Recensie

Manipulaties en esthetisch genot bij Kris Verdonck

Alleen al de gelaagdheid maakt het kijken naar I/II/III/IIII intrigerend. Maar dan is er ook nog de schoonheid van de buitengewone choreografie.

Wat stelt zij voor, de vrouw die daar in de lucht zweeft? Telkens keert die vraag terug in I/II/III/IIII van de Vlaamse beeldend kunstenaar en theatermaker Kris Verdonck. Tien jaar na de première brengt ICK Amsterdam, waar Verdonck een van de (gast-)choreografen is, dit vierluik in reprise. Zeer terecht, want het is een buitengewone choreografie, waarin beelden van controle en hulpeloosheid, schoonheid en gruwel, mens en machine, leven en dood elkaar in een fractie van een seconde afwisselen.

De teaser van I/II/III/IIII.

Eerst is er de verwondering over die ene vrouw (Natascha Dejong), die onaangedaan – of is zij soms een cyborg? – het pad volgt van de trapezeconstructie waaraan zij is opgehangen. Daarna gaat het vragen door, als zij gezelschap krijgt van eerst een, dan twee, tenslotte drie danseressen (achtereenvolgens Kim Amankwaa, Helena Volkov en Sophia Dinkel) in identieke zwarte jurkjes. De trage choreografie verdubbelt zich, verdrie- en verviervoudigt, op hypnotiserende muziek van Stefan Quix.

Onzichtbaar voor het publiek manipuleren drie technici de machine waaraan de vrouwen met een, ook onzichtbaar, harnasje zijn verbonden. Omhoog, omlaag, diagonaal naar voren of weer terug bewegen ze, cirkelend als de grote balk draait, cirkelend om hun eigen assen, verticaal én horizontaal, over hun heupgewricht.

Verdonck verbeeldt het theater als marionettenspel, artificiële actie in een door technologie beheerste ruimte – de relatie tussen mens en machine is een thema in zijn werk. De vrouwen zijn willoze objecten, om met één beweging te veranderen in soevereine danseressen die een millimeter boven de vloer oneindige, onmogelijke pirouetten draaien en opstijgen als ideale zwanen. Hun ondersteboven hangende lichamen roepen ook associaties op met martelingen, slachtvee en vallende lichamen.

Alleen al die gelaagdheid maakt het kijken naar I/II/III/IIII intrigerend. Maar dan is er nog de onvoorspelbare beweging en (dis-)balans van de beweegbare balk waaraan de danseressen zijn overgeleverd, die hen dwingt tot een uitgekiend samenspel met de machine en die soms orde creëert, terwijl bij momenten ook wanorde ontstaat. Zoveel kijk- en denkwerk biedt deze ingenieuze theaterinstallatie, dat je die in zijn gehéél wel vier keer zou willen zien.