40 controleurs voor 43.000 stichtingen

Liefdadigheidsparadijs Nederland Giftconstructies kosten de schatkist jaarlijks een half miljard euro. Er is amper mankracht om misbruik te voorkomen.

Nederland is niet alleen een belastingparadijs voor grote ondernemingen, maar ook een paradijs voor goede doelen. Dat blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek. In de Index of Philanthropic Freedom staat Nederland bovenaan.

Onderzoekers van het Amerikaanse Hudson Institute, verantwoordelijk voor de index, stelden in 2015 vast dat Nederland het meest liberale vestigingsklimaat, de ruimste fiscale voorzieningen en de geringste controle op stichtingen en verenigingen heeft.

„Wij zijn een genereus land”, beaamt René Bekkers, bijzonder hoogleraar en hoofd onderzoek bij de werkgroep filantropische studies aan de VU in Amsterdam. „Voor giften die particulieren en bedrijven doen aan een zogenoemde Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) wordt een hoge belastingaftrek geboden. De ontvangende instellingen krijgen veel fiscale voordelen, zoals vrijstelling van BTW en giften- en schenkbelasting.”

Eind 2016 bleek uit een ander onderzoek, in opdracht van de Belastingdienst, dat de erf- en schenkvrijstellingen en de giftenaftrek de schatkist jaarlijks ruim een half miljard euro kosten. Een andere uitkomst van de evaluatie van de Belastingdienst is dat er geen sluitende controle is op stichtingen en verenigingen die van de Belastingdienst de fiscaal bevoorrechte ANBI-status hebben gekregen. Met giften aan steunstichtingen van sociaal belang behartigende instellingen wordt mogelijk gefraudeerd.

Groei van aantal ANBI-stichtingen

In de evaluatie wordt ook gewezen op de snelle groei van het aantal stichtingen en verenigingen met een ANBI-erkenning. Dat zijn er nu 43.000 en hun aantal groeit nog steeds. Voor de controle heeft de Belastingdienst een team van slechts 40 mensen (fte). Dat maakt de pakkans bij misbruik niet groot, terwijl een goede controle nodig is. Dat bewijzen recente fraudegevallen met ANBI-stichtingen van islamitische organisaties en de sektarisch-christelijke Noorse broeders.

Lees ook: Miljoenen verdienen de leden van de sektarische ‘Noorse broeders’ met hard werken voor hun kerk. Ook kinderen werken mee.

De onderzoekers die in opdracht van de Belastingdienst werkten, kwamen allerlei vormen tegen van bewust of onbewust misbruik van de fiscale voordelen. Zo mag iemand die zijn kunstverzameling aan een ANBI schenkt, dat privé of zakelijk fiscaal verrekenen. De bedoeling is dat de kunst voor het publiek toegankelijk wordt.

De onderzoekers zagen echter ook dat kunst in een eigen stichting met ANBI-status werd ondergebracht, een forse aftrekpost werd genoten, en de kunst bij de schenker thuis aan de muur bleef hangen.

„De Belastingdienst wil wel van de aftrekposten af, wat de handhavingsproblemen meteen oplost”, zegt Bekkers. „De andere kant van de medaille is dat dan het aantal giften daalt. Bewijzen zijn er niet, maar dat zou wel eens 30 procent kunnen schelen.”

Het is echt een keuze van Nederland om maar zo weinig mensen in te zetten.

In handhaving kun je investeren, vindt Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en fiscalist bij Allen & Overy. „De Charity Commission in het Verenigd Koninkrijk [die 167.000 goede doelen controleert] heeft 400 medewerkers. Het is echt een keuze van Nederland om maar zo weinig mensen in te zetten. Om het ANBI-team meer tijd te geven voor handhaving moet er geautomatiseerd worden. Dat doet Engeland ook beter. Daar is een centrale webportal voor alle goede doelen. Het neemt de fiscus veel werk uit handen en biedt betere transparantie. Bij ons zijn nu elke dag ambtenaren bezig om te controleren of ANBI’s voldoen aan de plicht om hun cijfers te publiceren. Dat mag overal op internet. Dat is zeer arbeidsintensief. Een webportal maakt dat overbodig. Dan kunnen ze achter de rotte appels aan.”

