Commentaar

Vertrouw de professionals, laat hen de macht aan de basis bevorderen

‘We houden elkaar gevangen in regelfetisjisme’ zei de Utrechtse ziekenhuisdirecteur Douwe Biesma dit weekend in NRC. Hij doelde daarmee op de verhoudingen tussen artsen, besturen en verzekeraars die hij waarnam. Maar het had evenzeer kunnen slaan op het onderwijs, de jeugdzorg, de sociale zekerheid, de ruimtelijke ordening, het veiligheidsdomein – regelzucht en regeldruk zijn kenmerken van de moderne complexe samenleving.

In toenemende mate wordt het ook beschouwd als de vloek van deze tijd. Meer regels en procedures zijn het antwoord op een globaliserende samenleving die minder makkelijk politiek te sturen valt, waarin de onderlinge afhankelijkheid toeneemt en de wens risico’s uit te sluiten groeit. Dat leidt tot ‘professionals’ die steeds meer beperkt in hun handelingsvrijheid raken.

Biesma nam in zijn ziekenhuis „een oerwoud aan indicatoren” bij aandoeningen waar. Die moeten allemaal vastgelegd worden, waardoor iedereen zich „wild registreert”, waarna er vervolgens „geen jota mee gebeurt”. Althans iedere belanghebbende deed er wat anders mee.

Het deed sterk denken aan de onderwijskracht die onlangs in het NOS-journaal demonstreerde hoe omvangrijk het papieren verantwoordingssysteem voor haar leerlingen was geworden. De behoefte aan controle, registratie en verantwoording groeit – waarbij het primaire proces, kinderen lesgeven en patiënten gezond maken nevengeschikt wordt.

Dat deze ontwikkeling niet gezond is, wordt inmiddels breed aangevoeld. In het huidige regeerakkoord was al bepaald dat niet meer na ieder incident een nieuwe regel geschreven moet worden, die herhaling moet voorkomen. De vorige Ombudsman riep het kabinet in 2013 al op om eens een tijdje helemaal geen nieuwe regels meer te schrijven. En die tijd te benutten om ‘regelschoonmaak’ te houden.

Het dwingt bestuurders als Beisma tot een interessante regelsanering op de eigen werkvloer. Nu registreren ‘zijn’ ziekenhuizen in overleg met de artsen nog maar 3 tot 6 indicatoren per aandoening. Waarna diezelfde professionals de resultaten zelf beoordelen en er conclusies voor de eigen praktijk uit trekken. Een vorm van zelfsturing dus, waarbij variatie in uitkomst niet per definitie negatief gevonden wordt. Databases bevorderen hier niet de hiërarchie, maar versterken juist de macht aan de basis. Die moet dan wel elkaar vertrouwen, open en geïnteresseerd zijn. Dit lijkt dus een vestzakoverwinning op de bureaucratie – en een voorbeeld waar andere beroepsvelden zich aan kunnen spiegelen.