De Italianen missen een sprinttrein

Giacomo Nizzolo. Het Italiaanse wielrennen stond jaren bekend om zijn fameuze sprinters. Die tijd is voorbij, treurt oud-sprinter Alessandro Petacchi.

Fernando Gaviria (links) uit Colombia wint de sprint in de derde etappe van de Giro d’Italia. Tweede werd de Duitser Rüdiger Selig (midden), als derde eindigde de Italiaanse sprinter Giacomo Nizzolo (rechts). Foto Luk BENIES / AFP

Het is zo vaak net niet bij Giacomo Nizzolo, een 28-jarige sprinter uit Milaan, de Italiaanse hoop op etappeoverwinningen deze honderdste Ronde van Italië. IJdele hoop, misschien wel. De man jaagt al zes opeenvolgende jaren op dagsucces in de Giro. Vergeefs. Ja, vorig jaar was hij de beste in Turijn, in de slotrit, daar waar een Italiaan wil winnen. Maar de jury diskwalificeerde hem. Hij week van zijn lijn.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Nizzolo werd vierde in etappe 1 – hij maakte zich in de slotkilometer klaar voor een explosie van kracht, maar die verrekte Oostenrijker Lukas Pöstlberger (25) ging ineens op avontuur. Kans verkeken. Zaterdag werd Nizzolo 183ste, zowat zes minuten na André Greipel, zijn grote concurrent tijdens de massasprints. „Ik had last van astma”, was zijn excuus zondagochtend in Tortoli, terwijl hij met fans op de foto ging, zijn handtekening op petjes zette. „De pollen, de hitte, het was mijn dag niet. Het is sowieso mijn seizoen niet, want ik heb door een knieblessure amper wedstrijden gereden. Ik hoop dat ik daarvan hersteld ben, en dat ik vandaag kan proberen te winnen. We zullen wel zien.”

Schrale troost

Hij probeerde het, welzeker, Nizzolo miste zondag de slag niet toen de Luxemburger Bob Jungels en diens zowat voltallige ploeg Quick-Step het peloton in de laatste tien kilometers uit elkaar scheurde toen de wind stormachtig van rechts kwam. Er bleef een groepje van een renner of tien over, de roze trui van Greipel uit zicht na kettingproblemen. Zou het dan nu voor Giacomo?

Een sprint van vijf man in de straten van Cagliari, zij aan zij draaien ze de hobbelige Via Roma op. Eigenlijk is er maar één man die Nizzolo van de overwinning kan houden – Giro-debutant Fernando Gaviria, die was daarnet ook alert toen er een waaier werd gevormd en een grote massasprint werd vermeden. Gaviria trekt de sprint aan op links, Nizzolo zit aan de andere kant van de weg, goede papieren nog altijd. Maar dan hindert Gaviria’s Argentijnse ploegmaat Maximiliano Richeze de Italiaanse kampioen, precies op het moment dat hij hem wil passeren. Pech. Alweer. De man wordt derde, achter Gaviria en Rüdiger Selig. Hij mag het podium op. Een schrale troost.

Puntentrui voor beste sprokkelaar

Nizzolo rijdt geen andere grote rondes dan die in het land waar hij geboren werd. Het gaat hem om de Giro, dan kijkt het hele land met hem mee. De voorbije twee jaar kreeg hij wel de puntentrui voor beste sprokkelaar mee naar huis, ook leuk, maar „een sprinter wil etappes winnen”, zegt Alessandro Petacchi in de perszaal van Cagliari, waar hij precies tien jaar geleden, toen de Giro Sardinië voor het laatst aandeed, de massasprint won. Petacchi is de laatste sprintvedette van Italië, winnaar van liefst tweeëntwintig etappes in de Giro. Daarvoor had je natuurlijk recordhouder Mario Cipollini (42 etappes). Een opvolger dient zich maar niet aan. „De fans hadden het geluk”, zegt Petacchi, „dat ik meteen na Cipollini begon te winnen. Maar je kunt niet vijf van ons op een rij hebben. Er is nu gewoon geen echte specialist in Italië.”

Baanwielrennen

De naam van Elia Viviani valt, in Rio de Janeiro olympisch kampioen op de baan, op het onderdeel omnium en onlangs nog winnaar van een etappe in de Ronde van Romandië. Petacchi: „Door hem is het baanwielrennen in Italië groot geworden. Winnaars trekken jonge baansprinters aan, en dan is het te hopen dat ze doorstomen naar de weg, net als Viviani.”

Maar juist bij die overgang stokt het de laatste jaren in Italië. Petacchi noemt renners als Roberto Ferrari en Jacopo Guarnieri, ooit grote beloften. Die laatste werd zelfs ‘de nieuwe Petacchi’ genoemd, maar brak toch niet door. Een gebrek aan begeleiding? Petacchi denkt van niet. „Je moet van grote klasse zijn om in het hedendaagse wielrennen nog sprints te winnen. Je hebt een sprinttrein nodig, en die zie ik bij de Italianen niet. Alleen Greipel heeft een goede tot zijn beschikking. Heb je dat niet, dan gaat het om talent en een perfecte timing. Je moet precies weten wanneer je moet demarreren. Vertrok ik op 180 meter voor de finish, dan was ik verloren, 200 was perfect voor mij. Ik was niet zo explosief, en dat wist ik van mezelf.”

Nizzolo krijgt nog genoeg kansen deze Giro, komende woensdag bijvoorbeeld, in de vlakke etappe naar Messina, op Sicilië. ‘#nevergiveup’, Twitterde hij na zijn podiumplaats, alweer zijn veertiende in de Giro.