Column

Blieb, blieb. Hier zijn de aandachtsrovers weer

De computer is een rekenmachine, een schrijfmachine, een videomachine, maar hij wordt ook steeds meer een afleidmachine. Wie een paar uur wil werken zonder dat er voortdurend venstertjes opduiken en signaalgeluidjes weerklinken, mag eerst een uur of wat inruimen om alle meldingen uit te zetten. De ‘knop’ (misleidend begrip, knoppen zijn zichtbaar) zit meestal diep verborgen – sommige vind je nooit, omdat ze bijvoorbeeld niet bestaan.

Denk je dat je alles stil hebt, klinkt ’s nachts vanuit de iPad toch weer een van de 921 geluidjes waarover zo’n apparaat beschikt. Ah, Paul McCartney geeft over drie jaar een concert in Ziggo Dome. Fijn, goed om te weten. Een uur later: Ping! Trump heeft chocoladetaart gegeten en de BBC vindt dat ik dat direct moet weten. Herinneringen, meldingen, updates.

Andy Warhol vroeg altijd aan zijn vrienden wat hij moest schilderen. Een van hen zei: waar je het meest van houdt. Waar Warhol het allermeest van hield was aandacht, maar dat laat zich lastig schilderen, dus toen begon hij maar schilderijen van geld te maken. Warhol zag precies waar het heen ging: de ware valuta van deze tijd is niet geld, maar aandacht. Kijk naar rijke mensen, vroeger verscholen die zich, nu zoeken zij de camera’s. Net als iedereen. De best betaalde beroepen zijn aandacht krijgen, profvoetballer, tv-ster, de slechtst betaalde zijn aandacht geven, ouderen verzorgen, bijvoorbeeld.

The reversal from stuff to attention, noemt Richard Lanham het, filosoof en auteur van The Economics of Attention. Marcel Duchamp begon ermee toen hij Mona Lisa van een snor voorzag en een urinoir exposeerde. Hij maakte niets, enkel aandacht. De Italiaanse futuristen perfectioneerden de strategie: zij plaatsten hun teksten als advertenties in de kranten, met maar één doel: aandacht. In de woorden van grondlegger Filippo Marinetti: „Snelheid krimpt de aarde. Een nieuw besef van de wereld. De mens kreeg besef van zijn huis, zijn buurt, zijn regio en, uiteindelijk, zijn continent. Tegenwoordig heeft hij besef van de hele wereld. Hij hoeft nauwelijks te weten wat zijn voorvaderen deden, maar hij heeft een permanente behoefte om te weten wat zijn tijdgenoten elders op de wereld aan het doen zijn.” Geef toe, dat is een vrij nauwkeurige omschrijving van Facebook. Gedateerd 1909.

Aandacht. De strijd om dit schaarse goed verhardt. Digitale dienstverleners laten meer en meer hun schroom varen om je lastig te vallen. Zet je de meldingen in WhatsApp uit, dan krijg je elke dag opnieuw de vraag of je ze weer aan wilt zetten. De toon in softwarescripts wordt steeds dwingender. ‘Wilt u deze update nu installeren?’ ‘Nee, dank u.’ ‘WANNEER DAN WEL!?!?!?!’

De helft van alle internetgebruikers in het VK vindt dat zij eraan verslaafd zijn, blijkt uit onderzoek. Zelf zou ik die vraag ook met ‘ja’ beantwoorden, denk ik. Op de website van BBC III staat een interview met Max Stossel, initiator van Time Well Spent, een beweging voor mensvriendelijke technologie. „Aan de andere kant van jouw computerscherm zitten duizenden professionals die maar één ding doen: je zo verslaafd mogelijk maken”, zegt Stossel, die zelf jarenlang in de industrie werkte, maar last kreeg van gewetensbezwaren.

Aandachtrovers, zou je ze kunnen noemen. Zij bedenken clickbaitstrategieën, displaymodellen voor advertenties en ‘notificatiestructuren’: notificaties zijn aandacht, aandacht genereert dopamine, dopamine is verslavend. Die aandacht is geld waard. Wij denken dat wij de gebruikers van al die technologie zijn, maar dat zijn de techbedrijven. Zij gebruiken die technologie om iets te verkopen. En wat zij verkopen is onze aandacht. Wij zijn niet de gebruikers, wij zijn het product.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van Woorden Die Werken.