Macron begint zijn presidentschap op achterstand

Nieuwe president Dat Macron zo’n ruime meerderheid van de stemmen haalde, is vooral te danken aan zijn tegenstander. Hij zal moeten proberen ‘het andere Frankrijk’ weer aan boord te krijgen.

Macron spreekt zijn aanhang toe na zijn overwinning in de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Foto Lionel Bonaventure/AFP

Met de verkiezing van de 39-jarige Emmanuel Macron tot president breekt in Frankrijk een nieuw politiek tijdperk aan. Het jongste staatshoofd sinds Napoleon Bonaparte vertegenwoordigt niet alleen een politieke stroming die hier nooit veel succes heeft gehad, het liberalisme, maar zijn verkiezing buiten de traditionele machtspartijen om luidt ook het eind in van de wijze waarop Frankrijk sinds het begin van de Vijfde Republiek in 1958 bestuurd is.

66 procent van de kiezers bracht zondag in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen zijn stem uit op de voorman van de ‘burgerbeweging’ En Marche! 34 procent van de stemmen ging naar Marine Le Pen van het nationaal-populistische Front National. Dat was een nog groter verschil dan de peilingen voorspelden en toonde nogmaals dat de Franse kiezers zich niet van de wijs hebben laten brengen door externe factoren als nepnieuws, buitenlandse propaganda of de permanent aanwezige terreurdreiging.

Voor de verkiezingen beloofde Macron niet minder dan een „revolutie”. Hij wil Frankrijk economisch ingrijpend hervormen om een eind te maken aan „25 jaar massawerkloosheid”. Hij beriep zich tijdens zijn campagne op symbolen van links én rechts, op Jean Jaurès en op Jeanne d’Arc, en hoopt een nieuw optimisme los te maken in een land dat al jaren in de knoop zit met zichzelf en zwaar gepolariseerd is.

Maar ondanks zijn ruime cijfers begint Macron zijn presidentschap vanuit een achterstandspositie. Dat hij zo’n ruime meerderheid van de stemmen haalde, is vooral te danken aan zijn tegenstander. Marine Le Pen mag dan een voor haar stroming recordaantal stemmen hebben gehaald, veel Fransen accepteren haar partij nog niet.

Dat het aantal blanco en ongeldige stemmen groter is dan ooit tevoren (9 procent) laat zien dat veel kiezers met beide kandidaten moeite hadden. De opkomst was daarbij sinds 1969 niet zo laag: driekwart.

Die afkeer van de politiek was al te zien bij de eerste ronde op 23 april. Bijna de helft van de stemmen ging toen naar een partij die zich in meer of mindere mate tegen het „systeem” keerde. De kiezers van Macron zijn overwegend hoger opgeleid, hebben goede banen en zien de toekomst zonniger in dan de aanhang van Le Pen of de in de eerste ronde succesvolle linkse kandidaat Jean-Luc Mélenchon. Uit kiezersonderzoek bleek dat van de 24 procent van de Fransen die hem in de eerste ronde steunde, slechts de helft dat van harte deed. De rest zag een stem voor Macron als „vote utile” (nuttige stem), bijvoorbeeld om een riskantere tweede ronde te voorkomen.

Macron zal moeten proberen ook dat andere Frankrijk weer aan boord te krijgen. Uit zijn uitbundigheid na de overwinning in de eerste ronde, maakten commentatoren op dat hij de ernst van de situatie nog niet helemaal doorgrondde. In de periode tussen de twee rondes voerde hij bovenal campagne tegen het „gevaar” Le Pen, maar hij weigerde verliezers uit de eerste ronde tegemoet te komen. Meteen na de uitslag verweten kopstukken van Mélenchons beweging hem de uitslag te verdraaien. „Frankrijk stemde tegen het FN, niet voor Macron”, zei een van hen.

Maar Macron was zondagavond in zijn overwinningstoespraak alles behalve triomfantelijk. Op plechtige toon probeerde hij de breuklijnen in de Franse samenleving te overbruggen. Hij beloofde de komende vijf jaar „de angsten te verminderen” en „de veroveringsgeest terug te vinden”. „Ik zal met al mijn krachten strijden tegen de verdeeldheid die ons ondermijnt en ons verzwakt”, zei hij. En: „Ik zal Europa verdedigen.”

Cruciaal is later deze week de keuze van zijn premier. Daaruit zal blijken hoe anders zijn „methode” werkelijk is. Rekent hij er op dat de Franse kiezer hem bij de parlementsverkiezingen volgende maand een stabiele meerderheid gunt? Uit eerste peilingen blijkt dat het er voor hem redelijk gunstig uitziet.