De ‘Slager van Kabul’ is terug in de hoofdstad, tot woede van veel inwoners

In de jaren 90 legde Gulbuddin Hekmatyar de hoofdstad Kabul deels in de as. Nu heeft de regering een akkoord met hem gesloten en kon de man die zoveel bloed aan zijn handen heeft ongestoord zijn rentree maken.

Voormalig president van Afghanistan Hamid Karzai (links), de president van Afghanistan Ashraf Ghani (tweede van links) en Gulbuddin Hekmatyar (midden) komen aan bij een ceremonie op het presidentiële paleis in Kabul. Foto Shah Marai/EPA

De gevreesde krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar, aan wiens handen het bloed kleeft van honderden Afghanen, heeft na een ballingschap van ruim twintig jaar opnieuw zijn intrek genomen in Kabul. Dat leidde vrijdag tot protesten in het westen van de Afghaanse hoofdstad, terwijl hij elders zijn aanhangers toesprak.

Afgelopen donderdag arriveerde Hekmatyar in een konvooi van SUV’s en Toyota pick-ups, dezelfde die worden gebruikt door de Talibaan, met daarin tientallen zwaar bewapende strijders. Slechts enkele SUV’s voerden de Afghaanse vlag. Strijders in de overige voertuigen zwaaiden met de vlag van Hizb-e-Islami (Hekmatyars groepering) en schreeuwden leuzen.

„We maken ons zorgen”, zei Mohammed Gulab, een inwoner van Kabul, tegen de onafhankelijke tv-zender Tolo. „Ze kwamen de stad binnen met een heleboel wapens, dat is verkeerd”, voegde inwoner Tajmir toe.

Slager van Kabul

Vorig jaar sloot de Afghaanse regering een vredesovereenkomst met Hekmatyar, die ‘de Slager van Kabul’ wordt genoemd. Zijn inmiddels tamelijk onbetekenende strijdgroep brak met al-Qaeda en de Talibaan en steunt nu de regering. Hekmatyar en zijn commandanten werden geschrapt van terreurlijsten en kregen immuniteit voor eerder begane misdaden. President Ashraf Ghani hoopt dat het vredesverdrag Talibaan-commandanten zal aansporen eveneens deals met de regering te sluiten.

De Talibaan lijken echter niet onder de indruk van Hekmatyars stap. De regering controleert nu zo’n 60 procent van alle districten; in januari was dat nog 71 procent. Vorig jaar doodden de Talibaan meer dan 15.000 Afghaanse agenten en militairen. In de eerste zes weken van 2017 vielen onder de veiligheidstroepen al 807 doden. Het Pentagon noemt die aantallen „schokkend hoog”. Jaarlijks verlaat daarbij 35 procent van de militairen de dienst. Het is moeilijk daartegenop te rekruteren. Het incorporeren van Hekmatyars 3.500 strijders biedt de regering nauwelijks soelaas, en leidt tot hevige kritiek van mensenrechtenorganisaties. „Hekmatyars terugkeer versterkt de cultuur van straffeloosheid die de Afghaanse regering en haar buitenlandse donors in stand houden”, aldus Human Rights Watch-onderzoeker Patricia Grossman.

Raketbeschietingen

Hekmatyar leidde in de jaren tachtig een van de krachtigste mujahedeenfacties in de strijd tegen de Sovjet-troepen. Begin jaren 90 vocht hij met andere strijdgroepen om de controle van de Afghaanse hoofdstad. Human Rights Watch houdt Hekmatyar onder meer verantwoordelijk voor raketbeschietingen van Kabul in 1992 waarbij minstens duizend burgers omkwamen en zeker 8.000 werden verwond.

Deze foto werd genomen in 1992. Op de voorgrond zitten van links naar rechts: de Pakistaanse minister van Arbeid Ljaz Ul Hag, de Afghaanse minister van Defensie Shah Massoud, Gulbuddin Hekmatyar en de Saudische Abdullah Naif. Ze houden een persconferentie op twintig kilometer ten oosten van Kabul waarin ze een historisch vredesakkoord bekendmaken tussen de rivaliserende mujahideen facties. EPA

Hekmatyars intocht komt op een wankel moment in de top van het veiligheidsapparaat, na het aftreden van de minister van Defensie en de chefstaf van de strijdkrachten. Dat is het gevolg van de vernietigende aanval die als militairen vermomde Talibaanstrijders op 21 april uitvoerden op een noordelijke legerbasis. Het dodental is volgens Afghaanse media intussen tot 256 gestegen. Uit beelden die na de aanval werden gemaakt, blijkt hoe groot het bloedbad was. In de moskee van de basis getuigen muren gepokt met honderden kogelgaten dichtbij de grond ervan hoe de ongewapende, in elkaar gedoken militairen werden afgemaakt.

Vorige week kondigden de Talibaan hun lente-offensief aan, waarna de gevechten verhevigden. Eind maart kregen de Talibaan reeds de controle over het strategische district Sangin, waardoor zij nu hun operaties in de zuidelijke provincies Kandahar en Helmand met elkaar kunnen verbinden en nog meer van de opiumhandel kunnen profiteren dan ze al deden. „Het loslaten van Sangin is een fout”, zei regeringsgezant generaal Abdul Jabal Qahraman. „Maar de regering kan er niet langer haar eenheden handhaven.”

Mujahedeen loyaal aan Ahmad Shah Massoud patrouilleerden op 4 mei 1992 op de weg van Kabul naar Jalalabad. Verschillende raketten vielen op 4 mei rond Kabul. Vermoed werd dat die zijn afgevuurd door mensen die loyaal waren aan Gulbuddin Hekmatyar, een rivaal van Massoud. EPA

Extra Amerikaanse troepen

Zondag werden opnieuw, voor de vierde dag op rij, zware gevechten gemeld in de noordelijke provincie Kunduz. Nadat de Talibaan een cruciaal district innamen braken in een buitenwijk van de provinciehoofdstad Kunduz gevechten uit. De afgelopen twee jaar wisten de Talibaan tot twee keer toe de stad in handen te krijgen en enige tijd vast te houden.

Intussen lijken de Amerikanen na de terugtrekking van het overgrote deel van de NAVO-troepen in 2014 opnieuw nauwer bij de strijd betrokken te raken. Anonieme Amerikaanse overheidsfunctionarissen zeiden afgelopen week tegen persbureau Reuters dat de situatie in Afghanistan „nog slechter” was dan ze hadden verwacht. Komende week wordt het advies verwacht aan president Donald Trump, waarin het Pentagon vrijwel zeker zal vragen om 3.000 tot 5.000 extra man. Zij zouden worden toegevoegd aan de 8.400 Amerikaanse militaire trainers die nu in Afghanistan actief zijn in het kader van de NAVO-operatie Resolute Support. De totale buitenlandse troepensterkte in Afghanistan bedraagt nu 13.000, geleverd door de VS en 38 andere landen.

Afgelopen week arriveerden 300 Amerikaanse mariniers in Helmand. Officieel lossen zij een eenheid van minder geharde Amerikaanse opleiders in Kabul af. Het is de vraag of het bij alleen trainen zal blijven. „Wij zien dit absoluut niet als een non-combat-missie”, aldus hun commandant, brigadegeneraal Roger Turner.