Opinie

Geef toe Britten, de Fransen zijn beter

Het past de Britten niet schamper te doen over Frankrijk, schrijft . „In mijn Engelse stadje kan ik geen Shakespeare kopen.”

De beroemde Parijse boekhandel Shakespeare and Company. Foto Getty Images

De Franse verkiezingen gingen vooral over de vraag bij wie de schuld ligt. De schuld van wat precies? Van de chronische malaise in het land. Is deze te wijten aan de bankiers, de bazen, de bureaucratie of de immigranten?

De Britse pers wekt vaak de indruk dat Frankrijk in een soort bedroevende toestand verkeert die in Groot-Brittannië koste wat kost voorkomen moet worden, een kruising van een economisch Guinee-Bissau en een ideologisch Noord-Korea. Dit komt deels omdat de Fransen zelf zo over de staat van hun land klagen; ik heb een plank vol boeken waarin Franse schrijvers hun naderende ondergang voorspellen.

Zoals elk land in de geschiedenis heeft Frankrijk zijn problemen. De vreselijke legbatterijen van rancune, illegale handel en criminaliteit zijn in elk geval gevoelsmatig nog vele malen erger dan in Engeland; het gekoesterde onderwijssysteem is achteruitgegaan doordat te elfder ure fluttheorieën zijn aanvaard. De hedendaagse Franse architecten en hun bouwwerken behoren tot de slechtste ter wereld, extra pijnlijk na de gedenkwaardige prestaties op dit terrein in het verleden.

Het kan geen bezoeker van Frankrijk ontgaan hoe goed het bestuurd wordt.

Onder kleine ondernemers heerst veel boosheid over arbeidswetgeving, sociale lasten, regelgeving en wettelijke discriminatie waardoor zij in hun groei worden beknot en nietsdoen beloond lijkt te worden. Nog maar drie weken geleden kreeg ik van twee kleine ondernemers – een boswachter diep in La France profonde en een Parijse taxichauffeur van Vietnamese afkomst – een klaagzang over hun pensioen. Dat zou na 40 jaar werken en belasting betalen niet hoger zijn dan van mensen die nog nooit van hun leven hadden gewerkt. (De taxichauffeur zei dat hij, bij een keuze in de tweede verkiezingsronde tussen Emmanuel Macron en Marine Le Pen, op Le Pen zou stemmen.) Ik heb hun niet gevraagd hoeveel pensioengerechtigden ze kenden die nog nooit hadden gewerkt; maar ik ken zeker Fransen die een sabbatical van twee jaar met een werkloosheidsuitkering als hun recht en niet als een schandelijke vorm van misbruik beschouwen.

Dit is bij lange na niet het hele verhaal. Frankrijk is tenslotte nog altijd het meest bezochte land ter wereld – het heeft jaarlijks meer bezoekers dan inwoners – en met goede reden. Het kan geen bezoeker van Frankrijk ontgaan hoe goed het bestuurd wordt. Dat is de goede kant van iets wat door de meeste Angelsaksen als een ongewenst en zelfs verderfelijk cultureel trekje zal worden beschouwd: dat zoveel intelligente jongeren bij de overheid willen werken.

Hun wegennetwerk behoort tot het best onderhouden netwerk ter wereld. Ook het openbaar vervoer is ongeëvenaard, en niet alleen in Parijs. Frankrijk is schoon, zeker in vergelijking met Groot-Brittannië; toen ik laatst in de buurt van Toulouse reed, zag ik in 100 kilometer minder afval dan in 100 meter buiten mijn kleine (en mooie) Engelse plattelandsplaats. Wat de verklaring ook mag zijn – dat de Fransen nu eenmaal geen afval op straat gooien of dat hun gemeente het ijveriger opruimt, of een combinatie van beide – dit spreekt in het voordeel van Frankrijk.

