Profiel

Mario Draghi

Draghi is de sluwe sfinx die de euro bijeen houdt

Voor een Italiaan is hij gereserveerd, de baas van de centrale bank. Zijn politieke handigheid wekt wrevel én bewondering.

Nadat Mario Draghi vorig jaar een vertrouwelijk gesprek had gehad met Duitse parlementariërs in Berlijn, verscheen hij voor de pers, op de voor hem zo kenmerkende wijze. Rustig. Heel precies zijn woorden kiezend. Het gesprek was „zeer bevredigend” geweest, zei de president van de Europese Centrale Bank. Hij sprak zijn „waardering” uit voor het „respect” dat de Bondsdag had getoond voor de onafhankelijkheid van zijn instelling.

Dit vlak nadat Bondsdagslid Gunther Krichbaum, naast Draghi staand, juist een reeks kritiekpunten had opgenoemd die de parlementariërs richting Draghi hadden geuit. Spaarders lijden onder de lage rente van de ECB, bijvoorbeeld. En de honderden miljarden euro’s die de ECB aan staatsleningen koopt, zijn een verkapt hulpprogramma voor zwakke eurolanden.

Dit is de politicus Mario Draghi in actie. Na een confrontatie in het hol van de leeuw – de Duitse Bondsdag, die weinig van zijn beleid moet hebben – komt de Italiaan onverstoord naar buiten. En straalt uit dat híj de overhand heeft.

Vijfenhalf jaar leidt Mario Draghi nu de centrale bank in Frankfurt, zijn termijn loopt eind 2019 af. Duidelijk is nu al dat het tijdperk-Draghi diepe sporen nalaat in de monetaire unie. Onder Draghi’s voorgangers Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet was consensus de norm in het ECB-bestuur, dat gold als voorzichtig en bescheiden. Onder Draghi is de ECB een soort Europese ‘Fed’ geworden. Een centrale bank die, net als haar Amerikaanse evenknie, massaal geld creëert om de crisis te bestrijden. En die vaker per meerderheid besluit, soms tegen het Duitse en Nederlandse standpunt in.

Draghi (69) valt zijn hele leven al op door zijn ambitie. Melvyn Krauss, emeritus hoogleraar Economie aan New York University, hoorde vakgenoten al over hem praten in de jaren zeventig, toen de twintiger Draghi promoveerde aan het Amerikaanse topinstituut MIT. Krauss herinnert zich hoe een Finse econoom zei: „Mario Draghi, dat is de toekomstige president van Europa.” Krauss leerde Draghi later zelf kennen en beschrijft hem als „zeer intelligent”. Draghi kreeg aan MIT college van vijf Nobelprijswinnaars, een van zijn begeleiders was de huidige Fed-vicepresident Stanley Fischer.

Door zijn MIT-ervaring ontsteeg Draghi Italië. Aan het hoofd van de ECB staat een Angelsaksisch geschoolde econoom met een groot internationaal netwerk. Zijn periodes bij de Wereldbank (1984-1990) en bij zakenbank Goldman Sachs (2002-2005) versterkten dit profiel verder.

Lees ook het opiniestuk van twee ING-economen: Leg rode loper uit voor held Mario Draghi

Erfenis verdampt

Een kille econoom is Draghi echter niet. Hij is ook een intellectueel, iemand die zich in soms opvallend politiek getinte speeches ontpopt als hartstochtelijk aanhanger van de Europese gedachte. In zijn vrije tijd leest Draghi veel: Engelstalige, Franstalige en Italiaanstalige literatuur en non-fictie. Hij blijft ook diep verbonden met Italië. Geregeld verblijft hij in het weekend in Rome, de stad waar hij in 1947 werd geboren. Hij leerde er zijn vrouw Serena in zijn studententijd kennen. Het paar heeft twee kinderen.

