Naomi van As: ‘Het is mijn laatste actie ooit, dan ga ik niet sjokkend eindigen’

Hockey

De carrière van Naomi van As kreeg niet de verlenging waar ze op hoopte. Maar het is goed zo. „Ik dacht, ik ga niet sjokkend eindigen.”

Naomi van As neemt afscheid van het tophockey, nadat ze met Laren tegen Amsterdam de play-offs heeft gemist. Foto’s Piroschka van de Wouw / ANP

Het afscheid van een Nederlandse hockeygrootheid ruikt naar bier. Opgewekt en luid pratend komt Naomi van As zondagmiddag de bestuurskamer van Laren binnen, terwijl buiten kinderen in de rij staan met pen en notitieblok. „Ik zou even afstand houden”, zegt ze. „Ja, je ruikt mij nu.” Ze ritst haar trainingsjack open en pakt haar lichtblauwe thuisshirt vast. Zeiknat. Bierdouche.

Het besef van wat er net allemaal gebeurd is, is er nog niet helemaal. Toen even daarvoor het laatste fluitsignaal klonk, nadat de klok in een van de hoeken van het veld toch al geruime tijd op 00:00 had gestaan, was het ook meteen het laatste fluitsignaal dat zij als tophockeyer ooit zal horen. Ploeggenoten vielen haar huilend in de armen, maar Van As toonde weinig emotie. Ze baalde op dat moment nog van de 0-0 tegen Amsterdam. Niet genoeg voor de play-offs, niet genoeg voor een korte verlenging van haar carrière.

In de kleedkamer had ze wel even gehuild, zegt ze. Jan Smit – „ja, hij was er écht!”, zegt ze, had haar vriend Sven Kramer voor gezorgd – zong het team toe. Met speciale aandacht voor Van As. Ze begint zelf te zingen en mee te bewegen. „‘Vrien-den voor het leeeee-ven’. Toen dacht ik voor het eerst: dat wat ik zó leuk vind aan het hockey, dat teamgevoel, met z’n allen, dat ga ik nooit meer hebben. De spanning voor een wedstrijd, elkaar in de ogen kijken. Ik ga natuurlijk nog weleens sporten, maar het zal nooit meer worden zoals het was.”

Vorige week maakte Van As (33) bekend na dit seizoen te stoppen met hockeyen. Vijftien jaar speelde ze op het hoogste niveau in Nederland, eerst bij Klein Zwitserland na in de jeugd bij HDM te hebben gespeeld, daarna bij Laren. Bij het Nederlands team, waar ze met onder anderen Maartje Paumen, Ellen Hoog en Eva de Goede jarenlang het hart vormde, was ze na de Spelen in Rio al gestopt.

Gouden generatie

Met Van As neemt opnieuw een speelster van die gouden generatie afscheid. Zij werden olympisch kampioen in Beijing (2008) en Londen (2012), en haalden vorig jaar zilver in Rio. Hoog maakte eerder bekend dat dit haar laatste seizoen is. Paumen gaat nog even door, maar dan in België.

Van As won alle grote prijzen in haar carrière, alleen nooit een landstitel. Als het Laren dit seizoen was gelukt, had haar afscheid nog meer kleur gekregen. Maar Laren, traditioneel vaste klant in de play-offs, kreeg de laatste weken te veel concurrentie van Oranje-Rood. Alleen winst was genoeg zondag. Het zat er niet in. Des te zuurder dat Oranje-Rood verloor van SCHC. „Gek dat het zo abrupt afgelopen is”, zegt Van As. „Ik had gehoopt dat we het zouden redden, was heel optimistisch. En dan hoor je de uitslag van die andere wedstrijd.” Ze slaakt een wanhoopskreet. „We waren zo dichtbij.”

Amsterdam, al geplaatst voor de play-offs, gaf geen afscheidscadeautjes. Haar vriendin Ellen Hoog dus ook niet. „El belde me gisteren nog, om te vragen hoe ik me voelde. Ik begon herinneringen op te halen, dingen die we samen hadden meegemaakt. Als ik dan toch mijn laatste wedstrijd moest spelen, dacht ik, dan tegen haar.” Hoog zei kort daarvoor dat ze een vroegtijdig afscheid raar vond voor Van As. „Maar je denkt ook aan je eigen team. Ik heb haar omhelsd en gezegd: ‘Je hebt een heel mooie carrière gehad, dit is echt geen smet daarop.’”

Laatste actie ooit

Een maand geleden was Van As voor het eerst echt eerlijk naar zichzelf toe geweest. „Ik dacht: weet ik het nou al wel of schuif ik het steeds voor me uit?” Maar het was mooi geweest. Stoppen op een moment dat ze nog best even mee zou kunnen. „Ik wil geen speelminuten krijgen op basis van mijn naam.”

Even, heel even moest ze tijdens de wedstrijd aan het einde denken. Laatste minuut, Laren in een wanhoopsformatie zonder keeper. „Ik dacht: ik moet nu wel een sprintje trekken. Het is mijn laatste actie ooit, dan ga ik niet sjokkend eindigen.” Ze lacht. „Je kunt het niet helemaal loslaten.”

Ze is nog geen uur hockeyster-af, of ze wordt gevraagd of ze binnen de sport nog wat blijft doen. „Als coach of trainer, bedoel je? O nee, nu nog niet. Eerst even wat afstand.” Het enige waar ze nu even aan kan denken, is de douche. „Ik voel me echt vies.”