Vreemd genoeg voor een land dat zo als dirigistisch bekendstaat, zijn er overal prachtige markten, meestal met lokale producten. Leerzaam is ook een vergelijking met de boekenmarkt in Frankrijk. Frankrijk heeft nog altijd zijn vaste boekenprijs, met het ogenschijnlijk tegenstrijdige gevolg dat de feitelijke keuze veel groter is dan in Groot-Brittannië, hoewel het aantal uitgegeven boeken veel kleiner is (niet meer dan 80.000 per jaar, voor mij genoeg).

Elke plaats in Frankrijk heeft minstens één onafhankelijke boekhandel die echte boeken verkoopt, waaronder de Franse klassieken. De enige boekhandel in mijn plaats, W.H. Smith, verkoopt voornamelijk boeken van of over beroemdheden (of beide), vaak afgeprijsd, plus verhalen over seksueel misbruik van kinderen. In het stadje nabij mijn Franse huis, dat even groot is als mijn Engelse stadje, zijn in de twee boekwinkels geen boeken over beroemdheden of seksueel misbruik te vinden. Het veel hogere culturele niveau in Frankrijk is niet alleen toe te schrijven aan de boekhandels, maar in elk geval helpen ze wel om dit te handhaven. In Frankrijk kan ik lokaal Pascal kopen, maar in Engeland kan ik lokaal geen Shakespeare kopen.

Natuurlijk zijn boekwinkels nog geen economie, maar de doelmatigheid en het vernuft van het werk in Frankrijk zijn ook in kleine dingen zichtbaar. Het is een lust voor het oog hoe zelfs in mijn afgelegen deel van het land jaarlijks de goten van de weg worden schoongemaakt. Dit werk wordt niet alleen snel, maar ook mooi gedaan, alsof het voor de mannen die het doen het belangrijkste op de wereld is.

Nog een pijnlijk contrast met Groot-Brittannië (voor een Brit tenminste) is de aandacht voor details in winkels. Een bloemist in Frankrijk geeft de indruk een bloemenspecialist te zijn, niet iemand die bloemen verkoopt bij gebrek aan beter of het er maar zo’n beetje bij doet. De bloemen worden ingepakt met esthetische aandacht voor de bloem zelf, bijvoorbeeld in bijpassend gekleurd papier. Daarmee stijgt ongetwijfeld de prijs, maar ook de kwaliteit en deze voortdurende gerichtheid op details verhoogt de praktische intelligentie van de bloemist of zijn medewerker. Hetzelfde geldt voor de verkoop van fruit, vis, vlees, kaas, brood, gebak, etc. En dit draagt allemaal bij aan het levensgenot, al kan het net als elke deugd ook te ver gaan en in geneuzel ontaarden.

Zonder twijfel leidt de starheid van de arbeidsmarkt tot een hogere werkloosheid, maar ze heeft misschien ook voordelen: een werkgever die een werknemer, als hij eenmaal is aangenomen, moeilijk kan ontslaan, heeft een prikkel om hem efficiënter te leren worden. En de Fransen zíjn efficiënter: met veel minder werknemers produceren ze in veel minder tijd minstens evenveel als de Britten. De Franse macro-economische cijfers zijn niet in alle opzichten bemoedigend, maar lijken mij over het algemeen niet slechter dan de Britse.

Zoals wij allen hebben ook de Fransen hun ondeugden. Het zijn onbedaarlijke huichelaars, zij het op een ander gebied dan wij. Wij huichelen over seks, zij over geld. Ze praten over gelijkheid, maar zijn een en al hebzucht en afgunst. Hun snobisme is net zo erg als dat van ons. Ze nemen zichzelf serieus en wij mogen dan als bekrompen worden gezien, wij hebben geen debat of intellectueel discours dat louter over onszelf gaat.

De Fransen gebruiken meer kalmeringsmiddelen en antidepressiva dan wie ook (hun liefde voor de zetpil hebben ze laten varen). Maar gezien het menselijk vermogen om van de hemel een hel en van de hel een hemel te maken, moeten we hun narigheid niet overdrijven – des te beter kunnen we de onze uit de weg te gaan.