Draghi komt uit de gegoede middenklasse. Zijn vader was ambtenaar bij de Italiaanse centrale bank, zijn moeder apotheker. Hij kreeg al vroeg, op 15-jarige leeftijd, grote verantwoordelijkheden, toen zijn beide ouders kort na elkaar overleden. Als oudste van drie kinderen moest hij opeens de gezinsadministratie doen, beschrijft Draghi in een interview met het Duitse weekblad Die Zeit. Over de erfenis van zijn ouders beschikte hij niet: een voogd had die belegd in obligaties, totdat het jongste kind volwassen was. Toen Draghi in 1975 terugkwam uit de VS, was de erfenis verdampt – door inflatie. Ik ben niet zomaar een Italiaan die een beetje geldontwaarding wel prima vindt, is zijn boodschap in het interview.

Je kunt heel moeilijk hoogte van hem krijgen. Hij is een beetje een sfinx

Lex Hoogduin

Veel meer persoonlijks geeft Draghi niet prijs, ook niet aan mensen die met hem werken. De ECB-president staat bekend als gereserveerd, zeker in vergelijking met de meer joviale Duisenberg en de meer emotionele Trichet. „In de omgang is hij eigenlijk niet zo Italiaans, eerder Brits”, zegt Alessandro Leipold, een landgenoot en generatiegenoot van Draghi. Hij raakte met Draghi bevriend in de jaren tachtig in Washington, waar Draghi toen werkte voor de Wereldbank en Leipold voor het IMF.

Toen Draghi later de hoogste ambtenaar was op het Italiaanse ministerie van Financiën (1991-2001) en president van de Italiaanse centrale bank (2006-2011), leidde Leipold de IMF-missie in Italië. Hij beschrijft Draghi als een geslepen strateeg, gepokt en gemazeld in de chaotische Italiaanse politiek. „De ene na de andere Italiaanse regering viel in die jaren en Draghi overleefde ze allemaal”, zegt Leipold.

„Hij delegeert onbelangrijke dingen en richt zich op de grote kwesties en op het onderhouden van essentiële contacten. Daarin is hij een meester.”

Stil, slim, strategisch. De Nederlander Lex Hoogduin wil het nog wel wat scherper zeggen: „sluw”. Hoogduin verving als directielid van De Nederlandsche Bank (DNB) regelmatig oud-DNB-president Nout Wellink in het ECB-bestuur en zag Draghi daar aan het werk, toen hij daar nog zat als Italiaans bestuurslid. „Je kunt heel moeilijk hoogte van hem krijgen. Hij is een beetje een sfinx”, zegt Hoogduin.

Solist met vertrouwelingen

„Solistisch”, zeggen bronnen die anoniem willen blijven. ECB-bestuursleden voelen zich soms in het ongewisse gelaten door Draghi en zijn overvallen door zijn speeches. Trichet belde vaak rond, wat het clubgevoel in het bestuur ten goede kwam. Draghi steunt meer op een groepje vertrouwelingen in de ECB-toren, onder wie de Belgische hoofdeconoom Peter Praet, en haalt advies bij economen uit zijn Amerikaanse tijd. De Italiaan forceert soms besluiten door in speeches verwachtingen te wekken op de financiële markten. Daarna kan het bestuur eigenlijk nog maar één kant op: die van Draghi.

Zijn inmiddels befaamde speech in juli 2012, het hoogtepunt van de eurocrisis, is illustratief. In Londen, voor een gezelschap van beleggers, zei Draghi: „Binnen haar mandaat staat de ECB paraat om al het nodige te doen om de euro te behouden.” En, na een kleine pauze: „En geloof me, dat zal genoeg zijn.”

De stress op de markten over Zuid-Europese staatsschulden ging abrupt liggen, maar een deel van het bestuur was verrast. Het was het startschot van een (uiteindelijk nooit uitgevoerd) besluit om gericht staatsschuld van wankele landen te kopen.

Die ferme bestuursstijl wekt wrevel, maar ook bewondering. Want heeft Draghi’s optreden niet de euro gered? „In deze tijden heb je misschien wel een echte leider nodig”, zegt een oud-ECB’er. Het is misschien ook waarom hij de zo cruciale steun geniet steun van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Hij bezoekt haar elk jaar wel een keer in Berlijn. Misschien lijken ze wel een beetje op elkaar, de twee machtigste mensen van Europa. Sober, gereserveerd. En alle anderen te slim af.