Strengere regels

De afgelopen jaren zijn de eisen waaraan een ANBI moet voldoen strenger geworden. Tot 2008 waren er weinig regels. Daarna volgde onder meer de eis dat een ANBI minimaal 50 procent van het geld aan het „algemeen nut” moet besteden. Dat is inmiddels opgetrokken tot 90 procent.

Met buitenlandse ogen bekeken blijft het allemaal liberaal en soepel. Hemels: „Dat politieke partijen hier ook een ANBI-status hebben, vinden ze elders raar. Dat is in geen enkel ander land zo. Aan de andere kant kunnen vakbonden, sportverenigingen en fanfares hier geen ANBI zijn. Dat kan in de meeste andere landen dan weer wel.”

Er is geen land in de wereld met zoveel stichtingen en verenigingen als Nederland, weet Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de VU. Het heeft alles met onze historie te maken. „Wij zijn het land van de samenvoegende minderheden. Hier is altijd veel ruimte geweest voor het oprichten van eigen stichtingen en verenigingen. Dat liberale beleid was nodig om het leefbaar te houden met zoveel deelgroepen en belangen.”

Juist in dat liberale beleid schuilt het gevaar. Zonder goede regels en controle kan een ANBI zomaar een belastingvrij beleggingsvehikel worden. Transparantie helpt daarbij, maar is weer niet populair.

Doneren aan kerk in VS

Hoe ingewikkeld het kan zijn, bleek zaterdag uit een onderzoek van NRC naar de filantropie van de Brenninkmeijers (C&A). Deze rijkste Nederlandse familie gebruikte in 2012 een Zwitserse coöperatie met een Nederlandse ANBI-status om miljoenen euro’s te schenken aan een eigen foundation in New York. Die doneerde de miljoenen vervolgens aan de katholieke kerk in de Verenigde Staten. Volgens een woordvoerder van de familie heeft de ANBI-status van deze Zwitserse coöperatie nooit geleid tot belastingvoordelen in Nederland.

Het liefdadigheidsnetwerk van de familie Brenninkmeijer

Lees ook ons interview met Maurice Brenninkmeijer: ‘Praten over onszelf is niet iets wat we graag doen.’

Hoogleraar Hemels zegt er geen voorstander van te zijn om de belastingaftrek te beperken tot binnenlandse doelen.

„In Australië mag je niet belastingvrij aan het buitenland geven. Ik vraag me af of we dat moeten willen in Nederland. Stel je voor: in Griekenland hebben ze mooie tempels maar geen geld. Moeten wij dan zeggen: ‘Sorry jongens, dat is Griekenland, dus daar geven we niet aan’? En als belastingbetaler in de VS kun je ook fiscaal vriendelijk het Rijksmuseum steunen.”

Hoe intensief moet de overheid zich met de private filantropie bemoeien? In zijn oratie als hoogleraar in 2001 wierp Theo Schuyt al de vraag op: is filantropie wel een exclusief private aangelegenheid? Schuyt: „Er zit immers veel belastinggeld in dankzij de aftrek in ons land. Nu mag de gever (binnen de ANBI-regels) zelf kiezen waar het geld naartoe gaat. Belastingbetalers betalen mee, maar hebben geen directe invloed op de bestemming. Het is belangrijk dat er maatschappelijke betrokkenheid is en een actieve sector filantropie, maar de overheid en de private sector filantropie moeten wel met elkaar in gesprek, ook over wat doelen van algemeen nut zijn. Dan kunnen afspraken worden gemaakt. Juist omdat er publieke middelen mee gemoeid zijn.”

Vier voorbeelden

NRC onderzocht vier zaken die door de fiscus afgelopen jaren zijn aangepakt omdat er oneigenlijk gebruik werd gemaakt van de ANBI-status van stichtingen. De betrokken bestuurders werd om commentaar gevraagd:

  1. Loketinstellingen

    René Veldwijk, ict-miljonair in Den Haag, schonk vanaf 2010 periodiek in totaal bijna twee ton aan Stichting Pro Bono Publico (‘Voor de publieke zaak’) die wordt bestuurd door zijn levenspartner en zijn 19-jarige studerende dochter. Daarmee creëerde hij een aantal jaren een forse aftrekpost op zijn aangifte inkomstenbelasting.

