Commentaar

No worries mate, het Engels legt het af

Het dagelijkse Nederlands wemelt van de Engelse woorden, termen en uitdrukkingen. Wie mee wil komen in de maatschappij spreekt op zijn minst wat Engels en zal het sowieso redelijk moeten kunnen verstaan.

Is de situatie zorgelijk? In elk geval ergert al dat Engels nogal wat native speakers, getuige bijvoorbeeld de regelmatige reacties in ingezonden-brievenrubrieken. Straks spreekt er niemand meer behoorlijk Nederlands, is de vrees. Voor je het weet, is het Engels hier de voertaal.

Maar nee. Onderzoek van het Amsterdamse Meertens Instituut en de Universiteit Gent, vervat in het rapport De staat [sic] van het Nederlands, wijst uit dat het Nederlands sterk staat.

Ja, er is invloed. Engelse leenwoorden nestelen zich in het Nederlands. De sociale media zijn daarin leidend. E-mail wordt gesaved, paswoorden worden gecreëerd.

Maar ook al zijn die Engelse woorden, termen en uitdrukkingen met veel, ze blijken het Nederlands niet te vermorzelen. Het Nederlands mag gekenmerkt zijn door een minderwaardigheidscomplex (‘niemand spreekt Nederlands’), wat wordt gecompenseerd door grootheidswaan (‘íedereen hier spreekt Engels’) maar het houdt fier stand. Wereldwijd kapselen 24 miljoen Nederlandstaligen dat Engels in, of ze verhaspelen het tot authentiek Nederlands. Nederrappers, van welke herkomst ook, zingen in het Nederlands, niet in het Engels.

En dat hoeft niet te verbazen. Wie de romans van Couperus leest, zou denken dat we hier allemaal Frans spreken. In de 19e eeuw kregen kinderen in de betere kringen het nodige Frans mee van Franse kindermeisjes en gouvernantes. In de 20ste eeuw, met zijn globalisering en Amerikaans geïnspireerde technologie, drong het Engels zich op als lingua franca – met de popcultuur als voertuig, waarmee de algemene voertaal op slag gedemocratiseerd werd. Nu kneden televisie en iPad alle kinderen in het Engels.

De enige hoek waar het Engels werkelijk overheerst, bevindt zich in de wetenschap. Er zijn universiteiten waar nauwelijks meer college in het Nederlands worden gegeven. Technische universiteiten hebben bijna 100 procent Engelstalige masters. De reden? Er wordt internationaal gehengeld naar studenten en wetenschappelijk personeel. Die worden bediend met Nederengels, mank maar voor iedereen te volgen. Echter, het merendeel van de afgestudeerden zal in Nederland werken, met Nederlandse collega’s en cliënten. Zij zullen dat Engels van zich af schudden. Zodat je je afvraagt waarom het in the first place voor hen moest, dat universitaire Engels.