onderzoeksresultaten vaak uit de industrie zelf.”

Hoe bepaal je dan het belang van digitale technologie?

„Digitale technologie is niet meer terug te draaien. Het is vreemd als je dan de voordelen niet gebruikt in het onderwijs. De arbeidsproductiviteit gaat ermee omhoog. Digitalisering bespaart bijvoorbeeld het nakijken van toetsen. Je ziet dat de administratie van scholen wel zijn gedigitaliseerd. Daar heeft men de voordelen wel van ingezien. Het is aan het bevoegd gezag van de school om te bepalen in hoeverre digitale middelen moeten worden ingezet. De Vrije School wil de eerste drie leerjaren geen digitale middelen inzetten. Maar uiteindelijk gaan we digitale vaardigheden wel toetsen in de eindtermen.”

Moet digitalisering dan een nieuw vak worden?

„Nee, digitale vaardigheden zijn geen apart vak. Je moet het bij alle vakken gebruiken. Het moet een doorlopende leerlijn worden, door alle vakken heen. Het gaat om basiskennis van het gebruik van de apparatuur, mediawijsheid en informatievaardigheden. Uit internationale tests blijkt dat het daar vaak aan ontbreekt.”

Hoort programmeren en coderen ook bij digitale vaardigheden?

„Nee. Na een jaar kun je de opgedane kennis weggooien, want het verandert telkens weer. Computers gaan ook zelf programmeren. De scholen in Delft zijn in samenwerking met de technische universiteit daar met coderen en programmeren begonnen. Dat is leuk, maar het hoeft niet overal te worden toegepast. Iedereen leren programmeren en coderen is een eenzijdige benadering van het tekort aan ICT’ers.”

Zijn mediawijsheid of informatievaardigheden wel digitaal? Gaat het niet gewoon om kennis?

„Het gaat hier niet om specifiek digitale vaardigheden. Ook voor het schrijven van een scriptie moet je verantwoorde bronnen gebruiken. Dat geldt eveneens voor het hoger onderwijs. Ik had studenten die een verhaal van een mevrouw op twee hoog achter aan de Budeldwarsstraat als bron gebruikten. Het gaat om het kritisch evalueren en becommentariëren van bronnen. Niet alle docenten hebben die vaardigheid. Het verschil met de oude, niet-digitale wereld is dat de dichtheid van informatie veel groter is en dat die informatie vaker onjuist is.”

U wil dat de technische kant wordt losgemaakt van de inhoud. Maar zitten scholen niet vast aan een besturingssysteem – dat van Apple, Windows, open source?

„De licenties moeten open zijn. Docenten moeten een pakketje kunnen krijgen dat is toegesneden op hun leerlingen. Dat zou in korte onderdelen moeten, modules, zodat docenten niet een heel programma tot en met de toetsing op hun bordje krijgen.”