    Doel van de stichting is het doneren van geld aan andere ANBI-stichtingen. Daar komt echter niets van terecht, oordeelde de Belastingdienst dit jaar. Op een paar duizend euro na wordt het geld opgepot. Een ANBI mag niet meer vermogen aanhouden dan strikt noodzakelijk is om haar doel te verwezenlijken.

    Veldwijk zegt dat hij plannen had om het geld te besteden maar dat het er niet van gekomen is. „Maar het geld is niet ten eigen bate gebruikt.” De Belastingdienst wil met terugwerkende kracht schenkbelasting heffen over de twee ton.

    De doelstelling van de stichting – het doneren aan andere ANBI’s – wordt niet meer geaccepteerd. In 2014 besloot de staatssecretaris van Financiën dat een zogenoemde loketinstelling, waarvan het doel is om in opdracht geld door te betalen aan andere begunstigden, niet als ANBI kan worden aangemerkt. De ANBI fungeert dan volgens de staatssecretaris slechts als bank. „Toen de stichting in 2010 opgericht werd, was dat nog geen probleem. Nu blijkbaar wel”, zegt Veldwijk. Zijn partner – voorzitter van de stichting – kondigt aan bezwaar te maken tegen het intrekkingsbesluit.

    Volgens hoogleraar belastingrecht Sigrid Hemels wordt dit de komende jaren een belangrijk thema. Er zijn veel van zulke stichtingen. De Hoge Raad oordeelde in 2016 dat Stichting GeefGratis, die via internet goede doelen faciliteert en donaties ontvangt en doorstort, zelf niet kan worden aangemerkt als een ANBI. De Hoge Raad vond dat uit de statuten op voorhand niet duidelijk genoeg bleek aan welke goede doelen zou worden geschonken.

  2. “Ik liep daar op de golfbaan om geld te werven voor de stichting”

    Margrita Besters uit Zwolle was 75 jaar en zwak van gezondheid. Omdat ze na haar dood nog iets goeds wilde doen, richtte ze in 2011, op advies van haar belastingadviseur Egbert Groote Stroek, Stichting Algemeen Nut Besters op. De stichting werd haar enige erfgenaam.

    Om geen erfbelasting te hoeven betalen vroeg en kreeg de stichting een ANBI-status. Een half jaar later stierf mevrouw Besters en erfde de stichting een half miljoen euro.

    Van dat geld ging vrijwel niets naar het goede doel. In plaats daarvan verrijkte haar adviseur zich, stelde de rechtbank Zwolle later vast in een zaak die de fiscus tegen de stichting aanspande. De vrouw van Groote Stroek was voorzitter van de stichting. Groote Stroek zelf trad in loondienst bij de stichting die hem privé een lening van 50.000 euro gaf, zonder rente en periodieke aflossingsverplichting. De stichting kocht een auto voor de adviseur en betaalde voor tienduizenden euro kosten voor hem en zijn familie (zoals golflessen, abonnementen en een laptop). Bovendien stopte de stichting drie ton in een bedrijf van de adviseur.

    De Belastingdienst vond dat de stichting ten onrechte een ANBI-status had, en dat ten onrechte geen erfbelasting was betaald. De inspecteur trok de status met terugwerkende kracht in en vorderde van de stichting een kwart miljoen euro. De fiscus kreeg in 2015 tot in hoogste instantie gelijk van de rechter.

    „Het geld van de stichting is inmiddels op”, reageert Groote Stroek (54). „Dat ik die rechtszaken verloor, was onterecht. Ze zagen mij als de grote boef, maar dat er niets terechtgekomen is van wat de bejaarde mevrouw wilde, komt door de Belastingdienst. Die heeft de zaak kapot gemaakt. De uitgaven voor mij waren nodig om kapitaal op te bouwen voor de stichting. Ook de golflessen. Ik liep daar op de golfbaan om geld te werven voor de stichting.”

    Volgens hoogleraar belastingrecht Sigrid Hemels is dit een uitzonderlijke zaak. De Belastingdienst is opgetreden, maar er is niet voorkomen dat het geld verdween. Ook al omdat er in Nederland geen toezichthouder op goede doelen is zoals in het Verenigd Koninkrijk. Hemels: „In een casus als deze zou de Engelse Charity Commission de bevoegdheid hebben gehad om het bestuur van de stichting te vervangen om te waarborgen dat de stichting haar liefdadige doelstelling kon nastreven.”

  3. “Het is het Rijksmuseum niet, hè”

    „Meer dan een paar honderd bezoekers heeft mijn museum niet in een jaar”, erkent Jan van Staalduinen. „Het is het Rijksmuseum niet, hè.”

    Ondernemer Van Staalduinen in Maasdijk begon in 2005 Stichting Oldtimermuseum Staalduinen. De stichting kreeg een collectie antieke auto’s in bruikleen van zijn oom, Koos van Staalduinen. Van de Belastingdienst ontving de stichting een ANBI-status.

    Nadat Oom Koos in 2008 overleed, erfde de stichting zijn vermogen van 2,3 miljoen euro. Dankzij de ANBI-status hoefde er geen cent erfbelasting betaald te worden. Vraag is of hier sprake was van misbruik van de ANBI-status om het betalen van erfbelasting te ontlopen.

    De Belastingdienst trok in 2011 de ANBI-status van de stichting met terugwerkende kracht in. Dat betekende dat de stichting alsnog erfbelasting moest betalen. Volgens de fiscus zijn er niet of nauwelijks activiteiten en is niet aannemelijk dat de stichting zich bezighoudt met zijn statutaire doel: de (culturele) ontsluiting van de collectie door middel van het verzamelen van informatie en documentatie en het overdragen van kennis over de collectie. Aan het bestaan van de collectie is nauwelijks publiciteit gegeven en de collectie is slechts enkele uren per week te bezichtigen.

    De zaak liep tot aan de Hoge Raad die in 2015 de behandeling terugverwees naar het hof.

  4. Kunst aan eigen muur

    „Het is verschrikkelijk”, verzucht de Amsterdamse advocaat Johan Kleyn (voorheen Jones Day en Allen & Overy). Dit voorjaar trok de Belastingdienst met terugwerkende kracht de ANBI-status van zijn liefdadigheidsstichting in. „De stichting en ik moeten 100.000 euro terugbetalen. Ik ga bezwaar maken en desnoods naar de rechter.”

    Kleyn liet zich adviseren door fiscalisten en juristen bij het opzetten van de constructie, zegt hij. Hij richtte in 2011 de stichting op waarvan hijzelf voorzitter is. Deze ‘Kleyn Foundation’ steunt culturele, maatschappelijke en educatieve projecten en instellingen. Kleyn verkocht zijn privéverzameling kunst en antiek aan de stichting. De betaling daarvan werd vereffend met een vijfjarige lijfrenteschenking. Op die manier had Kleyn jaarlijks een aftrekpost van 35.000 euro op zijn aangifte inkomstenbelasting.

    De collectie is niet te zien in een museum, maar staat en hangt gewoon bij Kleyn thuis. De stichting sloot met Kleyn privé namelijk een bruikleenovereenkomst. Slechts één keer zijn enkele schilderijen uitgeleend voor een expositie.

    Al met al beoogt de stichting daarmee niet voor 90 procent of meer het algemeen nut, volgens de fiscus. Die vindt dat alsnog schenkingsbelasting betaald moeten worden door de stichting. Anders verliest Kleyn zijn aftrek inkomstenbelasting over de afgelopen jaren.

    Kleyn: „Eigenlijk is die collectie slechts een klein onderdeel van het werk van de stichting. De stichting heeft met mijn donaties inmiddels royale schenkingen gedaan aan onder meer het Concertgebouw, het Wereld Natuur Fonds en het Nationale Ballet. Helaas wordt zo mijn oogmerk het cultureel en maatschappelijk belang te steunen tenietgedaan.”